Instructiecollege Flashcards Preview

metafysica > Instructiecollege > Flashcards

Flashcards in Instructiecollege Deck (17)
Loading flashcards...
1

Wat is de rol van Aristoteles binnen de metafysica?

Aristoteles is de vader van de metafysica. Hij heeft het boek de metafysica aan ons overlevert. De klassieke vraag voor Aristoteles is dan ook een vraag naar de grond: waarom is er iets en waarom is iets zoals het is?

2

Noem vier voorbeelden van metafysische vragen.

1. Waarom bestaat er iets? Als je deze vraag stelt, ben je opzoek naar de grond van bestaan.
2. Is er wel iets 'echts' aan mijn bestaan. Hier ligt de nadruk van bestaan op mijzelf.
3. Wat kan ik eigenlijk te weten komen over de werkelijkheid als geheel?
4. Waartoe besta ik en waartoe bestaat de werkelijkheid? Wat is het doel (telos) van de werkelijkheid en wat is de zin ervan?

3

Welk antwoord geeft Aristoteles op de vraag wat het doel van de werkelijkheid is?

Alles bestaat omwille van het doel war het toe beweegt. Bijv. waar beweegt een kind naartoe? De staat van volwassenheid (telos). Dit noemt Aristoteles de doeloorzaak.

Kritiek: is dit de goede manier van vragen stellen?

4

Wat zegt Kant over de metafysica?

In de kritik der Reinen Vernunft heeft Kant kritiek op de rede (als object) en kritiek door de rede (rede als subject). Dat is nodig omdat er in de geschiedenis van de metafysica verschillende pogingen gedaan zijn om metafysische kwesties op te lossen. Bijv. of God bestaat. Dat is de vraag naar de eerste oorzaak. Als we deze vraag stellen, vragen we of we de eerste oorzaken van de werkelijkheid kunnen weten en wat die grond is. Maar als je die vraag beantwoord, maak je gebruik van de rede voorbij de grenzen waarbinnen de rede werkt. Hierbij maakt hij gebruik van dialectiek op grond van de rede: these: God bestaat, antithese: God bestaat niet. Dit laat zien dat de menselijke rede niet in staat is om metafysische vragen te stellen. Er zijn grenzen aan wat wij kunnen weten.

5

Wat bedoelt Kant met: "Er was een tijd waarin de metafysica de koningin van alle wetenschappen werd genoemd."?

De titel 'koningin' doelt op een ereplaats. Deze plek had Aristoteles zelf ook aan de eerste filosofie (metafysica) gegeven. Maar in de tijd van Kant lijkt de metafysica vervangen te worden door het eind van de metafysica. Metafysica krijgt steeds meer kritiek en wordt een beetje de grond ingetrapt, dus die aanzienspositie verdwijnt voor een groot deel. Nietzsche laat bijv. weten dat God dood is. Maar als God dood is hadden we nooit de metafysische vraag kunnen stellen.

6

Wat is er bijzonder aan de naam metafysica?

Deze naam is later bedacht dan metafysica zelf. Aristoteles noemde het namelijk de eerste filosofie. De naam metafysica komt af van Ta meta ta phusika en is bedacht door Anronicus van Rhodos. Hij wilde Aristoteles boeken ordenen in de bibliotheek, maar kon niets met die overige boeken over de eerste filosofie dus gaf ze een naam om ze te rangorde. Het heeft niets te maken met de inhoud van Aristoteles' werk.

7

Welke drie vragen beogen de metafysica?

1. Wat voor type kennis probeert de metafysica te beogen?
2. Is dat mogelijk?
3. Wat is het object van de metafysica, waar gaat die wetenschap over? Dit is de belangrijkste vraag.

8

Wat is a priori en a posteriori (Kant)?

A posteriori is het vergaren van kennis door middel van ervaring. De metafyisca doet een andere kennis op: a priori. Het enige dat we voorafgaand aan de ervaring kennen is onze rede. A priori maakt dus gebruik van de rede en niet van de zintuigen. Dit is een soort onderscheid tussen zichtbare objecten en intelligibele objecten.

9

Waarom maakt Kant een onderscheid tussen a posteriori kennis en a priori kennis?

1. Zintuiglijke kennis is onbetrouwbaar, ze kunnen ons bedriegen. Van ouds wordt gedacht dat redelijke kennis betrouwbaarder is dan zintuiglijke kennis. Het is een soort hiërarchie.

