College 5: zijn en schijn; Friedrich Nietzsche Flashcards Preview

metafysica > College 5: zijn en schijn; Friedrich Nietzsche > Flashcards

Flashcards in College 5: zijn en schijn; Friedrich Nietzsche Deck (22)
Loading flashcards...
1

Waarom zijn mensen volgens Nietzsche op zoek naar houvast?

Onze fysieke gesteldheid heeft stabiliteit nodig. Er zijn voldoende bewegingen in de werkelijkheid die ons lichaam ten onder kunnen brengen. Ons lichaam is kwetsbaar. Door de grenzen aan onze fysieke gesteldheid, is de mens op zoek naar houvast. De enige soort die dan ook op zoek is naar houvast is de mens. Het oude klassieke beeld van de rede wordt hierbij omgedraaid.

2

Waarom moeten we het lichaam en het bewustzijn niet van elkaar onderscheiden volgens Nietzsche?

Het bewustzijn is niet het enige kenmerk van de mens. Het bewustzijn is alleen een soort bovenlaag, maar dat is slechts een deel van de mens. Wij zijn niet opgesloten in ons bewustzijn, want wij zijn ook ons lichaam. Van onze onderlaag zijn we niet bewust, maar als er iets mis is in de onderlaag (darmen bijv) merken we dat wel in de bovenlaag. Nietzsche vraagt aandacht voor het feit dat we ook een lichaam zijn, we zijn lichamelijke wezens. Dat heeft effect op hij wij denken. Dus we kunnen het bewustzijn en het lichaam niet van elkaar scheiden.

3

Van welk idee moeten we af volgens Nietzsche?

Het idee over echte kennis dat de Oude Grieken formuleerden. Zij dachten dat echte kennis het algemene was. Het gaat over iets dat altijd waar is en war gevonden kan worden door iemand met de rede. Die kennis is identiek, dus voor iedereen hetzelfde. Maar volgens Nietzsche moet we afscheid nemen van het algemene. Het algemene ontstaat namelijk pas als we alle verschillen in de wereld vergeten. De wereld zoals hij zintuiglijk aan ons verschijnt, verschijnt met verschillen. We kunnen pas over een blad spreken, als we de verschillende bladeren zijn vergeten.

4

Wat is het perspectivisme?

De manier waarop iets in de wereld tot ons verschijnt is onderling verschillend. Alle subjecten zijn namelijk ook verschillen. Hoe wij tegen de werkelijkheid kijken is verschillend. Iedereen is een uniek organisme en zal de wereld op een andere manier ondergaan. Dus de wereld verschijnt met verschillen en verschijnt via verschillende zintuigen en soms tegenstrijdige affecten. Er is geen enkele instantie dat een overkoepelend perspectief heeft. We weten dus niet of die verschillende perspectieven van organisme bij elkaar passen, misschien sluiten die elkaar juist uit.

5

Waarom heeft perspectivisme te maken met de fysische constructie?

Dat wij een perspectief hebben op de werkelijkheid, betekent dat wij de dingen ook interpreteren. Interpreteren is niet alleen een intellectuele praktijk, het is ook een fysieke praktijk. We worden aangedaan in de wereld: lust of onlust. Dit is een onbewust proces, die prikkeling zelf is geen lust of onlust. Die prikkeling kan op meerdere manieren geïnterpreteerd worden. Lust en onlust zijn dus interpretaties, waar we ons niet van los kunnen maken. De dingen zijn niet zoals ze zijn, pas in interactie tussen de dingen en onszelf krijgen ze betekenis. Wie je bent komt voor uit de dingen die je tegenkomt in het leven.

6

Waarom is de mens een veelheid?

Ons lichaam is een verzamelbak van een veelheid van affecten en die zijn soms met elkaar in tegenstrijd. De mens is dus geen eenheid, maar een veelheid.

7

Hoe beschouwd Nietzsche de menselijke essentie?

In tegenstelling tot Plato en Aristoteles denkt Nietzsche dat we de essentie van de mens en de dingen niet kunnen aanwijzen. Iedereen meet de wereld vanuit zijn eigen perspectief, dat betekent dat onze essentie ontbreekt. Er is slechts een veelheid en perspectieven.

8

Wat staat er tegenover de zintuiglijke werkelijkheid volgens Nietzsche?

