hoofdstuk 3 Flashcards Preview

Lichaam en mond > hoofdstuk 3 > Flashcards

Flashcards in hoofdstuk 3 Deck (12):
1

DNA

deoxyribonucleotiden --> 2polynucleotideketens

2

RNA-molecule

chemische ''boodschapper'' tussen het DNA in de celkern en de ribosomen in het cytoplasma

3

transcriptie

kopiëring van het DNA naar RNA om de genetische informatie elders in de cel te gebruiken

4

welk enzym wordt er gebruikt bij transcriptie

enzym RNA polymerase

5

wat doet enzym RNA polymerase

maakt de 2 strengen van DNA los van elkaar en bindt aan een promotor sequentie. van 1 van de DNA stengen wordt er een complementaire enkelstrengige RNA-kopie van gemaakt

6

gen

DNA gedeelte dat wordt overgescreven naar mRNA en overeenkomt met de lengte van de proteïne

7

in de cel komen 3 soorten RNA

- mRNA = messenger RNA
- rRNA= ribosomaal RNA
- tRNA = transport RNA

8

ribosoom

kleine celpartikel, geen organel omdat het niet omgeven is met een membraan. bestaat uit rRNA en proteïnen

9

functie tRNA

brengen aminozyren aan voor proteïnesynthese

10

translatie

eitwitsynthese; basenvolgorde van het mRNA molecule afgelezen door het ribosoom dat een proteïne synthetiseert met een welbepaalde volgorde van aminozuren

11

polysoom

tegelijkertijd meerdere ribosomen verbinden

12

codon

code-eenheid van het mRNA