College 10: Zijn en grond Flashcards Preview

metafysica > College 10: Zijn en grond > Flashcards

Flashcards in College 10: Zijn en grond Deck (23)
Loading flashcards...
1

Wat zijn de basale motieven?

Als we het hebben over zijn en grond hebben we het meestal over de basale motieven van de filosofie. Die basale motieven zijn overgenomen door de wetenschap. Je mag niet zomaar iets beweren, je moet gronden geven waarmee je laat zien waarom je uitspraak waar is. Het idee is dat je niet zomaar iets mag beweren is het basisprincipe waarop wetenschap gebouwd is. Dit principe komt tot stand bij godsbewijzen opstellen het beginsel van voldoende grond van Leibniz.

2

Wat is ontotheologie?

Ontologie + theologie: wat is het zijn?
Het idee is om te kijken naar het hoogste zijn en dat is God.

3

Waarom zou je de vraag naar het zijn willen beantwoorden met het hoogste zijnde?

Als je wil weten wat zijn is, dan moet je kijken naar het zijnde in volle glorie. Dat zijnde is door de traditie God genoemd. Maar er is nog een andere reden waarom we naar de theologie moeten kijken. De metafysica is in eerste instantie gericht op de oorzaak. Als je inzicht krijgt in het bestaan van de eerste oorzaak, dan kun je ook iets zeggen over de werkelijkheid zelf. We zijn immers op zoek naar de eerste of laatste grond. Dus het is wel handig om te bewijzen dat de eerste oorzaak bestaat, want dan bestaat de werkelijkheid ook. De vraag naar God als vraag naar de grond van al wat er is, is de waarborg van het hele project.

4

Wat is Aristoteles' onbewogen beweger?

Alles sterft naar en wordt aangetrokken door deze ultieme oorzaak. De grond van de werkelijkheid is puur redelijkheid. Die onbewogen beweger van Aristoteles is namelijk intelligent. Doordat de hoogste oorzaak intelligent is, is de werkelijkheid ook intelligibel. Daarom is het streven naar het kennen van de werkelijkheid niet zinloos.

5

Wat kunnen we afleiden van Godsbewijzen?

Er zijn verschillende manieren om God te bewijzen. Ze worden beïnvloed door hun christelijke achtergrond. Tegelijkertijd zit er een metafysisch belang aanvalt. Kunnen we de eerste oorzaak inzien? God is bij christelijk denken de doeloorzaak en de werkoorzaak, want God heeft de wereld geschapen. Je ziet in Godsbewijzen dat de filosofie geleid wordt door een impuls om de ultieme grond van de werkelijkheid te vinden. Daarmee betoogd de filosofie dat de werkelijkheid als zodanig begrepen kan worden. Dit standpunt wordt uitdrukkelijk ter woorden gebracht door Leibniz.

6

Welke subject-object verhouding komt tot stand bij Leibniz?

Als we willen weten waarom een ding is zoals het is, moeten we op zoek gaan naar de oorzaak, de grond. God speelt hier de rol van degene die de mogelijkheid van kennis van de werkelijkheid heeft. De mens heeft slechts beperkte kennis, maar God is de absolute kenner. Aan het ultieme kennen, kunnen rederen over waarom iets is, zoals het is worden, toegekend aan de absolute kenner. In de formulering van Leibniz zien we de subject-object verhouding. Er is een object, een ding dat bestaat, daarvan willen we weten (subject) waarom het zo is. De redenen moeten bekend worden voor het subject.

7

Waarom is er iets en niet niets?

Om die vraag te kunnen beantwoorden hebben we het beginsel van voldoende grond nodig. Eerst gebruiken we het beginsel van voldoende grond om te kunnen spreken van bestaan van iets en daarna moeten we specifiek de redenen of de oorzaken kunnen aanwijzen van het bestaan van de dingen.

8

Wat gebeurt er als we het beginsel van voldoende grond aannemen?

Leibniz gaat een reeks van opeenvolgende dingen (zijnde) beschrijven. Hij begint met bewegingen. De huidige beweging gaat terug op een eerdere beweging die die beweging in elkaar heeft gezet. Zo kom je terecht in een keten van bewegingen die elkaar in gang zetten. Je kunt geen oneindig keten van oorzaak en gevolg hebben. Die moet ergens stoppen, dus er moet een eerste beginsel zijn. Als we op zoek zijn naar het principe van voldoende grond, kunnen we ook niet in die oneindige keten zoeken. De reden voor het bestaan van God zit in dat zijnde zelf. Je ziet dat als je het beginsel van voldoende goed aanneemt, je terugkomt bij het bestaan van God. Het beginsel van voldoende goed leidt tot het bestaan van God. God is de drager van het beginsel van voldoende goed. Metafysisch gezien verwijst het beginsel van voldoende grond naar de eerste oorzaak (soort godsbegrip).

