CG/13/b Flashcards Preview

Kunstgesch & CG Ancien Regime > CG/13/b > Flashcards

Flashcards in CG/13/b Deck (22):
1

Waarop waren de katholische Aufklaerer jaloers wat de protestanten betreft?

Hoewel zij in hun geloof van oudsher de mogelijkheden van de menselijke rede optimistischer waardeerden, waren de protestanten religieuze ballast zoals bijgeloof en volksgeloof eerder kwijt.

p452

2

Waar zat het spanningsveld tussen de Aufklaerer en de oude opvatting?

- leergezag paus wel aanvaarden MAAR geen blinde gehoorzaamheid = belediging redelijke natuur mondige mensen
- vernieuwing kerkelijke structuren daarom nodig, meer macht bij bisschoppen
- vnl in kwesties van tucht en liturgie meer autonomie bij parochies en geestelijke herders
- liturgie en sacramentsbediening in volkstaal ipv Latijn (voorkomen verwijt obscurantisme en mechanisch volbrengen rite)

p452-453

3

Welke kritiek van de verlichte katholieken was principieler van aard? Welke stroming mn?

- niet ratio versus revelatio & traditio maar kritiek op elementen uit kerkelijke overlevering met beroep op openbaring of eerste christendom (bv vrijwill armoede, vrijheid van meningsuiting)

p453

4

Welke raakvlakken ('oecumenisch') had de kath Aufklaerung met de Reformatie?

- strijd tegen bijgeloof --> gespiritualiseerde godsdienst
- verzet tegen autocratische, ultramontaanse gezagsuitoefening
- pleidooi invoering volkstaal in eredienst
- verwantschap met vroege christendom

p453

5

Zou, volgens de auteur, de kath Verlichting tzt kunnen samenvallen met de protestantse Verlichting?

Nee
- doet geen recht aan eigen karakter kath Verlichting
- prot Verl geen ideaaltypisch resultaat waarop alle chr-verlichte inspanningen op zouden zijn gericht
- geen onpartijdig eindpunt: spanning tussen rede en openbaring zorgde voor dynamiek en niet onpartijdig.

p453

6

Waardoor raakte het eigen karakter van de prot Verlichting verzwakt tov de kath Aufklaerung?

de dynamiek tussen de belijdenisgeschriften (vastgelegde interpretatie vd openbaring, 'papieren pausen') en de toenemende tolerantie tav dogma.

p454

7

Het draaide in de prot Verlichting niet om kerkelijke instellingen. Waar om dan wel?

Het verlichte verstaan van de Schrift alleen, door geestelijken en leken.

p454

8

Een overeenkomst tussen kath en prot was hun strijd tegen obscurantisme. Waar scheidden hun wegen?

Het in handen geven van de bijbel van leken. Daardoor had prot een breder draagvlak (kath Aufkl eigenlijk een aan leken opgelegde zaak)

p453

9

Wat is pietisme?

protestantse geloofsstroming (laat 17e S) die beleven van godsdienst met het innerlijk en de daad stimuleerde. Gaven voorrang aan praxis pietatis boven dogmatische begrippen (erfzonde, predestinatie). Hierdoor integratie van christelijke en verlichte elementen mogelijk. Wilden niet veel weten van religieus enthousiame of godsdienstige gevoeligheid.

p454

10

Deed de verschuiving van dogmatiek naar ethiek zich alleen bij Duitse pietisten voor?

Nee, ook bij andere reli groeperingen. Dus verbintenis tussen Verlichting en christendom is internationaal fenomeen van moderate Enlightenment.

p455

11

Mag het Nederlands pietisme als een nationale karakteristiek beschouwd worden?

Nee
- invloed pietisme te gering
- twee soorten pietisme:
. stroming voortgekomen uit 17e eeuws trad-geref bevindelijkheid (stonden niet open voor verlichte invloeden)
. minder dogmatische variant

p455

12

In de 18e S deed zich in Nl een econ neergang voor. Hierdoor ontstond een zeer Nederlandse reactie op buitenlandse verlichte denkers. Welke?

