Rusten & slapen Flashcards

1
Q

Slaap- & rustpatroon?

A

= meest bekende levensritme
= 12u actief/ 12u passief
= 16u waken/ 8u slapen

Behoefte aan slaap/rust afhankelijk van:
* lichamelijke inspanning
* gewoonten
* leeftijd
* emotionele belasting

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Nut van slaap?

A

= elementaire behoefte => energie opbouwen, lichaamscellen/spieren/gewrichten rusten & hormonen worden geproduceerd

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Beïnvloedende factoren van slaap?

A
  1. Leeftijd: hoe ouder, hoe minder slaap nodig
  2. Levensstijl: eigen hoofdkussen, slaapmutsje,…
  3. Dag- & nachtritme: zomer/wintertijd
  4. Omgeving: te veel lawaai,…
  5. Gezondheid: stress, angst, lichamelijk letsel,…
  6. Persoonlijkheid: ochtend/avondmens
  7. Maatschappij: tv, pc,…
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Duur slaapcyclus?

A

Gemiddeld 85-95min
Pasgeborene: korter
Volwassenen & Ouderen: maximaal 120min

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Beschrijf de slaapcyclus

A

Zie schema

Non-REM-slaap:
* 4 fasen met steeds diepere slaap, fase 4 diepste = langzaamste & grootste hersengolven
* Elke fase ongeveer 90 min in totaal over de hele nacht
* Hersengolven trager & groter
* Stil liggen & regelmatige ademhaling
* Omgekeerd dan overgang naar REM
* Fase 3 & 4 nemen af gedurende nacht

REM-slaap: 4 à 5 keer per nacht
* Lichtere vorm van slaap
* Ogen schieten heen & weer
* Eventueel gesnurk
* Ademhaling onregelmatiger
* Doorbloeding & temperatuur hersenen stijgt
* Hersengolven als stadium 1
* Ongeveer 5-15 min
* Dromen
* Nooit begin van slaapperiode (60-70 min na inslapen)
* 25% totale nachtrust

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Fysiologische veranderingen tijdens de slaap

A
  1. RR daalt
  2. Hartslag daalt
  3. Ademhaling vertraagt
  4. Lichaamstemperatuur daalt door vasodilatatie
  5. Spieren ontspannen
  6. Stofwisseling daalt
  7. Maagactiviteit stijgt
  8. Hersenactiviteit daalt
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

REM

A

= Rapid Eye Movement

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Hoe afwijkingen slaappatroon opsporen?

A

Slaapcyclus van 90 min bij alle mensen gelijklopend
=> afwijkingen van dit patroon geven nieuwe inzichten in slaapstoornissen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Functies van non-REM-slaap?

A
  • Fysisch herstel
  • Productie groeihormoon
  • Productie eiwitten
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Functies van REM-slaap?

A
  • Psychisch herstel
  • Verwerking indrukken
  • Rijping hersenen
  • Onderhoud & herstel zenuwcellen
  • Informatie ordenen
  • Dromen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Beïnvloedende factoren op slapen?

A
  1. Fysisch
  2. Psychisch
  3. Omgeving
  4. Sociale, culturele & economische
  5. Politiek-economische
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q
  1. Fysische factoren - voorbeelden
A
  • Circadiane klok (invloed licht-donkercyclus vanuit hypothalamus)
  • Ochtend/avondmens
  • Fysische activiteit
  • Eten of drinken (alcohol, cafeïne, warme melk)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q
  1. Psychologische factoren - voorbeelden
A
  • Depressie
  • Opwinding
  • Angst & zorgen

Tip: Warm bad

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q
  1. Omgevingsfactoren - voorbeelden
A
  • Licht, geluid & kamertemperatuur (18°C)
  • Gewoontes
  • Vertrouwde omgeving: bed, beddengoed, pyjama, kamergenoten,…
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q
  1. Sociale, culturele & economische factoren - voorbeelden
A
  • Soort bed
  • Beddengoed
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q
  1. Politiek-economische factoren - voorbeelden
A
  • Type werk (nachtwerk, ploegen, zware fysieke arbeid,…)
17
Q

Verschillende slaapstoornissen?

A
  1. Insomnieën (stoornissen in- en doorslapen)
  2. hypersomnieën (stoornissen overmatig slapen)
  3. Stoornissen in slaap- en waakritme (vb. jet-lag)
  4. Parasomnieën (stoornissen tijdens of samen met de slaap; vb. slaapwandelen, bedwateren, tandenknarsen,…)
18
Q

Stap 1 : Oriëntatie op de situatie
Info over slaap- en rustpatroon?

A

INFO VERZAMELEN
1. Activiteiten voor het slapengaan
2. aanvang van het slapen (gewoonten)
3. Kwaliteit van het slapen (uitgerust?)
4. Onderbrekingen tijdens het slapen
5. Gewoonten met betrekking tot rust (vb. middagdutje)
+
OBSERVEREN

19
Q

Vragen tijdens anamnese - voorbeelden

A
  1. Wat is uw normale slaappatroon, is dat de laatste tijd verandert en in welke zin?
  2. Ervaart u momenteel problemen inzake uw waken, slapen, actief zijn en rusten?
  3. Denkt u in de huidige situatie en in deze omgeving goed te kunnen slapen?
  4. Hoe rust u, hoe slaapt u (in), hoe ontspant u zich?
  5. Is er sprake van specifieke problemen: psychische onrust, pijn, obstipatie/diarre/incontinentie?
20
Q

Stap 2 : Klinische problematiek inzichtelijk
Wanneer ontstaat een slaapstoornis?

