College 4: Taal en waarheid Flashcards Preview

metafysica > College 4: Taal en waarheid > Flashcards

Flashcards in College 4: Taal en waarheid Deck (21)
Loading flashcards...
1

Leg het verhaal van de demiurg uit.

Het paradigma dat Plato begrijpt om de werkelijkheid als geheel te begrijpen is het verhaal van de demiurg. De demiurg is de ambachtsman die de werkelijkheid heeft uitgebeeld, hij heeft de Ideeën uitgebeeld. De demiurg richt zich op het werkelijke zijnde, waardoor zijn eindproduct altijd mooi is. Het schone of het mooie is dus niets anders dan de verschijning van het werkelijke zijnde: daar waar het werkelijke zijnde een plaats krijgt in de zintuiglijke werkelijkheid treedt het schone op.

2

Wat is het schone voor Plato?

Het schone is het verschijnen van het Idee in de werkelijkheid. Het schone is datgene wat een Idee in de werkelijkheid laat zien. Voor Plato is het belangrijk dat die zintuiglijke wereld de intelligibele wereld laat verschijnen. Maar die zintuiglijke wereld is tegelijkertijd vertekend door de dubbelzinnigheid. Hij maakt een onderscheid tussen het Idee van het bed en het bed dat is uitgebeeld door de kunstenaar en daarmee het Idee ondermijnt. Het is slechts het uiterlijke van een Idee, maar niet het wezen.

3

Wat wordt er besproken in de tekst de Sofist?

Men gaat de dingen na die in de natuur bestaan en automatische oorzaak hebben. Bijv. als je een vrucht in de grond plant, zal het uitgroeien tot een boom. Plato speelt met de vraag of de natuur uit zichzelf zou optreden, zonder een demiurg die denkbeelden heeft. Maar hij vraagt zich ook af of die oorzaak gepaard gaat met de rede: goddelijke kennis, die uit God voorkomt.

4

In de demiurg komen ze tot een alternatief; een spontane natuur (zonder demiurg). Wat houdt dat in?

Waarom zou een natuur die spontaan ontstaat redelijk zijn en een kenbare orde hebben? Dat betekent dat de natuur niet te kennen is als die chaotisch is en geen structuur kent. Bepaalde aspecten van de natuur kennen we wel. We kennen de natuurwet, als beweging. We volgen die wetmatigheid. Dat is een voorbeeld van wat Plato bedoelt met een Idee. Als we denken dat we echt iets over de natuur kunnen zeggen, dan moet de natuur redelijk zijn. Dus die natuur lijkt spontaan te werken, maar als we die goed onderzoeken vinden we allerlei wetmatigheden. De natuur als spontaan proces lijkt volgens Plato onrealistisch.

5

Waarom stellen we de mens tussen de dieren en de Goden in?

De mens is anders dan de dieren, want de mens is in staat om de redelijke orde in de natuur te bespeuren. Die redelijke orde heeft God in de natuur gezet. De hypothese met God illustreert dat de werkelijkheid een redelijke orde heeft. Deze God van Plato zijn we voortdurend aan het bewonderen, want we gaan ervan uit dat de natuur wetmatig is, kijk maar naar filosofie en de natuur. We menen dingen in de natuur te kennen. Maar God staat centraal voor de redelijkheid van de natuur.

6

Wat is een overeenkomst tussen de Sofist en de filosoof?

De vreemdeling (in de tekst) geeft een aantal definities van wat een Sofist zou kunnen zijn. Een van die definities komt heel dichtbij de filosoof: degene die ons kan verlossen van onwetendheid. Dat is precies wat Socrates doet. De Sofisten wordt dan ook begrepen als de kritiek op de ijdele waanwijsheid.

7

Wat is het grote verschil tussen de Sofist en de filosoof?

