TR les 30 Flashcards Preview

Dutch Words > TR les 30 > Flashcards

Flashcards in TR les 30 Deck (58):
1

dare

durven

2

burgled

ingebroken

3

stolen

gestolen

4

any

enig

5

violation

aantasting (de)

6

resign oneself (to)

berusten (in)

7

about what

waarover

8

gets worked up (about)

windt zich op (over)

9

complain (about)

klagen (over)

10

violence

geweld (het)

11

from close by

van nabij

12

experience

meemaken

13

commit

plegen

14

boredom

verveling (de)

15

omdat ze zich vervelen

uit verveling

16

protest

protest (het)

17

takes action

grijpt in

18

very strongly

keihard

19

size

omvang (de)

20

politie op straat

blauw op straat

21

out of the question

uitgesloten

22

elicits

lokt uit

23

cameras

camera's

24

put up

aanbrengen

25

privacy

privacy (de)

26

perpetrators

daders

27

caught

gepakt

28

preventatively

preventief

29

frisk

fouilleren

30

arrest

arresteren

31

cells

cellen

32

prisons

gevangenissen

33

standpoint

stelling (de)

34

is

luidt

35

call (on)

spreken aan (op)

36

stabbing

steekpartij (de)

37

get

loop op

38

gunshot wound

schotwond (de)

39

weapons

wapens

40

reproach

verwijten

41

is het de schuld van de ouders

valt de ouders iets te verwijten

42

wrong

verkeerd

43

gone

gegaan

44

upbringing

opvoeding (de)

45

exert

oefenen uit

46

media

media

47

chickens

kippen

48

zijn er heel snel bij

zijn er als de kippen bij

49

experts

deskundigen

50

politicians

politici

51

mogen zeggen wat ze

komen aan het woord

52

thinks (about)

denkt na (over)

53

harshly

streng

54

punish

straffen

55

organize

organiseren

56

set up

opzetten

57

advice

raad (de)

58

het is moeilijk om een goede oplossing te vinden

goede raad is duur