College 11: Heidegger: Der Satz vom Grund Flashcards Preview

metafysica > College 11: Heidegger: Der Satz vom Grund > Flashcards

Flashcards in College 11: Heidegger: Der Satz vom Grund Deck (30)
Loading flashcards...
1

Wat gebeurt er in het eerste deel van de tekst?

In het eerste deel probeert hij het beginsel van voldoende grond van Leibniz uit te leggen.

2

Wat gebeurt er in het tweede deel van de tekst?

Hij bespreekt een cultuurfilosofische beschouwing. De tekst is geschreven in de jaren 50, waarbij mensen in aanraking kwamen met de kracht van atomen. De atoomenergie is in die tijd vooral een schokkend vraagstuk. Mensen kwamen erachter wat het uitdrukken van natuurwetenschappen in techniek wat dat kan veroorzaken in de werkelijkheid. Metafysica is dus niet iets onschuldigs, maar het doet iets met hoe wij naar de werkelijkheid kijken en wat wij met de werkelijkheid doen.

3

Wat gebeurt er in het derde deel van tekst?

In het laatste deel van de tekst gaat hij het beginsel van voldoende grond op een andere manier beluisteren. In de metafysica wordt het gezien als een beginsel voor wat geldt als het zijnde.

4

Welk gevaar brengt het principe van voldoende grond met zich mee?

Door te luisteren naar het beginsel van voldoende grond op de manier van Leibniz komen we uit bij een cultuurfilosofische analyse en ontdekken we de atoomenergie en de atoombom. Als we de werkelijkheid uitrekenen denken we dat we de werkelijkheid tot onze hand kunnen zetten. Maar wat blijkt een product ervan te zijn: een vernietigend wapen. In ons streven om heer en meester te worden van de werkelijkheid en de onzekerheid uit de weg te bannen, kunnen we iets vinden dat zijn eigen gevaar en fundamentele onzekerheid met zich meebrengt.

5

Wat is het verschil tussen Heidegger en Dilthey?

Heidegger wil laten zien waarom die stelling van voldoende grond op een alledaagse manier zich in eerste instantie aan ons voordoet. Vanuit daar willen we het algemene metafysische destilleren. Dilthey daarentegen zegt dat de mythische mens dat onzin zou vinden. De Goden zijn willekeurig, de werkelijkheid is niet systematisch of geordend. In onze omgang met de werkelijkheid lijkt volgens Heidegger al iets van beginsel van voldoende grond werkzaam te zijn. Laten we proberen te denken in de positie waarin wij ons bevinden (waarin we geworpen zijn) We zijn volgens Heidegger gedwongen om vanuit die positie te kijken.

6

Wat doen we als we kijken naar de wereld om ons heen?

Dan zijn we op zoek naar gronden. We denken dat onze handelingen worden geleid door een wil en die wil heeft motieven die ons gedrag begronden (redenen hiervoor geven). Soms gaan we op zoek naar diepere gronden.

7

Wat is het beginsel van voldoende grond volgens Heidegger?

Heidegger wil laten zien dat het principe van voldoende grond gefundeerd zit in het alledaagse menselijke bestaan. Het is een vanzelfsprekend beginsel. Het is direct toegankelijk en we weten al wat we ermee bedoelen. Daarom zien we het ook niet als een wet of principe. Het beginsel van voldoende grond was altijd al werkzaam in de filosofie, maar het duurde heel lang voordat iemand het formuleerden (lange incubatietijd). Als iets zo vanzelfsprekend is, hoe kun je er een filosofische vraag over stellen? Heidegger wil het vanzelfsprekend tot een vraag maken. In plaats van een metafysisch oordeel over de werkelijkheid is het een vooroordeel over hoe wij de werkelijkheid beschouwen.

8

Welke drie vragen stelt Leibniz over het beginsel van voldoende grond?

1. Waarvoor is de terug te geven grond telkens grond (waar zoeken we een grond voor)?
2. Waarom moet die grond worden teruggegeven?
3. Waaraan of aan wie wordt de grond teruggegeven?

9

Waarvoor is de terug te geven grond telkens grond?

Volgens Heidegger heeft het met waarheid te maken. Om waarheid vast te stellen hebben we een grond nodig, waarheid is pas waarheid als we grond kunnen aannemen. Bij Leibniz zitten we bij de correspondentietheorie van waarheid. Waarheid is bij Leibniz steeds een ware propositie, een juist oordeel. Een oordeel is een verbinding van het gezegde met datgene waarover het gezegd wordt. Een oordeel is een verbinding van een onderwerp met een gezegde. De basis, de grond van het oordeel, brengt het subject en het predikaat bij elkaar.

10

Waarom staat het woord rekenschap bij het beginsel van voldoende grond bij Leibniz centraal?

