Algemeen ontwikkelingsraamwerk: Dus waaruit bestaat het
The medical model
The behavioural model
Learning principles
Behavioural perspectives on psychopathology
Social learning theory
Cognitive developmental theory
Social cognitive theory
Deze theorie zegt dat wanneer je een bepaald schema hebt, dit schema beïnvloed je perspectief, dat je dan als het ware self fulfilling prophecy hebt.
Psychoanalytische modellen
Familie systeem model:
Temperament Thomas & Chess onderscheiden drie types:
De processen waarbij biologie kan bijdragen aan de ontwikkeling van psychopathologie:
Cognitieve ontwikkeling
Piaget:
• sensorimotor fase (0-2 jaar) sensatie en motorische acties, significante ontwikkeling is object permanentie
• preoperationele fase (2-7 jaar) symbolische functies (bijv. taal), gebrek aan conservering en omnipotent denken (magisch denken)
• concreet-operationele fase (7-11 jaar) redeneren (conservering), gebonden aan het hier en nu
• formeel-operationele fase (12-adult) ideeën generaliseren, hypothetisch-deductief denken, zelf-kritisch
Cognitieve processen waar problemen in voor kunnen komen: assimilatie/accommodatie proces, magisch denken, egocentrisme, cognitieve delays (en schoolfalen) en cognitieve vertekening.
Emotionele ontwikkeling Emotie expressie:
Emotionele disregulatie kan volgens Cole et al. op twee manieren gebeuren:
* overregulatie
Hechting
Bowlby stelde de hechtingstheorie voor, waarin het doel van de hechting nabijheid van een zorgdrager is.
Fases van hechting:
Soorten hechting (Ainsworth et al): en hoe de hechting wordt ontwikkeld & problemen die voortkomen uit hechting
De soorten hechting zijn een product van verschillende transacties tussen kind en omgeving.
Onderzoeken zijn tegenstrijdig qua continuïteit, maar het lijkt wel volgens wettelijke discontinuïteiten te gaan (bijv. scheiding).
Problemen die voort komen uit hechting: onzekerheid, beperkte mastery motivatie, emotionele disregulatie en negatieve interne werkmodellen.
Zelf-ontwikkeling Opkomst van het zelf: De fasen van zelfontwikkeling
• Preintentional self (0-6 mnd) steeds meer sociaal actief en bewust van omgeving, afhankelijk van zorggever in het reguleren maar beginnen met aanpassing van gedrag aan zorggever (mutual delight)
• Intentional self (6-12 mnd) meer intentioneel en doelgericht en coordineren, beginnen en richten van uitwisselingen met zorggever
• Separate, aware self (12-24 mnd) nastreven van eigen doelen en plannen, onafhankelijkheid met safe base
• Self-monitoring self (24-60 mnd) nieuw level van bewustzijn van het zelf en een ander, belangrijk is de self-constancy
• Consolidated self (middle childhood) consistentie in representaties van het zelf en een ander
• Self-reflective self (adolescence) observeren en reflecteren op eigen perspectieven en capaciteiten
Zelfregulatie bestaat uit emotieregulatie en gedragsregulatie, dat opkomt in het 2e jaar. Taalontwikkeling en representatie capaciteiten dragen hieraan bij.
Het zelfconcept bestaat uit twee componenten: content (wat ben ik) en valence (positief of negatief). De ontwikkeling hiervan:
Twee onderdelen van de egopsychologie zijn ook hulpvaardig:
• Egocontrole en veerkracht controle refereert naar de mate waarin individuen vrije expressie geven aan hun impulsen en veerkracht is het vindingrijk aanpassen aan een veranderende omgeving
• Ego verdediging repressie, reactieformatie, projectie en verplaatsing
De DSM heeft een schema voor verdedigingsfunctioneren: SCHEMA PAGINA 57! Problemen die kunnen voorkomen in de ontwikkeling van het zelf zijn: negatief zelfconcept, identiteitsverwarring (gebrek aan zelf-continuïteit), verstoringen in zelf-organisatie, ego brosheid (geen veerkracht) en slechte zelf-regulatie.
Morele ontwikkeling
Kohlberg:
• Preconventioneel level (vroege kindertijd) goed of slecht in termen van beloning en straf
• Conventioneel level (midden) conventionele standaard of morele autoriteit, absoluut en inflexibel
• Postconventioneel (adolescentie) alles tegen elkaar afwegen (maar ¼ bereikt dit op zn 16e)
Internaliseren is belangrijk voor de morele ontwikkeling, dit begint met committed compliance (delen van waarden van de ouder, niet gebaseerd op directe consequenties). Wat in de opvoeding bij kan dragen aan internaliseren: gedeelde positieve affect en gedeelde responsiviteit.
Verder zijn schaamte, schuldgevoel en empathie belangrijk voor de ontwikkeling van morele ontwikkeling. Bij meer dwingende ouders produceren kinderen meer schaamte en bij normale ontwikkeling meer schuldgevoel (intrinsiek). Er zijn twee soorten empathie: empatische zorg en distress. Onderzoek laat zien dat empathie in kinderen schuldgevoelens uitlokt dat prosociaal gedrag motiveert.
Problemen die kunnen voorkomen in de morele ontwikkeling: relationele tekortkomingen en cognitieve verstoringen.
Sekse & geslacht met ontwikkeling
Opvoedingsstijlen (Baumrind):
warmte/steun en controle/structuur
• authoritarian veel structuur, weinig warmte
• permissive/indulgent veel warmte, weinig structuur
• authoritative veel warmte, veel structuur
• neglectful weinig warmte, weinig structuur
Sensitiviteit is ook belangrijk voor de hechting, de manier waarop ouders kinderen helpen en dingen zelf laten doen wordt scaffolding genoemd.
Naar aanleiding van Minuchin’s familiesystemen theorie, vier vormen van grensproblemen: