hoofdstuk 2 deel 2 Flashcards Preview

Lichaam en mond > hoofdstuk 2 deel 2 > Flashcards

Flashcards in hoofdstuk 2 deel 2 Deck (35):
1

3 celverbindingen

- kanaaljuncties
- desmosomen
- stevige juncties

2

functies van celverbindingen (3)

- communicatie tussen cellen (kanaaljuncties)
- vastmaken van de cellen aan elkaar (desmosomen)
- creëren van een fysische barrière (stevige junctie)

3

kanaaljuncties

cilindervormige structuren--> hydrofiel

4

waar bestaat desmosomen uit ? (2)

- 2 eiwitplaten
- centrale lamel in de intercellulaire ruimte

5

wat is het verschil tussen stevige junctie en de andere verbindingen?

bij stevige junctie blijft de intercellulaire ruimte niet bestaan

6

functie rode bloedcel

transport van zuurstof vanuit de longen naar de weefsels en van het afvalproduct koolzuur terug naar de longen

7

waarom vertoont de inwendige membraan bij mitochondrium instulpingen?

oppervlaktevergroting van de membraan zonder dat het volume van het cellichaam toeneemt

8

cristae

instulping

9

functie mitochondria

energievoorziening --> o2 ademhaling

10

mitochondriale matrix + functie

structuurloze vloeistof, bevat enzymen die nodig zijn voor de oxidatieve afbraak

11

oxidatieve afbraak

manier om ATP te maken voor zuurfstof O2

12

endoplasmatisch reticulum

netwerk van membranen dat een op zichzelf afgesloten ruimte vormt binnen de cel

13

het endoplasmatisch reticulum bestaat uit 3 types

- RER = ruw endoplastmatisch reticulum
- SER = glad endoplasmatisch reticulum
- TER = transitioneel endoplastmatisch reticulum

14

ribosomen

zijn kleine partikels die in alle levende organismen de plaatsen vormen waar de eiwitsynthese plaatsvindt

15

functie van RER

synthese van specifieke proteïnen, voornamelijk bestemd voor export

16

functie SER

synthese van lipiden

17

sarcoplasmatisch reticulum

gespecialiseerd SER voor spiercellen

18

waar bestaat het golgi apparaat uit?

verschillende stapels van afgeplatte membraanzakjes

19

functie lysosomen

afbraak (hydrolyse) van bepaalde biomoleculen

20

primaire lysosomen

vesikels van het golgi apparaat die de afbraakenzymen aanvoeren

21

secundaire lysosomen

lysosomen die materiaal aan het verteren zijn

22

autofagie

eigen cellulair materiaal wordt afgebroken

23

heterofagie

afbraak van vreemd materiaal

24

microbody's

bolvormige structuren, iets kleiner dan mitochondriën

25

voorbeeld van microbody

peroxisomen

26

cytoskelet

dit skelet bepaald de vorm en de bewegingen van de cel

27

cytoskelet bestaat uit 2 eiwitstructuren

- microtubuli
- actinefilamenten
(- intermediaire filamenten--> alleen bij dierlijke cellen)

28

intermediaire filamenten

zorgen voor stevigheid van de cel

29

microtubuli

holle buisjes opgebouwd uit het eiwit tubuline

30

2 typen tubuline

A en B

31

stelling; microtubuli zijn aan 1 uiteinde verankerd. voor de microtubuli van het cytoskelet is dat aan het celcentrum/ centrosoom

juist

32

andere naam voor celcentrum/centrosoom

microtubuli- organiserende centrum

33

stelling; lipiden worden omgeven door een dubbelvoudige fosfolipidenlaag

onjuist; lipiden worden omgeven door een enkelvoudige fosfolipidenlaag

34

2 functies van golgi apparaat

- verpakkingsfunctie; vormen van secretievesikels
- sorteringsfunctie; vorming van lysosomen

35

vacuole

waterreserve