In plaats van Plato's Ideeënwereld staat de wereld van de chaos tegenover de zintuiglijk waarneembare werkelijkheid; het is een wereld die zich onttrekt van het bewustzijn. Het is een wereld die wel aan ons verschijnt, maar bestaat uit chaos. Een overprikkeling een soort ruis. We kunnen het onderscheid niet maken tussen die werelden, waardoor we het niet kennen.

9

Welk beeld hadden klassieke filosofen over de rede?

Klassieke filosofen gebruikten de rede als een vervolmaakt Godsbegrip. God is de oorsprong van alles en daarom is de werkelijkheid rede. Als je gebruikt maakt van de rede, dan kun je kennis verlenen over de werkelijkheid.

10

Hoe zet Nietzsche het beeld van de rede op zijn kop?

Het menselijk intellect is doelloos voor Nietzsche. Er is voor het intellect geen andere missie dan het menselijk leven, daarbuiten heeft het geen rol. De filosoof heeft niet goed nagedacht over wat de rede is. De rede is slechts ontstaan om te kunnen overleven. We hebben geen andere middelen in onze fysieke gesteldheid, waarmee we kunnen overleven. De rede is in de natuur ontstaan en niet door Goddelijke instelling. Het intellect leidt tot misleiding, het is een soort van veinzen. De zwakste gestaltes van de mens doen de rede prijzen, omdat zij geen andere middelen beschikken. Overal in de natuur zie je veinzen, maar de mens is grootste misleider.

11

Waarom is de rede ingesteld als waarheid?

Op het moment dat mensen gaan samenleven, omdat dat leuker en beter is voor te overleven, moeten ze vrede sluiten. Waarheid wordt hierdoor vastgelegd. Er wordt een algemeen geldige en verbindende benaming der dingen uitgevonden; we gaan een taal ontwikkelen. Waarheid komt pas tot stand als we taal ontwikkelen. De wetgeving van taal legt de eerste wetten van de waarheid vast. Het is de eerste uiteenzetting van waarheid en leugen. Als je je niet aan de ware wetten houdt, word je uit de gemeenschap gegooid en moet je zelf maar zien te overleven.

12

Wat is het doel van de waarheid?

Mensen zijn niet bang om bedrogen te worden, maar voor het nadeel van het bedrog. De mens is dus alleen geïnteresseerd in de waarheid in hoeverre het voordelen oplevert. Waarheid heeft dus een doel buiten zichzelf. Mensen hebben bepaalde behoeftes en fysieke gesteldheid. De mens wil overleven en daarvoor hebben ze middelen als rede en het waarheidsbegrip voor nodig.

13

Welke waarheidstheorie houdt de mens aan?

Er zit op een bepaalde manier een theorie van de waarheid achter in de taal die we hebben uitgevonden. Als ik een propositie formuleer over de wereld dan is die propositie alleen waar, als die correspondeert met de werkelijkheid (correspondentietheorie).

14

Waarom vormt waarheid een gevaar voor Nietzsche?

Waarheid wordt afgesproken, doordat we een taal gaan bedenken zodat we kunnen samenleven. We hebben de waarheid geïntroduceerd als sociaal construct, maar zeggen de woorden dan wel echt wat de dingen zijn of pakken ze slechts een aspect van de dingen?

15

Wat houdt illustreren in?

De benaming slang behandelt alleen het kronkelen van een slang. Maar het is willekeurig afgebakend, want het had ook een worm kunnen zijn. Ze pakken de eigenschap van een ding, dus niet het wezen van een ding. Het gevolg is dat we afstand nemen van de dingen zelf. In de taal zien we alleen een zwakke afspiegeling van bepaalde eigenschappen van de dingen. De woorden zeggen dus niet hoe het echt is de met de werkelijkheid zelf. Het is geen middel om te weten hoe de werkelijkheid is, maar om discipline tot stand te houden in de samenleving. De slang op zichzelf is een schijnprobleem. We kunnen de slang namelijk alleen in relatie met het object en onszelf beschouwen. De slang zelf kunnen we nooit waarnemen.

16

Waarom benoemt de taal slechts de relatie van dingen tot de mens (relationele ontologie)?

