hoofdstuk 11 Flashcards Preview

Lichaam en mond > hoofdstuk 11 > Flashcards

Flashcards in hoofdstuk 11 Deck (25):
1

anatomische zenuwstelsels (2)

- centrale zenuwstelsel
- perifere zenuwstelsel

2

waar bestaat centrale zenuwstelsel uit ? (2)

- hersenen + ruggenmerg

3

waar bestaat de hersenen uit? (3)

- cerebrum ( grote hersenen)
- truncus cerebri ( de hersenstam)
- cerebellum ( kleine hersenen)

4

waat bestaat de truncus cerebri uit( hersenstam) (3)

-diencephalon (tussenhersenen)
- mesencephalon (middenhersenen)
- medulla oblongata (verlengde merg)

5

functie ruggenmerg

coördineren van sensorische informatie en het doorgeven van impulsen naar de spieren. hier zetelen ook hogere functies zoals intelligentie, geheugen en emotie

6

waar bestaat het PZS uit? (2)

hersenzenuwen + ruggenmergzenuwen

7

functie PZS

communiceren tussen CZS met de rest van het lichaam

8

functie czs (3)

- doorgeven van impulsen naar spieren
- integratie en coördinatie van sensorische info
- intelligentie, geheugen, emotie

9

fysiologische indeling (2)

- animaal zenuwstelsel (willekeurig)
- vegatatief zenuwstelsel (atuonoom)

10

animaal zenuwstelsel (2)

- motorische gedeelte
- sensibele gedeelte

11

vegatatief zenuwstelsel(2)

-sympatisch zenuwstelsel = fight or flight
- parasympatisch zenuwstelsel = herstel

12

somatische zintuigen

registreert gewaarwordeingen van de buitenwereld en onze positie daarin

13

viscerale zintuigen

registreert gewaarwordingen van inwendige omstandigheden en de toestand van andere orgaanstelsels

14

welken sulci verdelen het cerebrum in 4 kwabben?

- sulcus centralis
- sulcus lateralis

15

4 lobi van het cerebrum

- lobus frontalis (voorhoofdskwab)
- lobus parietalis (zijkwab)
- lobus temporalis ( slaapkwab)
-lobus occipitalis ( achterhoofdskwab)

16

buitenste laag van het cerebrum

hersenschors

17

functies van het cerebrum

- motorische functie
- sensibele functie
- spraak
- associatieve functie
- geheugen
- limbisch systeem

18

associatieve functie

bepalen voor een groot deel de persoonlijkheid, de stemming en het gedrag van het individu

19

kleine hersenen functie

coördineert de werking van de spieren en zorgt er voor dat de bewegingen geordend en vlot verlopen

20

3 meningen (hersenvliezen)

- dura mater ( harde hersenvlies)
- arachnoïdea ( spinnenwebvlies)
- pia mater ( zachte hersenvlies)

21

functie van hersenvocht(2)

- afvalproducten van de hersencellen kunnen worden afgevoerd
- bescherming tegen stoten

22

reflex

automatische motorische reactie op een prikkeling

23

functie vegatatieve zenuwstelsel + 2 vormen

homeostase in het lichaam bewaken--> sensoren meten de bloeddruk, pH, partiële zuurstofdruk
- ortho sympatisch zenuwstelsel
- parasympatisch zenuwstelsel

24

neurotransmitter van het parasympatische zenuwstelsel + ortho sympatisch zenuwstelsel

acethylcholine

25

uitzondering orthosympatisch zenuwstelsel, welk stof komt vrij van overdracht op het effector orgaan?

nor adrenaline/ nor epinefrine