Rechtshandeling & Overeenkomst tbv L1 Flashcards Preview

Overeenkomstenrecht > Rechtshandeling & Overeenkomst tbv L1 > Flashcards

Flashcards in Rechtshandeling & Overeenkomst tbv L1 Deck (13):
1

Wat is een rechtshandeling?

Een rechtshandeling vereist een op rechtsgevolg gerichte wil die zich door een verklaring heeft geopenbaard.

Een handeling die is gericht op rechtsgevolg houdt in dat het een handeling is waarmee een verandering in de wereld van het recht is beoogd, dus is bedoeld.

Een onrechtmatige daad is geen rechtshandeling. Het gedrag is puur gericht op feitelijk gevolg.

Een rechtshandeling vereist een op rechtsgevolg gerichte wil die zich door een verklaring heeft geopenbaard, art. 3:33 BWhet ontstaan, gewijzigd raken of tenietgaan van een bepaalde juridische relatie.

Het verschil tussen een gewone handeling en een rechtshandeling is de gerichtheid op rechtsgevolg. Voorbeeld van rechtsgevolg, waarbij dit gevolg niet gericht is: onrechtmatige daad, art. 6:162 BW 

2

Wat is een meerzijdige rechtshandeling?

Meerzijdige rechtshandeling (een op een rechtsgevolg gerichte handeling)wordt door meer dan één persoon verricht. Partij A doet aanbod, partij B aanvaardt het aanbod. Aanbod en aanvaarding art. 6:217 BW.

Meerpartijen overeenkomst (twee of meer partijen) is altijd een wederkerige overeenkomst. 

3

Wat is een eenzijdig gerichte rechtshandeling?

Eenzijdige gerichte rechtshandelingwordt door één persoon tot stand gebracht, is gericht tot een bepaalde andere persoon. Er zijn wel meer partijen betrokken, maar deze hoeven er niet mee in te stemmen. Zij zijn niet nodig voor de totstandkoming van de rechtshandeling. 

bv opzegging arbeidsovereenkomst

4

Wat is een eenzijdig niet-gerichte rechtshandeling?

Eenzijdige niet-gerichte rechtshandelingnoch de instemming door de bepaalde andere persoon is vereist, noch de ontvangst door een bepaalde andere persoon is noodzakelijk. Voorbeelden: het maken van een testament of het verwerpen of aanvaarden van een erfenis. 

 

Verschil tussen eenzijdig gericht en niet gericht komt in diverse wetsartikelen tot uiting.

Wetgever blijkt op het gebied van nulliteiten de eenzijdige gerichte rechtshandeling conform meerzijdige te behandelen en alleen voor de eenzijdig, niet gerichte rechtshandeling een aparte plaats in te ruimen.

5

Rechtshandelingen in de wet?

art. 3:33-3:59 BW. 

6

Wat is de De (obligatoire) overeenkomst ?

Een overeenkomst is een meerzijdige rechtshandeling, waarbij een of meer partijen tegenover een of meer anderen een verbintenis aangaan, zie art 6:213 lid 1 BW.

Deze hebben een verbintenisscheppend karakter, ook wel een obligatoir karakter genoemd. Dus een (obligatoire) overeenkomst

meerzijdige rechtshandeling

waarbij een of meer partijen (dus kan ook meer dan twee)

jegens een of meer andere partijen

een verbintenis aangaan

art.6:213lid1en2BW 

7

De vereisten voor een verbintenis ?

  • vermogensrechtelijke betrekking
  • tussen twee of meer personen
  • krachtens welk de een (schuldeiser) tot een prestatie gerechtigd is
  • waartoe de ander (schuldenaar) ten opzichte van hem verplicht is
  • de door de schuldenaar te verrichten prestatie
  • voorbeeld: koopovereenkomst art. 7:1 BW 

8

Bijzondere overeenkomsten? 

Bijzondere overeenkomsten zijn de koopovereenkomst, huurovereenkomst en de arbeidsovereenkomst. 

9

Gemengde overeenkomsten?

Er kan ook sprake zijn van gemengde overeenkomsten, overeenkomsten vallen dan onder meer dan een ‘afdeling’ 

10

Grondbeginselen contractrecht ?

  • contractsvrijheid; het staat partijen vrij om een overeenkomst te sluiten met wie zij wensen, met de inhoud welke zij wensen, en op het moment dat zij dat wensen

(uitzondering: in strijd met de wet, goede zeden en openbare orde, art. 3:40 BW)

  • consensualisme; vormvrijheid, art. 3:37 lid 1 BW (uitzondering: formele of reële

overeenkomst, bijvoorbeeld vormvereiste is: schriftelijk)

  • verbindende kracht (pacta sunt servanda); een overeenkomst heeft de door partijen

overeengekomen rechtsgevolgen, ofwel belofte maakt schuld, art. 6:248 lid 1 BW 

11

Waar is het overeenkomstenrecht op van toepassing?

Het rechtshandelingen- en overeenkomstenrecht zijn van toepassing op alle soorten contractspartijen. Onder anderen natuurlijke personen (mensen), rechtspersonen, particulieren, handelaren, leken en deskundigen. 

Het feit dat de wet maar incedenteel gewicht toekent aan de hoedanigheden  van de contractspartijen , betekent niet dat de diverse denkbare contractanten bij de toepassing van de wet ook steeds in alle opzichten gelijk zullen worden behandeld. Er is een tendens in rechtspraak en literatuur om naar de hoedanigheid van partijen te differentieren.

bv: op het gebied van de uitleg van de overeenkomst: Haviltex arrest bij contractsuitleg in het algemeen is van belang tot welke maatschappelijke kring partijene behorenen welke rechtskennis mag worden verwacht.

Ten tweede: bij een beroep op dwaling is de over en weer aanwezige deskundigheid van belang

Ten derde: toetsing aan redelijkheid en billijkheid (ook hier kan de weinig ontwikkelde particulier op meer clementie rekenen dan de deskundige)

12

Wat zijn de kenbronnen van het recht?

Kenbronnen van het burgerlijk recht zijn de wet, de rechtspraak en de literatuur. Ook belangrijk is de parlementaire geschiedenis van de wet. 

13

Belangrijke richtlijnen zijn?

 

  • Richtlijn 93/13/EEGoneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten
  • Richtlijn 99/44/EGrechtsmiddelen bij consumentenkoop
  • Richtlijn 2000/31/EGelektronische handel (e-commerce, elektronisch
  • contracteren)
  • Richtlijn 97/7/EG en 2002/65/EGop afstand gesloten overeenkomsten,
  • contracteren op afstand 
  • Geen horizontale werking: de ene burger kan zich in een conflict met een andere burger niet rechtstreeks op een richtlijn beroepen, wel via implementatiewetgeving
  • Daarnaast is de nationale rechter gehouden zoveel mogelijk in het licht van de bewoordingen en het doel de richtlijn uit te leggen (HR-Europese Hof van Justitie)

Decks in Overeenkomstenrecht Class (63):