Slikstoornis - Dietetiek Flashcards Preview

Maagdarm ziekte 2.3 > Slikstoornis - Dietetiek > Flashcards

Flashcards in Slikstoornis - Dietetiek Deck (17):
1

Slikstornissen door neurologsche aandoeningen

1. Dysfagie
= Moeite met slikken
2. Aspiratie
= Verslikken

2

De fasen van het slikproces

- De voorbereidende fase, in deze fase wordt het voedsel waargenomen door de hersenen en
zal het lichaam erop voorbereiden door speeksel aan te maken (1,5L per dag)
- De orale fase, in deze fase wordt het voedsel in de mond genomen, gekauwd en tot een
voedselbolus gemaakt;
- De orale transportfase, in deze fase wordt de voedselbolus naar de keelholte verplaatst en
wordt het slikken ingezet;
- De faryngale transportfase, in deze fase vindt de slikreflex plaats en wordt de voedselbolus
verder door de keel verplaatst;
- De oesophagale transportfase, in deze fase gaat de voedselbolus via de oesophagus naar de
maag.

3

Diagnose door de logopedist.

 Door middel van röntgenfoto/filmpje, echter is dit vaak belastend voor de patiënt
 Flexibele Endoscopische Evaluatie van het Slikken (FEES): Endoscopie ter hoogte van de
stembanden

4

Klachten/Symptomen:

- Stoornissen in het kauwen van voedsel
- Stoornissen in het verplaatsen van het voedsel door de mond
- Niet kunnen slikken of vertraagd slikken
- Langzaam eten
- Eten en drinken wordt lang in de mond gehouden
- Hoesten en kuchen bij eten en drinken
- Kockhalzen
- Het eten en drinken loopt uit de mond
- Etensresten die achterblijven
- Rare hoofdbewegingen om te kunnen slikken
- Alleen het toetje eten (Makkelijke consistentie)
- Het gevoel hebben dat er eten blijft hangen in de keel of slokdarm
o Hierdoor klinkt de stem borrelig

5

Risicoprofiel:

- Bij acute aandoeningen
o Trauma
o Cerebraal Vasculair Accident
o Sub Arachnoidale Bloeding
( Bloeding in of rond de hersenen)
- Bij Neurologische aandoeningen
o Ziekte van Parkinson o Ziekte van Huntington
Tast delen van de hersenen aan
 Terminale ziekte
o Hersenbeschadiging door degeneratieve of metabole aandoeningen die leiden tot
aantasting van het centrale zenuwstelsel
o Multiple sclerose (MS)
o Dementie
o Neuromusculaire aandoeningen zoals myotone dystrofie en myasthenia gravis

6

Verslikking kan leiden tot:

- Verstikking
- Ondervoeding
- Longontsteking
- Verminderde eetlust

7

Tracheale aspiratie =

Verstikken in spuug, in de longen.

8

Gastrocolisch =

Maagpoort staat open zodat het voedsel kan voortbewegen

9

Complicaties:

Aspiratiepneunomie (Voedsel in de long), ondervoeding en dehydratie.

10

Medicijngebruik:

Psychofarmaca, anti-cholinergica, slaapmiddelen en pijnstillers kunnen slikproblemen verergeren.

11

Behandelplan logopedist:

- Moeite met kauwen = zacht en gemalen voeding
- Moeite met manupileren van voedsel in de mond = zachte voeding
- Te weinig speeksel/droge mond = zachte en voeibare voeding
- Snel verslikken in vocht = dranken verdikken
- Moeite met doorslikken = voeibare en zachte voeding

12

Behandelplan diëtist:

- Als voeding met veranderde consistentie en/of toedieningsweg noodzakelijk is: gemalen voeding, vloeibare voeding, sondevoeding of verdikken van drinkvloeistof;
- Indien er sprake is van onbedoeld gewichtsverlies van > 5 procent binnen 1 maand of > 10 procent binnen 6 maanden en/of een te laag lichaamsgewicht (18 – 65 jaar: BMI < 18,5 kg/m2 en > 65 jaar BMI < 20 kg/m2);
- Bij vragen over (alternatieve) voeding en/of behoefte aan ondersteunende begeleiding op voedingsgebied en de wens tot gebruik van voedings-/dieet ondersteunende hulpmiddelen (drinkvoeding, supplementen, preparaten).

13

Factoren die de inname van voedsel beïnvloeden:

Emotionele beleving van het eten
Vb. Moeite hebben met de veranderde consistentie van de voeding
o Doen: Variatie in merken en smaken van bijvoorbeeld drinkvoeding
- ADL-beperkingen, apraxie
Vb. Moeite met bewegen als gevolg van stoornissen in het bewegingssysteem
o Verwijzen naar de ergotherapeut kan zinvol zijn voor houding, hulp en hulpmiddelen
- Communicatie
Vb. Neurologische aandoeningen kunnen gepaard gaan met spraak- of taalstoornissen
De logopedist kan adviezen geven over hoe je het beste kan communiceren met de patiënt

14

Doel dieetbehandelplan

1. Handhaven/verbeteren voedingstoestand
- Eiwitten
o Bij normale voedingstoestand: 0,8-1,0 g/kg
o Bij ondervoeding en comorbiditeit: 1,2-1,7 g/kg
- Bij vloeibare voeding is er extra aandacht nodig voor de vitamines B1, B3, B6, B11,
B12, A, D en E, en ijzer

15

Toeslagen voor patiënten met neurologische slikstoornissen zijn:

- Activiteiten (gemiddeld actief 30 procent, ambulant 20 procent, bedlegerig 10 procent). De PAL-waarde kan ook gebruikt worden voor bepalen activiteitentoeslag
- Metabole stress: geen 0 procent, gering 10 procent, matig 20 procent, ernstig 30 procent
- Gewichtstoename gewenst: 30 procent
- Overige factoren van invloed:
o Hypertonie 10 procent
o Beademing -10 procent
o Sedatie/spierverslappers -10 procent

16

Behandeltijd:

- Bij neurologische slikstoornissen: 30 kwartieren (7,5h)
- Bij blijvende slikstoornissen: 1-3x per jaar

17

Tips en voorwaarden voor veilig eten en drinken

- Rechtop zitten, met hoofd recht op de romp
- Eten van recht van voren aanbieden
- Na het eten niet gelijk liggen
- Neus weg vrijhouden
- Rustig tempo qua eten
- Goede conditie van het gebit en mondhygiëne
o Door middel van bijvoorbeeld de patiënt de mond te spoelen met een zoutoplossing
- Juiste temperatuur, consistentie, bestek
- Niet praten tijdens eten en drinken
- Oogcontact hebben wanneer je iemand helpt
- Bij verslikken geen water aanbieden, eerst goed ophoesten
o Ook niet op de rug slaan want hierdoor gaat de patiënt inademen en dat wil je niet