De uitbeelding lijkt op het origineel, de afbeelding lijkt alleen op de uitbeelding en dus niet op het origineel. In de Sofist gaat het over schijnkennis van de Sofist (mimesis). De Sofist wordt begrepen als een soort nabootser. Gelijkenissen zijn gevaarlijk, want je houdt iets voor identiek, dat toch verschillend is. Bijv. een vader en een zoon die op elkaar lijken, zijn niet identiek aan elkaar. Dat is precies wat de Sofist niet gaat doen, de Sofist gaat alle gelijkenissen door elkaar halen zonder dat wij het door hebben. Op die manier misleid de Sofist ons. De filosoof kan wel een onderscheid maken tussen goede en slechte gelijkenissen.

8

Wat leert een Sofist ons?

De Sofist leert ons een soort rhetorica of discussiekunst. Hij leert ons hoe we moeten discussiëren, maar er is iets geks aan de hand. Dit is vergelijkbaar met de spiegel die alles kan nabootsen. De Sofist is niet degene die over een domein van onderwerpen spreekt, hij spreekt over alles. Maar er is geen mens, die over alle dingen kennis heeft (het zijn geen Goden). De Sofist spreekt over schijnkennis. Hij probeert mensen te overtuigen, maar die overtuiging is niet gebasseerd op echte kennis. Als we spreken doen we dat op grond van waarheid. De Sofist daarentegen is een nabootser van de werkelijkheid in de taal. Hij produceert schijnbeelden.

9

Wat houdt het in als Nietzsche spreekt over het Platonisme?

Als Nietzsche het heeft over het Platonisme, heeft hij het altijd over het Christendom. Hier had hij een hekel aan.Als we het hebben over Plato en het Platonisme ziet hij een vergelijkbare structuur in het Christendom. Het Christendom is het Platonisme voor het volk. Het dualisme wat Plato en het Christendom aanhangen is een soort nihilisme. Dit heeft te maken met zijn verzet tegen Plato's Ideeënwereld en het hiernamaals van het Christendom.

10

Wat vindt Nietzsche van het hiernamaals van het Christendom?

Het is fictie. Het verwijst naar niets. Dus als je je leven gaat richten op het hiernamaals dus tot niets, dan heb je je leven ook niet echt vormgegeven. Volgens Nietzsche is het nihilisme hier ontkomen aan de werkelijkheid. Als mensen iets verzinnen om het bestaan leefbaar te houden is dat positief, maar die fictie moet niet de werkelijkheid worden zoals hier het geval is. Dan ben je jezelf en de wereld om je heen aan het bedriegen; illusies.

11

Welke rol heeft de rede bij Nietzsche?

De rede krijgt een andere plek toegediend bij Nietzsche als bij zijn voorafgaande filosofen. De rede is volgens Nietzsche niet gegeven om de waarheid te achterhalen zoals hij is en om de werkelijkheid te kennen. De rede moet zich op de aardse realiteit richten.

12

Waarom is de ziel bedacht volgens Nietzsche?

De ziel is bedacht om het lichaam ziek te maken. Dit heeft betrekking op het lichaam-ziel dualisme. Hierin zie je ook het nihilisme terugkomen; het lijf wordt veracht. Alles wat waard is in het leven, wordt als minachtig beschouwd.

13

Waarom worden we gemotiveerd om fictie te creëren?

De fictieve wereld van het Platonisme en het Christendom worden verzonnen om de haat tegen het natuurlijke uit te drukken. Her is een diepe afkeer tegen het werkelijke. Mensen die in mislukte werkelijkheid zijn (lijden), voelen zich niet thuis waardoor ze geen plezier kunnen beleven aan het leven. Ze hebben motivatie om die fictie te creëren. Ze willen weg uit de werkelijkheid, dus ze bedenken een andere werkelijkheid. Hierdoor komen religie en fictieve moraal tot stand. Het is een soort psychische constitutie.

14

Waarom moeten we eerst de mens onderzoeken, voordat we iets kunnen weten?