Als ik de uitspraak doe: het bord is wit, dan leg je rekenschap op door te zeggen "kijk maar". Heidegger gaat spelen in de taal met het woord rekenschap. De grond, het rekenschap, het afleggen van iets maakt een propositie tot een ware propositie. Als je de grond van een propositie kunt aangeven, dan is de propositie waar.

11

Waarom moet die grond worden teruggegeven?

Anders is het oordeel ongegrond, omdat de waarheid nooit is vastgesteld. Als er geen rekenschap van is afgeleid kunnen we er ook niet op rekenen. De waarheid moet vastgelegd worden op grond van de grond en dan kun je erop verder bouwen. Als je een keer iets hebt vastgesteld kunnen anderen wetenschappers daarop verder gaan. (Dit principe is namelijk erg bekend onder de wetenschappen).

12

Waaraan of aan wie wordt de grond gegeven?

Aan de mens als subject. Hier ontstaat het bekende plaatje van de moderne filosofie: de mens kent de wereld door voorstellingen te maken van die wereld. Het is iets naar de mens toe vertegenwoordigd stellen. Het zijnde wordt klaargemaakt om voor het kennende subject te verschijnen. Aan de mens moet van een propositie rekenschap worden afgelegd. De mens moet kunnen rekenen op de vastgestelde proposities. Proposities zeggen iets over de werkelijkheid en als grond daarvan is vastgesteld, kan de mens ermee rekenen.

13

Hoe wil de mens grip krijgen op de werkelijkheid?

Door ware proposities te formuleren die onbetwijfelbaar zijn op het moment dat we er de gronden van hebben aangegeven. Het zijnde verschijnt als object waarvan gronde gegeven kunnen worden. We kunnen de waarheid vaststellen door de gronde aan te geven. We beschikken over het zijnde als object waar we ware oordelen over hebben geformuleerd. We werken hier toe naar een theorie waarbij de mens heer en meester over het zijnde wil zijn.

14

Wanneer is de wekelijkheid vervolmaakt?

Het heeft alleen nog te maken met het volkomen van doorzichtigheid en volkomen in de grip gekomen van het subject dat de werkelijkheid wil kennen (perfectio). Als we precies weten waarom een zijnde is en waarom het is zoals het is, dan hebben we het zijnde echt vastgesteld. Dan hoeven we er niet meer aan te twijfelen. Het is dan helemaal zeker en in onze greep. Als we rekenschap hebben afgelegd van een object dan kunnen we ermee gaan rekenen en er rekening mee houden.

15

Wat is alles dat bestaat volgens Leibniz?

Berekenbaar. Het wordt een criterium voor wat geldt als zijn. De stelling van voldoende grond zegt wat voor een zijnde kan doorgaan. Werkelijkheid is datgene dat uitgerekend kan worden en het moet verschijnen voor het menselijk subject. Dat gebeurt via proposities.

16

Welke rol heeft het beginsel van voldoende grond in de geschiedenis van de filosofie?

Het beginsel van voldoende grond heeft geheerst tijdens de geschiedenis van de filosofie. Vanaf de formulering van Leibniz over het beginsel van voldoende grond lijkt het echter krachtiger geworden. Bij Aristoteles werkt de uitspraak slechts goed over het algemeen en de onbewogen beweger. Nee, alles valt niet onder het grondbeginsel. Het doet iets met de dingen in de wereld. Alles wat wij benaderen als subject behandelen we vanuit de bril van het beginsel van voldoende grond.

17

Welke invloed heeft techniek op de omgang met de werkelijkheid volgens Heidegger?

Ons gebruik van techniek heeft vooral tegenwoordig een enorme impact op de aarde, maar wij hebben daar geen kennis van. Het heeft een bepaalde ontworteling, we hebben er geen kennis over. Heidegger suggereert dat het beginsel sterker geworden is en vanzelfsprekender. Daardoor hebben we minder de neiging om erover na te denken.

18

Wat doet techniek volgens Heidegger?

De perfectie van de moderne techniek bestaat in de volledigheid in de berekenbare vaststelling van objecten, het rekenen met die objecten en het zich verzekeren van de berekenbaarheid van de rekenmogelijkheden. Het is een uitbreiding van het via rekenen grip krijgen op de wereld. Het is grip krijgen op de werkelijkheid zelf. Dat streeft de techniek na. De techniek is alleen maar de manifestatie van de betekenis van de werkelijkheid dat in het beginsel van voldoende grond naar voren komt.

19

Welk verband is er tussen techniek en wetenschappen?

Heidegger zou zeggen dat wetenschap die natuur wil beschrijven en de techniek zo voorbereid. Dat past goed bij hoe de wetenschap omgaat met de techniek tegenwoordig. Het streeft ernaar de werkelijkheid te kennen via de techniek.

20

Welk onderscheid maakt Heidegger?