- het econ verval werd gezien als een verloedering van oudvaderlandse deugden uit de Gouden Eeuw (mn spectatoriale tijdschriften meetten dat breed uit)
- de culturele, godsdienstige, economische en politieke bloei van de Gouden Eeuw was nog maar kort geleden en tastbaar.
- hierdoor sloot geletterde elite zich af van alles wat onverenigbaar leek met dit ideaal, want Nl godsdienst, ethiek en welvaren werden nauw in elkaar samenhang bezien.
- daardoor werd opbouw zedenleer onafhankelijk van religie door philosophes als onwenselijk gezien

Wellicht zijn Nederlanders in 18e S daardoor zo weinig ontvankelijk geweest voor radicaal-verlichte invloeden.

p456

13

Welk kenmerk is gemeenschappelijk voor de Verlichting in Europa?

De overwegend christelijke toonzetting van de Verlichting

p457

14

Is het ontbreken van een radicale Verlichting in Ned een nationaal kenmerk van die Verlichting?

nee, denkbeelden philosophes zijn uitzonderingen

p456

15

De auteurs wijst op een belangrijke herwaardering van de 18e S. Waarom?

Deze periode werd vaak afgedaan als een tijd van verval; in de pruikentijd hooguit een receptieve, nauwelijks creatieve rol.

p457

16

Wat leverde de 'ontdekking' van de christelijke Verlichting in de 18e S op?

blijken van culturele vitaliteit:
- sterke groei lezerspubliek
- vooraantstaande positie Ned natuurwetenschappen

populariteit van fysicotheologie in Nl groot:
- dus Ned had aansluiting bij de moderate Enlightenment

p457

17

In de tweede helft van de 18e S konden godsdienst en natuurwetenschap harmonieus samengaan; brede aandacht voor. Maar raakte een beetje sleets: waardoor?

1) fysicotheologisch gedachtengoed populair maar vaak apologetisch ingezet --> verloor authenticiteit
2) utilitaire natuurkundige weten werd soms belangrijker dan geloven.

p458

18

Het eerste criterium van internationale christelijke Verlichting, fysicotheologie blijft intact, maar er kan wel een kanttekening gemaakt worden. Welke?

Dat in het laatste kwart van de 18e S dissenters zoveel autonomie aan de rede gunnen dat deze eerder als een filter dan een ondersteuning van de openbaring werkte (Konijnenburg, Van Hemert).
Het op rationalistische wijze doen van bijbelexegese heeft accommodatietheorie (Van Hemert: Christus heeft concessies gedaan aan toenmalige volksgeloof, dat moet op rationalistische wijze worden uitgelegd).
Er was geen regelrechte afwijzing van geopenbaarde godsdienst.

p458

19

Het tweede criterium van een internationale christelijke Verlichting is het optimistischer mensbeeld. Voldeed de Ned cultuur hieraan?

Ja, ruimschoots.
Liever oorzaak wreedheid zoeken in verkeerde opvoeding dan erfzonde.
Deugdzaamheid was aan te leren, dus grondige verbetering onderwijs.

p458

20

Door wiens denkbeelden waren de hervormers in Nl op het gebied van onderwijs vooral geinspireerd?

Locke en filantropijnen

p458

21

Noem een aantal terreinen waarop het positiever mensbeeld directe uitwerkingen had

- Onderwijs
- Niet straffen maar zedelijke verbetering (middelen Oude Testament ongeschikt)
- rechtsgang (pijnbank)
- verbeterde armenzorg
- dierenbescherming
- drenkelingen redden
- doofstommen-instituut

p461

22

De auteur noemt de 18e S meer dan de eeuw van de rede. Wat nog meer?

- ook (humanitair) gevoel (vnl na 1760)
- vooral rede en openbaring beide

p461