Als we zeggen dat stenen hard zijn, zeggen we dat stenen voor ons de eigenschap hebben dat ze hard zijn. Het is iets dat wij in onze omgang met de wereld hebben aangenomen. Maar dat is afhankelijk van onze zintuigen, dus hoe wij de wereld waarnemen. Je kunt die prikkeling niet toeschrijven aan de dingen zelf of aan ons, het is de relatie tussen ons en het ding. Dat wij stenen hard vinden is niet iets van de steen zelf. Het is een willekeurigheid die verbonden is aan wie wij zijn. Het is afhankelijk van de affecten waarmee wij de wereld waarnemen en dingen over de dingen te weten komen.

17

Wat is een metafoor?

Een metafoor is een overdrachtelijk taalgebruik, je draagt een woord uit een domein om het te overdragen tot een woord uit een ander domein. Het gaat niet over een identificatie, maar het draagt gelijkenissen over. Voor filosofen is metaforisch taalgebruik irrelevant, omdat het alleen maar gelijkenissen overdraagt. Volgens Aristoteles mogen filosofen geen genoegen nemen met metaforen, filosofen moeten begrippen vastleggen. In het begrip begrijpen we hoe iets echt is en treffen we het wezen van de dingen.

18

Waarom is elke taal metaforisch volgens Nietzsche?

Als we kijken naar de slang, zien we geen wezen van de slang, maar gelijkenissen. We hebben genoeg zinnen en woorden in de taal die metaforisch zijn. Een metafoor geeft ons dingen om na te denken. Het is een soort miniatuur gedicht (Paul Ricoeur). Begrippelijk taalgebruik heeft dat niet, een goed begrip zegt precies wat het wil zeggen. Een begrip is eenzijdig, je weet wat het betekent of je begrijpt het niet.

19

Wat is waarheid volgens Nietzsche

Een leger aan metaforen en antropomorfisme (benamingen van de werkelijkheid gebaseerd op onze menselijke relaties tot de dingen). De schijn van iets dat vaststaat kan ontstaan, maar dat is iets dat door gewoontevorming tot stand is gekomen. Waarheden zijn illusies, waarvan men vergeten is dat ze illusies zijn. Het zijn metaforen die vergeten zijn, die hun kracht verloren zijn. Taalgebruik is metaforisch, het is leven omdat de betekenis niet vastligt. Terwijl er ook metaforen zijn doodgeslagen, omdat ze een eenduidige betekenis hebben gekregen. We hebben die metafoor dan zo vaak gebruik dat het zijn betekenis kwijt is. Bijv. de voet van de berg.

20

Waarom is de mens een creatieve bouwmeester, met name de filosofen?

De mens lukt het om een vastigheid te maken in een wereld vol verandering. Zolang we maar in ons achterhoofd houden dat het iets is dat wij zelf hebben gemaakt en niet iets dat we kunnen aantreffen in de natuur zelf. Door te vergeten dat wij dat zelf hebben gemaakt, vinden we zekerheid in de werkelijkheid (illusie). Dit doen filosofen vaak, ze willen niet accepteren dat andere dieren de wereld op een andere manier waarnemen. We kunnen deze perspectieven ook niet vergelijken, omdat er geen objectieve maatstaf is. Dus filosofen hoeven zich ook niet af te vragen welk perspectief beter is, omdat ze de mens een hogere positie geven.

21

Waarom is de kunstenaar eerlijker dan de filosoof?

De kunstenaar verkoopt een illusie als illusie. De filosoof verkoopt de illusie als waarheid. Als we het hebben over waarheid zijn wij al een stap te ver. Doordat elk mens de wereld anders waarneemt (perspectivisme) hebben we ook allemaal een ander begrip van bepaalde concepten. Daarom geeft taal een gezamenlijk begrip voor woorden als pijn. Maar als wij pijn als waarheid aannemen, dan vormt dit een illusie.

22

Wat is de wil tot waarheid en wat schuilt daarachter?

De wil tot waarheid is de wens tot overleven. Daarachter schuilt dus de wil tot macht (overwinnen). Een waarde kan geschikt zijn om ons te helpen overleven, maar het kan ons ook tegenhouden om onszelf te overstijgen. Nietzsche heeft daarom over waarden en de herwaardering van waarde. Bij de herwaardering hebben we het over nieuwe waarde die we maken als we ons overstijgen (Übermensch).