Hören en hörig sein: luisteren en gehorig zijn. De mens wordt een gehorige die alleen maar de wil van het beginsel van voldoende grond volgt, terwijl Heidegger wil dat de mens gaat luisteren naar het beginsel. Hij wil een denkende houding introduceren. In plaats van het principe te volgen zonder erover na te denken.

21

Wat is het atoomtijdperk?

Een tijdperk waarin de mens de kennis heeft van een fundamenteel nieuwe energie bron. Het lijkt een energiedomein te zijn, waardoor we nooit meer een nieuwe energiebron nodig zullen hebben. In de tekst laat hij voelen dat het rekenen tot een gevaar leidt dat we niet kunnen berekenen. We hebben een nieuwe houding nodig die niet zomaar onder het beginsel van voldoende grond valt. Het bezinnende denken valt daar niet onder. Heidegger probeert een filosofische houding te vinden die los van het beginsel van voldoende grond staat.

22

Welke fout wordt er gemaakt volgens Heidegger?

Het beginsel van voldoende grond is een element van de wetenschap. Als je van de natuurwetenschap een filosofisch standpunt maakt, dan bega je een grote fout. Ze horen thuis bij de wetenschap. Toch menen wij dat de wetenschap ons het best iets kan vertellen over de werkelijkheid. Wij verstaan de werkelijkheid op een bepaalde manier, vanuit de gedachte dat al die zijnde gegrond kunnen worden (zijnsverstaan).

23

Wat wordt er steeds erger?

Door het vrijkomen van atoomenergie gaan wetenschappers niet meer op zoek naar nieuwe energiebronnen. We dachten dat als we een oneindig energiebron gevonden hebben dat we vrij waren. Maar we zijn juist meer verbonden aan het beginsel van voldoende grond. De technologische ontwikkelingen zijn zo sterk, dat ze ons boven te lijken gaan. We moeten ze ter banden leggen, zodat ze ons niet overstijgen. De mens wil steeds meer zekerheden, wat meer onzekerheden met zich meebrengt. Het wordt alleen maar erger.

24

Waarom is de mens volgens Heidegger een slaaf van het beginsel van voldoende grond?

De mens wil de werkelijkheid helemaal berekenen, maar daarbij komen de benodigde problemen. Ze luisteren niet naar het beginsel van voldoende grond, maar gaan er in op zonder na te denken. Het beginsel van voldoende grond is niet alleen een principe dat vastlegt hoe de dingen zijn, het is ook een spreker. We kunnen er ook mee in gesprek gaan. Zo komen we op het spoor van het bezinnende denken.

25

Waarom moeten we naar 'is' gaan kijken volgens Heidegger?

Hoe kunnen we zijn expliciteren? Elk zijnde heeft een grond. Het beginsel is een uitspraak over het zijnde, maar het zijnde ervaren wij alleen als zijnde als we erop letten hoe het is.

26

Wat is het onderscheid tussen ontisch en ontologisch?

Ontisch: zijnde
Ontologisch: zijn.

Elk zijnde wordt pas erkend als zijnde vanuit een bepaald zijnsverstaan. Het beginsel van voldoende grond geeft ons een woord over het zijn. Het maakt ons duidelijk welke betekenis van zijn daaraan ten grondslag ligt. We gaan op zoek naar de gronden en de oorzaken van wat het zijnde tot zijnde maakt. Heidegger zegt dat we daarmee moeten stoppen. We moeten eerst kijken welke zin van zijn daar naar voren wordt gebracht. Het beginsel is een uitspraak over het zijnde. Als we het hebben over zijn, hebben we het ook over grond.

27

Wat is er bijzonder aan het zijn?

Hij het wil het zijnsverstaan expliciet maken. Bij het zijn kunnen we niet meer vragen naar de grond. Met het zijn, stuiten we op iets dat niet onder het grond valt. Alles wat is heeft een grond, maar het zijn is grondeloos. Met het rekenen kunnen we dus geen grip krijgen op het zijn.

28

Wat is het onderscheid tussen het berekende denken en het bezinnende denken?

Het beginsel van voldoende grond is de grens van het berekende denken. De bezinning wil daarbuiten komen. Het constateert dat in het denken over het zijn, we de waaromvraag niet kunnen stellen.

29

Waarom is Leibniz de ontdekker van de levensverzekering en welke grap maakt Heidegger hiermee?

Met het beginsel van voldoende grond streven we naar het verzekeren. Hetgeen juist niet verzekerd wordt is dan het leven. Het leven staat altijd onder druk en loopt gevaar, daarom proberen wij te verzekeren. Er lijkt een andere reden te zijn waarom wij de werkelijkheid proberen te kennen, maar dat zien we niet in het beginsel van voldoende grond

30

Hoe eindigt de tekst van Heidegger?

In een aporie. We worden opnieuw met een vraag geconstateerd. Zijn behelst grond en grond behelst zijn. Dus we eindigen in een kringetje.