13. verslaving Flashcards

1
Q

Wat betekent intocicatie

A

vergiftiging

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wat is de betekenis van craving

A

een onweerstaanbaar verlangen ervaart naar een middel waar hij aan verslaafd is (geweest)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Iemand die niet vaak drinkt bemerkt snel effect van alcohol, iemand die vaak drinkt heeft meer nodig om het effect te bemerken. Hoe heet dit verschijnsel

A

Tolerantie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Het verklaringsmodel van de cirkels van Van Dijk laten zien dat lichamelijke, psychische en sociale factoren kunnen leiden tot afhankelijkheid van een middel. Het gebruik van het middel die de oorzakelijke factoren versterkt, waardoor het gebruik in stand blijft

A

Dit is waar

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

behoort alcohol tot de middelen met een dempende werking op het bewustzijn

A

waar

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Spelen biologische factoren ook een rol bij het ontstaan van een verslaving

A

ja

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Neurologisch wordt een verslaving verklaard als een overname van het motivatie of beloningssysteem door het verslavende middel.
Hebben hierdoor natuurlijke beloners minder effect op het motivatiesysteem

A

waar

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Neemt de controle vanuit de voorste hersenschors toe op het verslavingsgedrag

A

nee

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Is het doel van behandeling van een verslaving altijd om drugvrij te kunnen leven

A

nee

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

hebben mensen met een verslavingsprobleem vaak ook andere psychiatrische problemen

A

ja

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly