Hoofdstuk 13: Hart- en vaatziekten Flashcards Preview

Afslankconsulent > Hoofdstuk 13: Hart- en vaatziekten > Flashcards

Flashcards in Hoofdstuk 13: Hart- en vaatziekten Deck (45):
1

Atherosclerose

atherosclerose is een opeenhoping van vetachtige stoffen op of in de binnenste wand (intima) van de grote en kleine bloedvaten, waardoor zij vernauwd geraken. De opeenhopingen bestaan voor een groot deel uit cholesterol, ester van verzadigde en onverzadigde vetzuren. Deze afzetting wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door onze voeding. Bovendien worden de vaatwanden minder elastisch door bindweefselvorming.

2

Gevolg van slagaderverkalking

Een vermindering van de diameter van de slagader, waardoor de bloeddoorstroming bemoeilijkt wordt. Doordat het bloed trager stroomt en op een bepaald ogenblik bijna niet meer stroomt, ontstaat er een neiging tot stolling.

Wanneer het bloed stolt, leidt dit tot het afsluiten van het bloedvat. Dit kan aanleiding geven tot een infarct ter hoogte van het hart of hersenen (CVA). Een bloedklonter kan zich losmaken en via de bloedsomloop in een andere ader een verstopping veroorzaken.

3

Niet beïnvloedbare risicofactoren

- geslacht
- leeftijd
- erfelijke aanleg

4

risicofactor geslacht

Mannen hebben van nature een lager HDL-cholesterolgehalte en zijn mede daardoor minder beschermd tegen slagaderverkalking. Dit lager gehalte wordt veroorzaakt door het mannelijk geslachtshormoon testosteron en het gebrek aan het vrouwelijk geslachtshormoon oestrogeen.

5

Risicofactor Leeftijd

Met het voortschrijden der jaren neemt de kans op allerlei kwalen toe. Ook de kans op hart- en vaatziekten. Ouder worden is natuurlijk nooit tegen te gaan.

6

Risicofactor Erfelijke aanleg

Het familiaal voorkomen van hart- en vaatziekten is de sterkste risicofactor voor het optreden van een hartinfarct op jonge leeftijd. Een belaste familiegeschiedenis is een onvermijdbare risicofactor, maar na onderzoek in de familie kan het risico vaak aanzienlijk verlaagd worden door de juiste maatregelen te nemen.

7

Beïnvloedbare risicofactoren

- Hypercholesterolemie
- LDL
- HDL
- Hypertensie
- Roken
- Overgewicht
- Lichamelijke inactiviteit
- Slechte voeding
- Alcohol
- Socio economische status
- Stress
- Diabetes

8

Hypercholesterolemie

Omdat cholesterol en andere vetten niet oplosbaar zijn in ons bloed, gaan deze stoffen verbindingen aan met eiwitten. Zo ontstaan de zogenaamde eiwit-vet-verbindingen of lipoproteïnen. In deze vorm kunnen cholesterol en vet wel in ons waterig bloed circuleren.

We kennen verschillende soorten lipoproteïnen. Het belangrijkste bij de beoordeling van risicofactoren voor atherosclerose zijn de hoeveelheid HDL en LDL. Hoewel beide stoffen cholesterol transporteren, hebben ze totaal verschillende kenmerken

9

LDL

Het transporteert cholesterol van de lever naar andere lichaamscellen en organen waar cholesterol zich dan kan opstappelen en ter hoogte van hart en bloedvaten aanleiding kan geven tot bloedvatvernauwing en andere hart-en vaatziekten. in de volksmond "slechte cholesterol" genoemd.

10

HDL

Het neemt cholesterol op vanuit het bloed en andere lichaamscellen om het terug naar de lever af te voeren vanwaar het met de galstoffen via de darmen zal worden uitgescheiden. In de volksmond "goede cholesterol" genoemd omdat het een zeker bescherming biedt tegen hart- en vaatziekten.

Een verhoogde HDL spiegel in het bloed gaat samen met een kleiner risico op atherosclerose terwijl een verhoogde LDL- spiegel het ontstaan ervan bevordert.

Het HDL cholesterol kan verhoogd worden door lichamelijke activiteit, matige hoeveelheid alcohol, vermageren bij overgewicht en stoppen met roken. Triglyceriden daarentegen kunnen het proces van slagaderverkalking versnellen. Ze maken de LDL deeltjes nog agressiever voor het endotheel en verlagen het HDL-cholesterolgehalte.

11

HDL cholesterolwaarde

> 45 mg/dl

12

LDL cholesterolwaarde

kleiner dan 115 mg/dl

13

Totaalcholesterol of serumcholesterol

kleiner dan 190 mg/dl

14

triglyceriden

kleiner dan 150 mg/dl

15

Hypertensie

De bloeddruk wordt bepaald door de kracht waarmee het hart het bloed in de vaten pompt. Bij het meten van de bloeddruk worden altijd 2 waarden genoteerd: de bovendruk (systolisch) en de onderdruk (diastolisch).

De systolische waarde komt overeen met de kracht waarmee het hart het bloed de vaten inpompt. De diastolische waarde is de maat voor de druk in de bloedvaten op het moment dat het hart zich ontspant en weer vult met bloed.

