hoofdstuk 7 Flashcards Preview

Lichaam en mond > hoofdstuk 7 > Flashcards

Flashcards in hoofdstuk 7 Deck (29):
1

4 weefsels

1.) dekweefsel = epitheel
2.) bindweefsels
3.) spierweefsel
4.) zenuwweefsel

2

dekweefsel/bedekkend epitheel

vormt de grens tussen de buitenwereld en het individu of begrenst 2 verschillende biologische compartimenten --> geen intercellulaire ruimte!!

3

basale membraan

netwerk van vezels waar membraan van de cel op rust

4

epitheelcellen kunnen met elkaar verbonden zijn door (4)

- tight junctions
- gap junctions
- desmosomen
-hemi-desmosomen

5

bedekkende epitheel wordt geklasseerd volgens 3 morfologische karakteristieken

1.) het aantal cellagen waaruit het epitheel is opgebouwd
2.) de vorm van de cellen die de bovenste laag opbouwen
3.) de aanwezigheid van oppervlaktespecialisaties

6

epitheelindeling naargelang de vorm (4)

1.) plaveiselepitheel; 1 lagig
2.) cuboïdaal epitheel ; even hoog als breed
3.) cylindrisch epitheel; pseudomeerlagig epitheel = valse indruk meerlagig
4.) transitioneel epitheel; kunnen van vorm veranderen

7

functies epitheelweefsel(4)

- bescherming
- regulering van de doorlaatbaarheid
- zintuigfunctie
- productie van secreties

8

enkelvoudige klieren

klieren met 1 afvoergang

9

samengestelde klieren

verschillende afvoergangen komen samen in 1 afvoergang

10

exocriene klieren

geven hun producten af via een afvoerbuis naar een uitwendig of inwendig oppervlak

11

endocriene klieren

geven hun producten (hormonen) af zonder een afvoerbuis

12

functie bindweefsel

- steun, stevigheid en bescherming
- transport van voedings- en afvalstoffen naar en van de omliggende weefsels
- afweer
- reserve- en stapelfunctie

13

3 groepen vezels

- collagene vezels
- elastische vezels
- reticulaire vezels

14

grondsubstantie

vult de ruimte op tussen de cellen en vezels

15

functies van vetweefsel(4)

- reserve van energie
- zorgt voor goede isolatie
- dient als stootkussen
- bepaald de vorm van het lichaam

16

2 soorten vetweefsel

- univacuolair vetweefsel
- plurivacuolair vetweefsel

17

univacuolair vetweefsel

bestaat uit vetcellen of adipocyten met een grote, met vet gevulde vacuole

18

plurivacuolair vetweefsel

beschermt de baby tegen de kou en verdwijnt in de loop van de kinderjaren

19

3 soorten kraakbreen

- hyalien of glasachtig kraakbeen
- elastisch kraakbeen
- vezelig kraakbeen

20

4 membranen op weefselniveau

- slijmvliezen
- sereuze membranen
- de huid
- synoviaalvliezen (gewrichtsvliezen)

21

doel van contractie

verkorten van de spier waardoor krachtontwikkeling mogelijk wordt

22

3 soorten spierweefsel

- dwarsgestreept spierweefsel
- glad spierweefsel
- hartspierweefsel

23

verschil tussen endomysium en perimysium

endopysium omgeeft enkele spiervezels en het perimysium omgeeft een groep van spiervezels

24

ander woord voor epimysium

fascia

25

zenuwweefsel is opgebouwd uit 2 groepen van cellen

- prikkelgeleidende neuronen
- de niet prikkelgeleidende neuronen

26

2 typer cytoplasmauitloper

- dendrieten en neurieten

27

myeline

vetachtig membraanmateriaal

28

3 soorten neuronen

- unipolaire neuronen
- bipolaire neuronen
- multipolaire neuronen

29

4 functies van neuronen

- opvangen van prikkels die afkomstig zijn uit een zintuigcel of van een zenuwcel
- integratie van verschillende invloeden van buitenaf
- voortgeleiding van een prikkel over een neuriet of over het axon
-transmissie van de prikkel op een volgend neuron, spiercel of kliercel