A

Als iemand onvoldoende in staat is zelfzorgactiviteiten te verrichten die nodig zijn om zijn ritme en evenwicht in stand te houden

21
Q

Risicofactoren om eigen levensritme te handhaven?

A
  • Ouderen met overzichtelijke dagindeling
  • Vaak reizen
  • Genees- & genotsmiddelen (slaapverwekkend of opwekkend effect)
  • Angst & bezorgdheid
  • Oververmoeidheid
  • Stress
  • Geluidsoverlast of juist stilte doorbreken
  • Pijn
  • Activiteit of tegengaan overmatige activiteit
22
Q

Verpleegproblemen (slaapstoornissen tot uiting ziekenhuis) - voorbeelden

A
  • Vermoeidheid
  • Hoofdpijn
  • Verhoogde prikkelbaarheid
  • Nervositeit
  • Concentratieprobleem
  • Apathie
  • Verwardheid
  • Onregelmatige slaap
  • Nachtmerries
  • Slaapwandelen
  • Veel geeuwen
  • Lusteloos
  • Verwarde spraak
  • Vroegtijdig ontwaken
  • Hallucinaties, delirium, paranoia
23
Q

Stap 4 : Klinisch beleid
Interventies voor slaapproblemen ziekenhuis - Voorbeelden

A
  1. Voorwaarden scheppen tot rust
  2. Wegnemen of verminderen van storende elementen
  3. Zorgvragen ondersteunen
  4. Zorgvrager leren signalen vanuit zijn eigen lichaam te herkennen
  5. Zorgvrager instrueren hoe zelf toestand van rust creëren
  6. Zorgvrager leren afleiding te zoeken
  7. Voorlichting geven
  8. Ontspanningsoefeningen
24
Q
  1. Voorwaarden scheppen tot rust - voorbeelden
A
  • Geschikt bed
  • Rustige omgeving
  • Goed houding
  • Medicatie (voorschrift arts)
  • Gemakkelijke stoel
  • Frisse lucht
  • Warm bad
  • tv of radio
  • Gezellig gesprek
  • Ontspannen op andere manier (vb. spelletje)
25
Q
  1. Wegnemen of verminderen van storende elementen - voorbeelden
A
  • Pijn, angst, onrust en desoriëntatie => medicatie geven of andere maatregelen
  • Heimwee, verdriet, scheidingsangst => partner/ouder rooming in of in nabijheid
  • Andere zorgverleners inschakelen: kine,…
26
Q
  1. Zorgvrager ondersteunen - voorbeelden
A
  • Storende invloeden zelf wegnemen
  • Slaap-waakritme zelf beïnvloeden
27
Q
  1. Zorgvrager leren afleiding te zoeken - voorbeelden
A
  • Lezen
  • tv-kijken
  • Puzzelen
  • Telefoneren
28
Q
  1. Voorlichting geven - voorbeelden
A
  • Gebruik slaapmedicatie
  • Invloed genotsmiddelen vb. koffie, alcohol, drugs, cola,…
29
Q
  1. Ontspanningsoefeningen - voorbeelden
A
  • Yoga
  • Ademhalingsoefeningen
30
Q

Stap 6: Nabeschouwing
Evalueren van de interventies ?

A
  1. Productevaluatie
  2. Procesevaluatie
  3. Reflectie
31
Q
  1. Productevaluatie - voorbeelden
A

ZIjn de doelstellingen bereikt?

32
Q
  1. Procesevaluatie - voorbeelden
A
  • Hoe werden interventies ervaren?
  • Werden de gegevens correct & volledig verzameld?
  • Werden de problemen correct geformuleerd?
  • Zijn de juiste doelstellingen geformuleerd?
  • Waren ze realistisch?
  • Werd een goede planning opgemaakt?
  • Zijn de interventies goed uitgevoerd?
33
Q
  1. Reflectie - voorbeelden
A
  • Waarom was de evaluatie positief of negatief?
  • Wat leerde je als zorgverlener voor de toekomstige zorgverlening?
34
Q

Tips ter preventie van wiegendood

A
  • rugligging
  • kamerT° 18-20°C
  • niet te warm aankleden
  • geen dekbedden & bedrandbeschermers tot de leeftijd van 1 jaar
  • geen hoofdkussen tot de leeftijd van 2 jaar
  • enkel slaapzakjes met armsgaten gebruiken
  • geen kersenpitkussentje of elektrisch deken in bed terwijl de baby slaapt
  • niet roken in nabijheid van een slapende baby of in slaapkamer baby
  • geen knuffels aan het hoofdeinde
  • geen geneesmiddelen geven zonder advies van een geneesheer of apotheker