2. De zintuigen geven ons geen wetmatigheid of leren ons geen algemene kennis. De zintuigen zeggen ons alleen wat er hier en nu bestaat. Als ik mijn telefoon loslaat, valt hij op de grond. Dat kan ik waarnemen. Mijn zintuigen kunnen mij echter niets leren over de algemene wet van de zwaartekracht, want die kan ik niet waarnemen in zijn geheel. Voor dergelijk inzicht heb ik mijn rede nodig.

10

Wat is de link tussen metafysica en zekerheid?

De metafysica heeft de voorkeur voor zekere kennis. Ze houdt zich bezig met objecten die die zekere kennis toelaten. Als ik kennis opdoe over zintuiglijke objecten is dat kennis die nooit aanspraak kan maken op zekere kennis. Als je a priori kennis opdoet, heb je wel zekere kennis. Een stelling is alleen waar als het object, waar de stelling overgaat, nooit verandert. Voor zintuigelijke kennis geldt dit niet, wat we zien in de werkelijkheid verandert. Als we het hebben over zintuiglijke kennis hebben we het over algemene particuliere objecten.

11

Waarom is metafysica een algemene wetenschap?

Metafysica is een algemene wetenschap, want het beschrijft de werkelijkheid als geheel en niet als een deel van het geheel (particulier). Aristoteles zegt ook dat het kennis probeert te vergaren over iets waar alle andere deelwetenschappen kennis over veronderstellen.

12

Leg het dualisme van Plato uit.

Volgens Plato zijn er twee domeinen: het zichtbare en het intelligibile. Het zichtbare domein is de zintuiglijke wereld. Het is geen episteme, alleen doxa. Binnen dit domein kunnen we niet hoger grijpen dat slechts meningen of overtuigingen. Het domein is veranderlijk (a posteriori). Het intelligibile domein daarentegen heeft kennis op basis van hypothesen of axioma's (wiskunde) en kennis van het absolute: filosofie. Het vormt de Ideeënwereld. Het biedt werkelijke kennis en het domein staat vast.

Het is een logisch onderscheid tussen objecten die we kunnen waarnemen en objecten waar we slechts over kunnen nadenken.

13

Wat is technische kennis volgens Aristoteles?

Stel dat een timmerman een tafel wil gaan maken. Dan heeft hij kennis opgedaan, dus weet hij hoe dat moet. Hoe weet hij welke tafel hij gaat maken? Het doel, omwille waarvan, ligt buiten het proces van maken zelf. De timmerman wordt steeds geleid door het eindproduct, maar zodra het eindproduct er is, is hij niet meer aan het maken. Het eindproduct hoort dus ook niet tot het proces van maken zelf. Het doel van het proces ligt dus buiten het proces (als de tafel af is, hoef je de tafel niet meer te maken).

14

Wat is praktische kennis volgens Aristoteles?

Praktische kennis draagt bij aan het nemen van een beslissing. Het omwille van praktische kennis ligt buiten de kennis zelf. Een handeling of een beslissing zelf wordt geïnformeerd door praktische kennis. Het is zelf geen kennis.

15

Wat is een overeenkomst tussen praktische en technische kennis?

Het is zelf geen kennis, maar het is omwille van kennis. Dit zijn de lagere soorten van kennis voor Aristoteles. Dit komt doordat sommige dingen bestaan op zichzelf en sommige dingen bestaan omwille van iets anders zoals technische en praktische kennis. Dit noemt Aristoteles onvrij zijn (op de achtergrond speelt de slavernij). Vrij zijn is bestaan omwille van zichzelf en onvrij zijn is bestaan, omwille van iets anders.

16

Wat is theoretische kennis?

De kennis omwille van zichzelf. Je kunt dit pas ontwikkelen als je de behoefte van alledag bevredig hebt. Je moet eerst eten hebben en een dak op je hoofd hebben, voordat je theoretische kennis kunt hebben. Toch is dit de hoogste vorm van kennis, omdat het kennis omwille van zichzelf is. Deze kennis richt zich op de waarheid.

17

Welke kennis hoort bij filosofie?

Theoretische kennis. We willen niets veranderen aan de wereld, we willen de waarheid van de wereld gewoon kennen. We willen alleen weten hoe de werkelijkheid echt in elkaar zit.