College 8 - Marx en Engels Flashcards Preview

Sociaal en Politieke Filosofie > College 8 - Marx en Engels > Flashcards

Flashcards in College 8 - Marx en Engels Deck (10)
Loading flashcards...
1

Vertel iets over Marx en Engels

- Ze leefden in de 19de eeuw
- Marx is geboren in Trier, later in Londen gewoond
- Marx werdt opgevoed als christen en is later veel beïnvloed door Hegel
- Engels werdt opgevoed door een schatrijke Lutherse familie die allemaal textiel fabrieken bezaten
- Ze schreven samen het communistisch manifest
- Marx schreef later zelf Das Kapital
- Engels onderhield met zijn kapiaal de familie Marx

2

Waarom was Marx (en zijn communisme) niet utopistisch?

- Hij vond dat utopisten vooral aan het fantaseren waren over een goede samenleving
- Hij wilde het communisme juist vanuit een wetenschappelijke theorie ontwikkelen
- Hij geloofde juist dat de in de geschiedenis van de maatschappij altijd klassenstrijd is geweest en dat dat dus ook een onderdeel is van politiek (belangrijke premisse in zijn theorie)

3

Leg de theorie van Marx's meerwaardeproductie uit.

Dus wanneer iets geproduceerd wordt in dienst/fabriek, dan kan de eigenaar de meerwaarde (dus wat overblijft nadat de arbeider zijn eigen kosten terugverdient heeft) in zijn eigen zak steken of zelfs investeren in meer fabrieken/systemen om meerwaarde te creëren. Marx noemt dit kapitaal onteigening (een vorm van diefstal).

4

Wat is het verschil tussen 'absolute surplus waarde' en 'relatieve surpluswaarde'?

En wat heeft di te maken met de overgang van formele naar reële subsumptie?

Absolute surplus waarde: een eindige manier van productie verhoging (langer of harder werken) -> formele subsumtie.

Relatieve surpluswaarde: door een kwalitatieve aanpassing van het productieproces kan er steeds meer (oneindig meer?) geproduceerd worden -> reële subsumptie: het dagelijks leven en processen veranderen zo erg dat de wereld en haar realiteit niet meer te herkennen is.

5

Wat bedoelen Marx en Engels met deze stelling: ‘De bourgeoisie heeft dus in de geschiedenis een uiterst revolutionaire rol gespeeld.’?

1.) De bourgeoisie is de kapitalistische klasse, ze wordt steeds machtiger en zorgt ervoor dat oude structuren, zoals de monarchie en aristocratische klasse, instorten. Een nieuwe regeringsvorm ontstaat: representatieve democratie.

2.) Doordat de bourgeoisie steeds meer wil kapitaliseren zorgt ze met de 'relatieve meerwaarde' ook voor een technologische vooruitgang. Door de technologische vooruitgang zal de noodzaak om te werken afnemen omdat er steeds meer overvloed is. Dat is de basis voor een communistische samenleving, waarin mensen niet meer extern gemotiveerd zullen zijn om te werken.

6

Leg uit waarom de bourgeoisie volgens Marx en Engels in historisch opzicht haar eigen graf graaft.

1.) Door zoveel internationale en uitgebuite arbeiders te creëren ontstaat er een nieuwe klasse (de proletariaat). Deze nieuwe klasse van arbeiders zal uiteindelijk de macht grijpen en een nieuwe regeringsvorm stichten (dictatuur van het proletariaat, die vklasseverschillen zal laten verdwijnen).

2.) Uiteindelijk zullen de kapitalisten geen afzetmarkt meer hebben omdat er al genoeg overvloed is (rijkdom te groot voor ruimte). -> uiteindelijk afgewend doordat de nieuwe klasse een nieuwe afzetmarkt is geworden (denk aan Hendry Ford).

7

Marx en Engels gebruiken de term ‘lompenproletariaat’. Wat denk je dat ze daar concreet mee bedoelen?

Naar wie/welke groepen in de maatschappij is dit een verwijzing?

Dat zijn de mensen die onderdeel uitmaken van de nieuwe arbeidsklasse (proletariaat) maar dat zelf niet door hebben.

De zwendelaars, criminelen, de tokkies enzovoort.

8

Zou je de communistische samenleving die Marx en Engels beschrijven, als een rechtvaardige samenleving beschouwen?

Hoe staan Marx en Engels daar zelf tegenover?

Het begrip van rechtvaardigheid die we nu hebben wordt door onze samenleving bepaald. We kunnen niet weten hoe de nieuwe samenleving in de toekomst rechtvaardigheid zal vormgeven.

Marx en Engels vinden het speculatie (niet wetenschappelijk).

9

Wat gebeurt er volgens Marx en Engels met de politieke macht, nadat de klassentegenstellingen in de samenleving zijn opgeheven?

Wat zou dat volgens jou concreet betekenen voor ons begrip van de staat en van politiek?

Doordat er geen schaarste meer zal zijn zal er ook geen conflict meer zijn tussen klassen.

Volgens Marx staat politiek gelijk aan klassenstrijd. Zonder klassenstrijd zal de politieke macht dus verdwijnen.

De staat en de politiek zullen een nieuw begrip krijgen, namelijk dat van een systeem van besturing en verdeling van goederen.

10

Waar duid het voorwoord van communistisch manifest op?

“Er waar een spook door Europa: het spook van het communisme."

Dat er iets broeit (een communistische beweging in potentie), eigenlijk meer eem klassebewustzijn van de arbeiders (die zich zullen gaan organiseren als de communistische theorie duidelijker wordt).