Een verhoging van alleen de systolische bloeddruk geeft vooral complicaties in de grote bloedvaten. Een verhoging van de diastolische bloeddruk geeft meer problemen in de kleinere vaten.

16

Optimale bloeddruk waarden

(s) onder 120 (d) onder 80

17

normale bloeddrukwaarden

(s) onder 130 (d) onder 85

18

Hoog normale bloedwaarden

(s) 130-139 (d) 85-89

19

milde hypertensie

(s) 140-159 (d) 90-99

20

Matige hypertensie

(s) 160-179 (d) 100-110

21

Ernstige hypertensie

(s) Boven 180 (d) Boven 110

22

Roken

Ruim de helft van de ischemische hartziekten wordt toegeschreven aan roken. Door roken wordt het fibrinogeengehalte van het bloed verhoogd. Fibrinogeen is een onderdeel in het proces van de aggregatie van bloedplaatjes. Roken verhoogt dus de kans op bloedstolsels.

Roken verlaagt evenees het HDL-cholesterol en beschadigt het endotheel van de bloedvaten.

Na het stoppen met roken neemt het risico op hart- en vaatziekten binnen een aantal jaren af tot het niveau van een niet roker.

23

Overgewicht

Overgewicht is een risicofactor die voornamelijk het gevolg is van iemands levenswijze. Overgewicht is immers meestal te wijten aan te veel en te vet eten en aan te weinig lichaamsbeweging. Ook overmatig alcoholgebruik kan overgewicht veroorzaken. Te veel eten en drinken kan samenhangen met spanning en emoties.

24

Lichamelijke inactiviteit

Lichamelijke activiteit voorkomt overgewicht, verbetert de gevoeligheid van de cellen voor insuline en verhoogt het HDL cholesterol in het bloed. Op deze manier levert lichamelijke activiteit en rechtstreekse bijdragen aan het voorkomen van hart- en vaatziekten.

25

Slechte voeding

Een voeding die rijk is aan verzadigde vetten en transvetzuren leidt tot verhoging van het serumcholseterolgehalte in het bloed. Zeker wanneer de voeding arm is aan onverzadigde vetten.

26

Alcohol

Alcohol werkt serumcholesterol verlagend bij een matige hoeveelheid, dus 2 glazen per dag voor de man en 1 glas voor de vrouw.

Bij een hogere alcoholconsumptie is het risico op hart-en vaatziekten sterk verhoogd omdat:

- alcohol een bloeddrukverhogend effect heeft
- alcohol tot verhoging van triglyceriden (VLDL) in het bloed leidt.

27

Sociaal-economische status

Er is vastgesteld dat hoe lager de sociaal-economische status is, hoe meer kans iemand heeft om hart- en vaatziekten te ontwikkelen.

28

Stress

Er wordt gezegd dat stress het ontstaan van een hartinfarct kan bevorderen Toch is de invloed van stress op hart- en vaatziekten erg onduidelijk. Wel is zeker dat langdurige stress situaties bijdragen aan het ontstaan van hart- en vaatziekten. Dit is voor een deel te wijten aan de levenswijze die stress vaak met zich meebrengt: veel roken en alcohol drinken, gehaast en slecht eten, weinig lichaamsbeweging. Stress lijkt dus eerder op een indirecte manier het ontstaan van hart- en vaatziekten bij te dragen.

29

Diabetes

Diabetes is een krachtige risicofactor voor het krijgen van hart en vaatziekten. Ten gevolge van de ziekte wordt de stofwisseling van vetten en cholesterol verstoord met als gevolg een behoorlijke verhoging van het triglyceriden gehalte.

Afwijkingen in het lipidenprofiel komen bij mensen met diabetes zeer vaak voor, vooral bij type 2 diabetes. Bij patiënten met type 2 diabetes is vaak sprake van een verhoging van het triglyceridengehalte. Oorzaak is dat bij type 2 diabetes de afbraak van triglyceriden is verminderd. Hierdoor ontstaat soms ook een lichte verhoging van het LDL-cholesterolgehalte. Bij deze patienten is daarnaast vaak het HDL cholesterolgehalte verlaagd.

30

Advies bij H&V: Totaal vet

max 30 En%

31

Advies bij H&V: verzadigde vetzuren

< 10 En%

32

Advies bij H&V: transvetzuren

kleiner dan 1 En%

33

Advies bij H&V: EOV

> 10 En%

34

Advies bij H&V: MOV

5,3- 10 En%

35

Advies bij H&V: Omega 3 vetzuren

1,3-2 En%

36

Advies bij H&V: Alfa linoleenzuur

> 1 En%

37

Advies bij H&V: DHA + EPA

> 0,3 En%

38

Advies bij H&V: Omega 6 vetzuren

4-8 En%

39

Advies bij H&V: Linolzuur

> 2 En%

40

Advies bij H&V: Voedingscholesterol

max 300 mg/dag

41

Advies bij H&V: KH

50-55 En% bij voorkeur complexe KH

42

Advies bij H&V: VV

min 15g/1000 kcal, voorkeur oplosbare VV

43

Advies bij H&V: Eiwitten

0,75g per kg lichaamsgewicht

44

Advies bij H&V: Alcohol

1 à 2 consumpties/dag

45

Advies bij H&V: Zout

Max 3,5 gram/dag