1C2 week 8 HC 1 & 4 Diagnose en risico's diabetes Flashcards

(33 cards)

1
Q

Wat zijn klachten van diabetes?

A
  • Veel dorst (polydipsie)
  • Veel plassen (polyurie)
  • Veel eten (polyphagie)
  • Gewichtsverlies
  • Slapte en vermoeidheid
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wat zijn kenmerken van type 1 diabetes?

A
  • Jong (voor 30-35 jaar)
  • Weinig tot geen insuline productie door pancreas
  • Absolute deficiëntie, chronisch
  • Auto immuun reactie tegen eilandjes van Langerhans
  • Kans op ketoacidose en jeuk
  • Plotseling ontstaan
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Wat zijn kenmerken van type 2 diabetes?

A
  • Latere leeftijd (voorbij 30 jaar)
  • Erfelijk, komt vaker voor
  • Insuline ongevoeligheid, waardoor moeilijker te behandelen
  • Door leeftstijl, geleidelijk ontstaan
  • Progressief
  • Wazig zien, infecties, schimmels
  • Zelden ketoacidose, tenzij infectie, trauma of hartinfarct
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat zijn gevolgen van diabetes?

A

Hartproblemen, vaatproblemen, neuropathie, retinopathie, nierproblemen, blindheid, beroerte, amputatie, kanker

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Hoe reken je mmol/L glucose naar mg/dl glucose?

A

1 mmol/L glucose = 18 mg/dL glucose

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wanneer stel je de diagnose diabetes?

A

Een afwijkende waarde + symptomen of twee afwijkenden waarden

  • Nuchter glucose > 7,0 mmol/L
  • Willekeurig glucose > 11,1 mmol/L
  • HbA1c > 6,5%
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat zijn kenmerken van een orale glucose tolerantie test (OGTT)?

A
  • 75 gram glucose drinken
  • Nuchter en na glucose bloed prikken
  • Bij grenswaarden of zwangerschapsdiabetes
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Wat zijn de mogelijke uitslagen van OGTT?

A
  • Normaal: nuchter < 7,0 en na 2 uur < 7,8
  • Impaired glucose tolerance: nuchter < 7,0 en na 2 uur 7,8-11,0
  • Diabetes mellitus: nuchter > 7,0 en na 2 uur > 11,0
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Wat zijn gevolgen van impaired glucose tolerance?

A

Grotere kans op HVZ en T2DM, maar geen verhoogde kans op microvasculaire complicaties

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat is impaired fasting glucose?

A

Nuchter glucose: 6,1-6,9 mmol/L

- Verhoogde kans op HVZ en T2DM

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Wat is HbA1c?

A

Geglycosyleerd hemoglobine

- Weerspiegeld gemiddelde glucosegehalte in bloed in de afgelopen 6-8 weken

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat zijn normaalwaarden van HbA1c en waarvoor worden deze gebruikt?

A

4-6% ofwel 20-42 mmol/mol

- Monitoren behandeling en diagnostisch

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Bij welke glucosespiegels komt er bloed in de urine en welke transporters proberen dit te voorkomen?

A

Bij glucose > 10-11 mmol/L

- SGLT2 en SGLT1

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Welke microvasculaire complicaties kunnen er optreden bij diabetes?

A

Retinopathie, nefropathie en neuropathie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Waar kunnen macrovasculaire complicaties optreden bij diabetes?

A

Cardiovasculair, cerebrovasculair en perifeer vasculair

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Wanneer ontstaat retinopathie bij de verschillende typen diabetes?

A
  • Type 1: vaak pas na 5 jaar na diagnose

- Type 2: soms al bij diagnose (fundoscopie)

17
Q

Wanneer ontstaat nefropathie bij de verschillende typen diabetes?

A
  • Type 1: na 5-15 jaar

- Type 2: soms al bij diagnose (7%), vaak ook andere oorzaak (o.a. atherosclerose)

18
Q

Wanneer is er sprake van microalbuminurie?

A

Altijd eerst UWI uitsluiten!
3 onderzoeken in periode van 3-6 maanden:
- 30-300 mg/dag albumine in de urine
- Albumine/creatine ratio > 3,5 mg/mmol (vrouwen) of >2,5 mg/mmol (mannen) in een portie urine

19
Q

Welke weefsel raken het eerst beschadigd door hoge glucose waarden?

A

Weefsel met passieve glucose opname/insuline onafhankelijk

20
Q

Welke typen retinopathie zijn er?

A
  • Non-proliferative: microaneurysma’s en exudaten (bijna 100% bij type 1, 80% bij type 2)
  • Proliferative: nieuwe bloedvat vorming door zuurstoftekort die kan eindigen in blindheid
21
Q

Hoe kan diabetes leiden tot nefropathie?

A
  • Beschadiging van glomerulus: zwelling basaal membraan, ECM en endotheel cellen
  • Ischemie
  • Bacteriele infecties door hoge bloedsuiker
22
Q

Hoe kun je microalbuminurie controleren?

A
  • Anti hypertensiva (ACE remmer)
  • Glucose spiegel constant houden
  • Eiwit beperkt dieet
23
Q

Waardoor ontstaat neuropathie?

A
  • Afsluiting van vasa nervorum

- Verstoord metabolisme

24
Q

Hoe verloopt neuropathie bij de verschillende typen diabetes?

A
  • Type 1: vanaf diagnose snelle achteruitgang, daarna langzamer
  • Type 2: vaak al bij diagnose aanwezig, constante achteruitgang
25
Wat zijn gevolgen van verminderd gevoel door diabetes?
- Ulcus, infectie, amputatie - Charcot's athropathie - Hypoglycemie unawareness
26
Welke factoren vergroten de kans op complicaties van type 1 diabetes?
Lang bestaan, roken, man, hypertensie, aanleg, hyperglycemie
27
Wat zijn gevolgen van een scherpe bloedsuiker controle?
- Minder complicaties: korte termijn microvasculair, lange termijn macrovasculair - Hypoglycemie - Gewichtstoename
28
Welke factoren vergroten de kans op complicaties van type 2 diabetes?
Duur, leeftijd, hypertensie, hyperlipidemie, proteinurie, roken, overgewicht
29
Waarin verschillen complicaties van type 2 diabetes van type 1 diabets?
- Vaker macrovasculaire complicaties - Vroeger, waardoor jongere sterfte - Minder effect scherpte bloedsuiker controle, dus andere risicofactoren behandelen
30
Wat zegt de HbA1c waarde over het ontstaan van complicaties?
Hoe hoger HbA1c, hoe meer en hoe sneller complicaties
31
Hoeveel procent van type 1 diabetes patiënten heeft uiteindelijk dialyse nodig?
20-40%
32
Waardoor kan albumine in de urine verhoogd zijn?
UWI, koorts, hoge bloedglucoseconcentraties, zware lichamelijke inspanningen en hartfalen
33
Wat zijn mogelijke gevolgen van obesitas?
- Steatohepatitis/NAFLD - Diabetes type 2 - Kanker: colon, borst etc - Pickwick syndroom: hypoventilatie en slaapapneu - Metabool syndroom - Hypertensie: bij verhoogde vaatweerstand - HVZ