College 2 - Plato Flashcards Preview

Sociaal en Politieke Filosofie > College 2 - Plato > Flashcards

Flashcards in College 2 - Plato Deck (9)
Loading flashcards...
1

Waarom was Plato tegen de democratie? Wat was zijn kritiek?

Zijn grote voorbeeld Socrates werd ter dood veroordeeld in Athene, waar op dat moment geëxperimenteerd werd met een democratische regeringsvorm. (persoonlijke reden)

1.) Plato vond dat politiek vanuit een objectieve waarheid moest worden bedreven. Het moest rechtvaardig zijn en goed. Dat is niet mogelijk als het gewone volk dat daar niet voor is opgeleid mag mee bepalen (tirannie van de massa). (Gek want voor de rest van de ambachten ga je naar experts)

2.) De democratie is één groot theater, het gaat niet meer om goed en rechtvaardig bestuur, maar om het applaus van de massa.

3.) De democratie is als een schip die met alle winden mee vaart, het heeft geen doel of navigatie, gaat alle kanten op. Terwijl volgens Plato een goede staat tijdloos en onveranderlijk is (net als het idee van het goede).

2

Hoe vormt de vraag naar rechtvaardigheid een leidraad in het werk 'politeia' van Plato?

In Plato's dialogen vraagt Socrates aan verschillende mensen wat zij onder rechtvaardigheid verstaan. Hij krijgt allemaal verschillende antwoorden. Ze kunnen niet allemaal waar zijn dus stel hij voor om een onderzoek te doen.

Door:

1.) eerst vast te stellen hoe een staat ontstaat (om te voorzien in menselijke behoeften is samenwerking nodig).
2.) wanneer de staat rechtvaardig is
3) wanneer een individu rechtvaardig is
4) wat het verband tussen beide is

3

Waarom is het nodig om eerst na te gaan wat Plato onder kennis verstaat, alvorens zijn visie op de rechtvaardige samenleving te kunnen bespreken?

Zowel ethische als politieke vragen houden verband met kennis volgens Plato. Je weet pas wat rechtvaardig is als je kennis hebt.

4

In welke zin hangt de twee-wereldentheorie van Plato samen met het verschil tussen mening en kennis?

Wanneer men door te redeneren toegang krijgt tot de ideeën wereld, krijgt men ook toegang tot echte kennis.

Het met de zintuigen waarnemen van de fysieke wereld om ons heen, leid tot meningen.

5

Uit welke drie standen is de ideale staat opgebouwd?

En welke functies dienen zij?

1.) Arbeiders. Hun functie is het produceren van goederen, dus de samenleving te voorzien in haar behoeften.

2.) Wachters. Hun functie is het beschermen en verdedigen van de staat.

3.) Regeerders. Hun functie is om de staat te leiden en wetten op te stellen zodat alles ordelijk verloopt

6

Wat zijn de 4 belangrijkste deugen van de staat?

En hoe zijn ze vertegenwoordigd?

1.) Zelfbeheersing of matigheid. Iedereen in de staat moet deze deugd bezitten, maar het wordt vooral vertegenwoordigd door de arbeiders die zich niet moeten overgeven aan hun begeerte naar producten

2.) Moed of vurigheid. De wachters vertegenwoordigen deze deugd omdat ze moed moeten tonen wanneer ze de staat beschermen

3.) Wijsheid. De regeerders vertegenwoordigen deze deugd, omdat ze wijsheid nodig hebben bij het nemen van belangrijke beslissingen.

4.) Rechtvaardigheid. Als de andere 3 deugden goed vertegenwoordigd zijn en de staat daarmee in balans is, is er spraken van rechtvaardigheid.

7

Wanneer kun je van een onrechtvaardig individu spreken volgens Plato?

1.) Wanneer de andere 3 deugden (matigheid, vurigheid en wijsheid) niet in balans zijn of niet in de juiste mate aanwezig zijn in een individu. Bijvoorbeeld iemand die verslaafd is heeft te weinig matigheid en is dus onrechtvaardig.

2.) Wanneer een persoon zijn taak niet goed vervuld waarvoor hij van nature het meest geschikt is. Bijvoorbeeld een laffe wachter (die moed mist) of onverstandige regeerder (die wijsheid mist).

8

Hoe zouden we de regeringsvorm van de ideale staat tegenwoordig noemen?

Waarom niet anders?

Een aristocratie (of monarchie) omdat het om een kleine groep leiders gaat die zijn opgeleid als filosofen en die dus begrijpen wat goed of rechtvaardig is.

- Geen Timocratie waarin de wachters de macht hebben. Te veel vurigheid.

- Geen Oligarchie waarin de rijken heersen. Te weinig matigheid en wijsheid.

- Geen Democratie waarin de armen regeren die in opstand komen -> dit leid tot meestal tot anarchie.

- Geen Tirannie waarin een dictator heerst door middel van onderdrukking.

9

Wat is het politieke dilemma dat geopend wordt door de sofisten en Plato?

Sofisten: Democratie: een regeringsvorm die vrij is van een objectieve waarheid, waar iedereen alles meebepaald. "de mens is de maat van alle dingen"

Nadeel: geen waarborg tegen toekomstige tirannen

Plato: Aristocratie: een regeringsvorm die geleid wordt door de objectieve waarheid. De macht ligt in handen van wijze mensen die kennis hebben van die waarheid. "de waarheid is de maat van alle dingen"

Nadeel: kwetsbaar voor autoritarisme en elitarisme