KG/15/a Flashcards Preview

Kunstgesch & CG Ancien Regime > KG/15/a > Flashcards

Flashcards in KG/15/a Deck (22):
0

Waarom noemde Vincent Van Gogh impressionisme leugens?

Impressionisten schilderden direct tegenover hun motief (vaak plein air) en gaven een stemming (Haagse School) en impressie (impressionisten) van de werkelijkheid die in hen opgeroepen werd, weer. Hun werkelijkheid, een vertekening naar beste inzicht, met een eigen aanzien.
Leugens maar waarder dan de letterlijke waarheid, aldus Van Gogh

p341

1

Welke artikelen waren onmisbaar bij het schilderen en plein air?

- verf in tubes (uitdrogen)
- parasol (niet al te donkere kleuren gebruiken ivm schelle licht)

p342

2

Waarom gingen Parijse schilders naar Barbizon?

- warme drukke stad ontvluchten
- naar de natuur te kunnen werken
- goedkoper dan de stad
- ontmoetingsplek

p342

3

Wat was de invloed van de 17e eeuwse Hollandse schilderkunst op de School van Barbizon?

De Hollandse landschappen waren in vroege 19e S populair in Fr. De SvB leerden van de Holl landschappen de natuur op een andere manier te bekijken, meer natuurgetrouw weer te geven, minder geidealiseerd. In Parijs waren vele voorbeelden voor hen te vinden (Van Ruisdael, Hobbema, Cuyp, Rembrandt eva)

p342

4

Wat vond de School van Barbizon (bijv Corot, Daubigny, Millet, Rousseau) van 'De Hooiwagen' van Constable?

Dat was een rechtvaardiging van hun visie dat landschappen waarheidsgetrouwer mochten zijn. Het schilderij van 1810 werd in 1824 geexposeerd in Parijs en in jaren 30 was er veel werk van Constable te verkrijgen.

p342

5

Wat vond de criticus Baudelaire van de losse penseeltoets en verwaarlozing van vorm en detail van de Barbizon-kunstenaars?

Het deed afbreuk aan de waarheid, miste poezie en verbeeldingskracht. Een eenvoudige studie, gehouden voor een compositie.

Deze mening werd ingehaald want in steeds grotere kring vond de directheid en het schijnbare gebrek aan idealisering mooi.

De compositie werd vaak verlevendigd met een klein kleurig detail.

De plein-air werken gingen vooralsnog niet naar de Salons.

p343

6

Was is academische schilderkunst?

Het is vernoemd naar de Academie des Beaux Arts
- les aan de Ecole des Beaux-Arts
- lessen aan atelier vooraanstaande kunstenaar
- kopieren stukken uit klassieke oudheid en meesters van de renaissance
- belangrijkste genre is historiestuk (historische, mythologische of religieuze, melodramatische scenes op groot formaat)
- vaak niet in particulier bezit maar staat
- classicistische stijl
- Fini: als elk onderdeel direct leesbaar is, laat weinig te raden over
- vrouwenlichaam verheven tot ideale schoonheid

p344

7

Beschrijf het nut, karakter en ondergang van de Salon

De Grand Salon (Louvre) en later Palais de l'Industrie waren jaarlijks het toneel van grote (duizenden alfabetisch opgehangen werken) kunsttentoonstellingen. Er kwamen vele honderdduizenden bezoekers op af. Voor schilders de kans op gekocht te worden (door staat of particulier) of om staatsopdrachten te krijgen. Publiciteit was daarom belangrijk voor de kunstenaars. De samenstelling van het tentoongestelde werk werd bepaald door een jury die voornamelijk door leden van de Academie des Beaux-Arts.
De Salon had een aanzuigende werking op een nieuw en groter koperspubliek. Dat werd uiteindelijk diens ondergang, want door de groei van de kunsthandel konden mensen ook in galeries gaan kijken ipv de overvolle Salon. In 1881 trok de staat haar handen er van af.

p346

8

Was de Salon des Refusés (1863) een overwinning van de avant-garde?

Nee, de gemiddelde kwaliteit van het - door deels academische schilders - vervaardigde werk was laag - niet voor niets afgewezen.
Pissarro, Cezanne, Jongkind, Manet hingen er evenwel ook.

p346

9

Hoe werd Manet's Dejeuner sur l'Herbe ontvangen?

Met afkeer en hilariteit. Zijn vrouwelijk naakt was realistisch itt de klassieke, perfecte schoonheid.
- te schetsmatig
- protest van Manet tegen alle venussen op de tentoonstellingen
- naakte vrouw in alledaagse context
- houding minder passief dan venussen; ze kijkt de beschouwer zelfbewust aan (lastig voor voyeurs)

p346
p165 syll

10

De belangstelling verschoof in de loop van de 19e S van het historiestuk naar het genrestuk. Wat is een genrestuk en hoe werden deze (ook) verspreid?