Omdat onze ontologische overtuigingen gegrond zijn in affecten: lijden, plezier, etc. Als je de vraag wilt stellen wat iets is (metafysica, filosofie) dan moet je eerst kieken wie er aan wetenschap, filosofie, metafysica doet en dan blijkt dat wij er last van hebben. Dus moeten we eerst de mens onderzoeken, voordat we iets kunnen weten.

15

Wat bedoelt Nietzsche met de mens is een kunstenaar?

De mens is een maker/schepper en creëert illusies, zoals die van een andere wereld. We kunnen manieren van kijken naar de wereld ontwerpen. Die illusies komen niet uit de lucht vallen. Het zijn lust en onlustgevoelens die de drijfveren hiervoor zijn. Dit hebben we gemeen met anderen dieren. Achter het creëren van illusies zit de wil tot waarheid en de wil tot macht. Het betekent dat de mens de neiging heeft om leven te laten groeien, overleven, uitbreiden en overwinnen. De mens kan illusies gebruiken om sterker te worden, bijv. om macht te krijgen over andere mensen. Het grote probleem is dat de filosofische mens de neiging heeft om de illusies over de werkelijkheid zelf te houden. Dan ga je jezelf bedriegen en dan kan het zijn dat je je gaat scheiden van andere illusies die je dan net meer kan inzetten.

16

Waardoor wordt filosofie beheerst volgens Nietzsche?

Door het geloof dat er voor ons kennis is. Maar dat is een overtuiging, waarvan het de vraag is of dat werkelijk rechtvaardig is. Wat voor een denken zou dat verrichten als we dat geloof tussen haakjes zouden zetten? De grootste vorm van nihilisme is als we dit geloof tussen haakjes kunnen zetten.

17

Wat gebeurt er als we een streep door het geloof zetten?

Als je een streep zet door God, zet je ook een streep door de wereld op zichzelf. Er is geen ware wereld. Er is geen perspectief op de wereld die waarborgt dat er zoiets is als een wereld op zichzelf. Het is een soort oergeloof.

18

Waarom lijkt het Christendom wel een plaats te geven aan lijden?

Jezus lijdt. Maar dat doet hij omwille van een goed leven in de hemel. Dus dat is geen echt lijden volgens Nietzsche. De mens kan niet lijden omwille van niets, dat kan de mens niet aan. Daarom staan al die ficties in dienst van het leven, die moeten het leven leefbaar houden.

19

Waarom is het vinden van waarheid zo belangrijk voor de mens?

De mens wil de waarheid vinden. Dus Nietzsche vraagt zich af, waarom de waarheid zo belangrijk is voor de mens. Stel dat we de zin van waarheid moeten afleiden uit het leven en niet uit de moraliteit 'gij zult niet liegen'. Kunnen we dan een zin van waarheid aanwijzen? Als we dat niet meer kunnen doen door naar de moraal te wijzen, dan moet die via een andere vorm legitimeren. We moeten streven naar de waarheid. Dit draagt bij aan de menselijke wil om sterker te worden. Als je zo naar de zin van waarheid kijkt, is het erg succesvol.

20

Noem een onderscheid tussen Aristoteles en Nietzsche.

Volgens Aristoteles is kennis omwille van kennis de hoogste vorm van kennis. Maar Nietzsche stelt juist dat de lagere vormen van kennis het meest belangrijkst zijn. We moeten middelen inzetten om te kunnen overleven en overwinnen. De waarheid heeft er niets mee te maken. Dit is een fundamentele herwaardering van waarheid en de rede.

21

Wat is Nietzsche's variant van het raadsel aller raadselen van Husserl?

De filosofie streeft naar echt kennis: het oergeloof. Dat is niet gebaseerd op echte kennis. Het oergeloof is dat er kennis voor ons is. Het is slechts een overtuiging dat we de waarheid kunnen treffen in de werkelijkheid.