TR les 16 Flashcards Preview

Dutch Words > TR les 16 > Flashcards

Flashcards in TR les 16 Deck (58)
Loading flashcards...
1

ladies

dames,

2

gentlemen

heren,

3

aside

opzij - [] -

4

museum

het museum

5

to push

duwen

6

please

alstublieft

7

allemaal

met z'n allen

8

narrow

nauwe

9

holes

gaten

10

to exceed one's expectations

meevallen

11

William of Orange

Willem Oranje

12

shot

schieten - [schiet-schiet-schiet] - schoot - schoten - geschoten

13

fatherland

vaderland (het)

14

van het vaderland

des vaderlands

15

murdered

vermoorden - [reg]

16

around

omstreeks

17

collection

verzameling (de)

18

one by one

een voor een

19

govern

regeren - [$regeer] -

20

leaves (to)

laten over (aan) - [laat-laat-laat] - liet- lieten-gelaten

21

local

plaatselijke

22

administration

het bestuur

23

in his place

in zijn plaats

24

appears

verschijnen - [reg] - verscheen - verschenen - verschenen

25

to inherit

erven - [erf erft erft] - erfde - erfden - ge:erfd

26

male cousin

neef (de)

27

prince

prins (de)

28

Brussels

Brussel

29

to raise

opvoeden - [reg]

30

Spanish

Spaanse