TR les 24 Flashcards Preview

Dutch Words > TR les 24 > Flashcards

Flashcards in TR les 24 Deck (57)
Loading flashcards...
1

spends

geeft uit

2

alles wat een land aan goederen en diensten produceert

bruto nationaal product

3

foreign aid

ontwikkelingshulp (de)

4

co-operation

samenwerking (de)

5

chest

borst (de)

6

zij zijn trots

zij slaan zich op de borst

7

percentage

percentage (het)

8

to state

stellen - [stel - stelt - stelt] stelde - stelden - gesteld

9

scathing

vernietigend

10

judgment

oordeel (het)

11

if so

zo ja

12

opponents

tegenstanders

13

helped

geholpen

14

conditions

omstandigheden

15

to improve

verbeteren - [verbeter - verbetert - verbetert] verbeterde - verbeterden - verbeterd

16

top layer

bovenlaag (de)

17

to fill

vullen - [vul - vult - vult] vulde - vulden - gevuld]

18

fate

lot (het)

19

poor people

armen

20

Western

westerse

21

lifestyle

leefstijl (de)

22

to adopt

overnemen - [neem over - neemt over - neemt over] nam over - namen over - overgenomen

23

het duurde honderden jaren voordat

hebben er eeuwen over gedaan

24

projects

projecten

25

designed

opgezet

26

initiatives

initiatieven

27

conditions

voorwaarden

28

to give, to loadn

verlenen - [verleen - verleent - verleent] verleende - verleenden - verleend

29

To demand

eisen

30

expenses

uitgaven