9

Waarom moeten we een reden vinden dat God de beste wereld van alle werelden heeft geschapen?

God is de schepper die willekeurig een wereld kan creëren. Waarom heeft hij deze dan gemaakt? Er bestaat slechts één werkelijkheid in de oneindigheid van alle mogelijke werelden. Het bewijs dat wij in de beste wereld leven is gebaseerd op het beginsel van voldoende grond. We moeten een reden vinden waarom God deze wereld heeft gekozen in plaats van een van de andere mogelijke werelden.

10

Hoe creëert God de beste wereld?

Mogelijke werelden bestaan uit mogelijke zijnde die willen bestaan. Ze claimen het recht op bestaan. God moet een beslissing nemen en gaat die claims met elkaar afwegen. God gaat kijken hoe die volmaaktheid van de zijnde past bij de werkelijkheid die God gaat scheppen. Die zijnde kunnen niet allemaal worden toegekend aan de wereld. De enige voor de hand liggende reden die we kunnen bedenken is dat we moeten uitrekenen welke wereld er het beste aan toe is. Het wordt een soort van optimalisatieprobleem gegeven door de zijsclaims. Het gaat om de claims die de zo goed mogelijk aan de optimale wereld kunnen voldoen.

11

Wat moet God bezitten om de beste wereld van alle mogelijke werelden te maken?

God moet intelligent zijn op de optimale toestand te kennen, anders kan hij die optimale toestand ook niet maken. God moet ook goed genoeg zijn. Hij heeft een wil, hij wil graag de beste van alle werelden scheppen. Als je zegt dat God niet volmaakt is en niet de beste intentie had met deze wereld, doe je geen recht aan de goedheid van God. De wil om goed te zijn is een soort noodzakelijk ingrediënt voor het beginsel van voldoende grond. De wil van God is ook een oorzaak en de gerichtheid van de wil van God op goedheid is ook van belang. Daarnaast moet God almachtig zijn, hij de wereld ook kunnen maken. Dus kennis, wil en vermogen moet optimaal zijn wil God de beste wereld kunnen scheppen.

12

Welk bezwaar kun je maken op de beste wereld van alle mogelijke werelden?

Als God de beste wereld van alle mogelijke werelden heeft geschapen, waarom zijn er dan nog natuurrampen en andere verschikkelijkheden in de wereld? Voltaire maakt onder andere gebruik van een voorbeeld van de aardbeving in Lissabon.

13

Wie is Dilthey?

Dilthey is een belangrijk figuur in de geesteswetenschappen. Hij heeft aandacht voor het feit dat mensen historisch bepaalde wezens zijn en daar conclusies uit willen trekken. Als we kijken naar de metafysica is dat dan geesteswetenschappen of natuurwetenschappen?

14

Wat zegt Dilthey over proposities?

Normaal gesproken denken we dat proposities iets zeggen over de werkelijkheid. Dilthey gaat iets anders doen. Hij gaat de metafysische propositie niet lezen als een overeenstemming met de werkelijkheid. Hij wil juist de betekenis van de metafysische propositie weten. Als ik vraag naar de betekenis van een tekst, dan vraag ik naar hetgeen de auteur in die tekst tot uitdrukking wil brengen (hermeuntiek). De mens heeft een bewustzijnsleven en dat drukken wij ook in de cultuur uit. Dat bewustzijnsleven is uniek, maar wordt ook bepaald door de culturele context waarin wij leven. Als ik een tekst interpreteer probeer ik toegang te krijgen tot het leven dat zich uitdrukt in de tekst.

15

Wat gebeurt er als we metafysische proposities lezen als mislukte kunstwerken?

Dan lezen we proposities als kunstwerken die denken dat ze iets zeggen over de werkelijkheid, maar dat niet doen. Dan moet ik vragen wat die propositie betekent, welk leven is tot uitdrukking gekomen in die propositie? Welke wereld wordt beschouwd? Er komt een verschil tussen de natuurwetenschappen en de levensbeschouwing. Volgens Dilthey behoort metafysica tot de levensbeschouwing, want uitspraken over God behoren niet tot de natuurwetenschappen. De wijze waarop metafysici omgaan met de vraag of God bestaat geeft uitdrukking aan de levensbeschouwing dat de werkelijkheid in zichzelf redelijk en geordend is.

16

Wat is het basale punt van Dilthey?

