apprendre
leren
attendre
wachten
boire
drinken
conduire
rijden, brengen
connaître
kennen
comprendre
begrijpen
constuire
bouwen
correspondre
corresponderen met
décrire
beschrijven
descendre
afdalen, afstappen
dire
zeggen
écrire
schrijven
entendre
horen
inscrire
inschrijven
lire
lezen
mettre
plaatsen, zetten , aandoen
prendre
verliezen
permettre
toestaan
promettre
beloven
rendre
teruggeven
répondre
antwoorden
rire
lachen
suivre
volgen
vendre
verkopen