- kleiner en aantrekkelijker
- realistisch aandoend
- verhalend
- uit dagelijks leven
- sentimenteel, maar minder pathetisch dan historiestuk
- moest toeschouwer roeren

- werden in grote oplage in fotografische reproductie verspreid

11

Welke reacties viel 'Het Atelier, een echte allegorie...' (Courbet) ten deel?

Het werd door zijn realisme als schokkend ervaren (laagste sociale klassen, niets verhullende weergave, geen verfraaiingen). Geen heroiek of idealisering, heel erg groot (bijna 4 x 6).
Geweigerd op de Salon, want Courbet was aanhanger van de 1848 revolutie geweest). Tentoongesteld door schilder zelf op Wereldtentoonstelling 1849.

p346-347

12

De impressionisten gebruikten een genre dat als een fusie tussen het landschap en het figuurstuk beschouwd kan worden. Vertel over deze methode

Het werd plein air geschilderd (Dejeuner sur l'herbe in atelier)
Femmes au jardin (Renoir, 1873) was een voorstelling van vrouwen in een zonnige tuin. Gewaagd: scherpe scheiding van licht en schaduw op witte jurk voorgrond en lichtvlekken op gebladerte. Het lijkt een momentopname, is het niet.
Geweigerd voor Salon ivm schilderkunstige aspecten en forse schetsmatige penseelstreek

p348

13

'Effet' en 'impression' komen steeds vaker voor in titels van werken. Waar refereerden die woorden aan?

- weergave moest zoveel mogelijk momentgebonden zijn
- eigen ervaring van de werkelijkheid
- onderwerp kan bijzaak zijn, subjectieve impressie van het moment belangrijker

p348-349

14

Wat bedoelden Constable en de impressionisten met 'lokale kleur' en waar liep hun schilderstijl uit elkaar?

lokale kleur (een specifieke lokatie/plek) verandert onder invloed van het licht. Gras is heldergroen, donkergroen, bijna geel of wit. Schaduwen niet grijs maar hebben complementaire kleuren zoals blauwpaars en groenig.

De impressionisten schilderden de kleur die ze zagen, vergeleken met Constable schilderden ze met lichter palet en lossere toets.

p349

15

Wie zaten er achter de Societe anonyme des artistes, peintres etc (1874) en wat deed de Societe?

- de Societe is een reactie op het onvoorspelbare systeem van toelating van werk tot de Salon
- organiseren tentoonstelling, los van de Salon
- in totaal acht
- zoveel mogelijk deelnemers om kosten te drukken
- stijl en kwaliteit kon uiteen lopen
- geen homogeniteit, wel vrolijke taferelen van huiselijkheid, stadsleven en buitenleven in lichte, heldere tinten

- Monet, Pissarro, Degas, Renoir, Sisley, Morisot

p350

16

Wat vonden de critici van de tentoonstellingen van de Societe?

- Schamper en negatief: 'impressionisten'. Dat werd de geuzennaam.
- Zola: herkende het realisme van zijn eigen romans (naturalisme). 'Een kunstwerk is een hoekje van de schepping gezien door een temperament'.

p350

17

Wat maakt een schilder tot een impressionist?

- stijl en thematiek zou kunnen
- deelname aan tentoonstelling? Nee, Pissarro deed alle 8, Manet er niet 1, Cezanne maar 1 keer
- Eenheid of 1 achterliggende gedachte: nee - onafhankelijken, realisten, impressionisten
- Ver verwijderd van academische schilderkunst: ja, een nieuwe schildertechniek in schilderwijze, techniek en onderwerpskeuze. Nieuwe interpretatie van de werkelijkheid en vrijheid van de kunstenaar hadden grote gevolgen voor ontwikkeling vd kunst.

p351

18

Gebruikten de Barbizon-schilders de fotografie?

Ja als geheugensteuntje (Corot, effecten zoals foto's op glasplaten) en Courbet (harde werkelijkheid toe te schrijven aan niet-selectieve oog van de camera).

p351

19

Welke kritiek was er op de fotogratie als portret?

onpersoonlijk en zielloos itt persoonlijke beleving en weergave van een schilder

p351

20

Hoe hielp de fotografie kunstenaars?

- geheugensteun
- loslaten conventies (vervaging door beweging imiteren; straatbeeld van bovenaf)

p351

21

De hogere sluitertijd waardoor de snapshot mogelijk werd (1858) leverde twee interessante vernieuwingen op. Welke?

Stereofotografie: verschillende gezichtspunten krijgen diepte en door de snelheid van de opname figuren half vastleggen (Degas, Koets bij paardenrennen)
Edward Muybridge: fotograaf die renpaarden in volle galop fotografeerde - hoe bewegen ze echt? (Degas gebruikt dit in zijn schilderijen van racewedstrijden.

p352