Metafysica presenteert zich als kennis, maar is geen kennis. Daarmee volgt hij Kants standpunt (metafysische proposities zijn onzin). Metafysica is wel een uitdrukking van het leven, een soort levensbeschouwing. In ultieme zin komt dit leven tot uitdrukking in kunst. De metafysische propositie presenteert zich als kennis, maar is geen kennis.

17

Waarom is het beginsel van voldoende grond een metafysisch principe?

Alles wat bestaat heeft een redelijke orde, waarvan we de gronden kunnen aangeven. De structuur van gronden en redenen vormt de samenhang in de natuur en het is het principe van denken. Het denken gebruik het beginsel van voldoende grond in zijn bestudering van de werkelijkheid. In het beginsel van de grond komt de eigen aard van de metafysica naar boven. Het is een metafysisch beginsel dat iets zegt over de relatie tussen denken en zijn. Het is iets van de werkelijkheid zelf, de dingen hebben echt ontologisch een grond die verklaard hoe ze zijn en waarom ze zijn. Dit is Diltheys analyse van de rol van het beginsel van de metafysica.

18

Met welk ander beginsel functioneert het beginsel van voldoende grond bij Leibniz?

Het steekt steeds op naast het contradicitebeginsel (A en niet A kunnen niet tegelijkterijd waar zijn).

19

Wat is het verschil tussen de God van Leibniz en Aristoteles' onbewogen beweger?

Leibniz' God kent de werkelijkheid, hij kent niet alleen het algemene, maar ook het individuele. Aristoteles zegt dat kennis gaat over het algemene. We kunnen in het algemeen zeggen dat mensen bijv. sterfelijk zijn. Maar hoe een of ander mens zou sterven dat weten we niet, dat is iets bijkomstig/accidenteel. Daarover hebben we geen kennis. Het algemene kunnen we kennen, dat bestaat uit noodzakelijke en het regelmatige. Volgens Leibniz kunnen we alles precies kennen. Alles is opgenomen in een oorzaak en gevolg keten. Er is dus een verschil tussen de reikwijdte in het beginsel van voldoende grond en de opvatting van Aristoteles' onbewogen beweger.

20

Hoe geeft Dilthey kritiek op de waarheid van de metafysica?

Hij maakt gebruik van de tegenstelling van logisch en metafysisch. Logische wetten kunnen we niet ontsnappen en moeten we altijd denken. Maar bij metafysica laten we ons leiden door veronderstellingen die betwijfeld kunnen worden. Logische wetten zijn noodzakelijk, dus kunnen we niet betwijfelen.

21

Waarom kunnen we het beginsel van contradictie niet onttrekken?

Wanneer we iets beweren, moet het in overeenstemming zijn met het contradictieprincipe. Als ik erachter kom dat een uitspraak van mij niet in overeenstemming is met het contradictieprincipe met ik die uitspraak herzien. Als een bewering ermee in strijd is dan is het niet meer waar. Alle wetten en alle zekerheid staat onder controle van deze denkwet. Het gaat er niet om of we die wet willen toepassen, maar als we iets beweren doen we dat op grond van die wet. Die wet zal altijd gelden, het is een universele denkwet.

22

Gaan metafysische wetten en het beginsel van voldoende grond samen?

nee, dat heeft niet dezelfde plaats in ons denken. In de geschiedenis van de mens is dat metafysisch denken blijven hangen, vanaf de oude Grieken. De mythische mens laat zich in zijn levensbeschouwing leiden door verhalen van mythes. Daar breekt de filosofie mee. De Goden uit het mythische wereldbeeld zijn onberekenbaar, ze kunnen via willekeur een ander beeld aan de werkelijkheid geven. De God van Leibniz daarentegen is betrouwbaar. Als we net zo slim waren als die God zouden we zijn denkstappen kunnen natellen. De mythische mens laat zich niet leiden door het contradictieprincipe. Het hoort niet bij zijn levensbeschouwing (van chaos). Hij gaat door met argumenten over het deterministische beeld van Leibniz en dat dat niet voor alle tijdperken geldt. De wijze waarop Leibniz denkt over het voldoende grond is modern. Dat is niet altijd voor iedereen het beeld geweest. Dus hoe Leibniz het formuleert is een levensbeschouwing!

23

Welke onderscheid maakt Dilthey tussen wiskunde en metafyisca?

Als we aan wiskunde doen hebben we vaste begrippen. Maar bij metafysica hebben we geen harde wetenschappelijke kern in begrippen. In die begrippen zit een bepaalde vaagheid. De werken van de metafysische auteurs moet je zien als een kunstwerk waarin een begrip wordt uitgedrukt op grond van een levensbeschouwing.