inleiding in de biologie 3 Flashcards

1
Q

zelfregulatie

A

zichzelf in stand te houden in biologische eenheden net als cellen organismen en ecosystemen. bijv. energiekring tussen autotrofe en heterotrofe organismen die op biosfeer niveau waarneembaar is, en kan alleen DOELTREFEND verlopen wanneer deze eenheden goed georganiseerd zijn.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

zelforganisatie

A

zelfregulatie vindt plaats als biologische eenheden goed zelf organiseren, hierdoor kunnen bilogische eenheden van hogere orde, bijv. cellen organiseren zichzelf tot weefsel,

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

waarom is DNA belangrijk voor zelfregulate en zelforganisatie bij een organisme?

A

omdat het bevat informatie over de bouwplan voor het organisme.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

voor hoeveel eigenschappen bevat het gen informatie?

A

een erfelijke eigenschap of een deel van een erfelijke eigenschap.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

genexpressie

A

aan en uit zetten van genen in een cel dus welke genen komt tot uiting

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

hoe beïnvloedt cel expressie het hogere orde niveaus van biologische eenheden in een organisme?

A

het activiteit van genen op moleculaire niveau beïnvloedt hogere orde niveaus, met celdifferentatie en groei en ontwikkeling van de weefsels en van organen tot gevolg, dat wat bedoelen we met dat DNA het bouwplan van een organisme bevat.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

waarom is genexpressie ingewikkeld in een organisme

A

genexpressie WISSELT voortdurend tijdens de levensloop van een organisme, doordat wisselt genexpressie op de juiste moment en juiste plaats in de lichaam dit is voorbeeld van zelfregulatie en moet goed zelf organiseren om in goede orde te lopen en kan als zelforganisatie in verschillende niveaus worden gezien.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

ordening, en voorbeeld van relatie tussen vorm en functie

A

ordening is waar te nemen in de structuren die door zelforganisatie ontstaan bijv. op organismen niveau door samenwerkende structuren spieren, zenuwen, bloed kan een vogel op een takje zitten snap je ma bro?.
en er is ook verband tussen de VORM en FUNCTIE in de geordende structuren van biologische eenheden:

dijbeen en scheenbeen zijn langwerpige holle boten, hierdoor zijn ze heel licht zonder dat het stevigheid kost, en ook dijbeen hebben in de kop bot plaat of staaf vormige beenbalkjes waar in de richting waarin de grootste kracht worden geoefend dan kan onze benen ons gewicht dragen zonder dat het ons veel energie kost.
bij vissen de stoomlijnvorm helpt om weinig weerstand van de water onder te vinden .

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

interactie

A

biologische eenheden reageren op biologische EENHEDEN en abiotische FACTOREN, en dit vindt plaats op elke niveau van biologie en andere betekenis heb. bijv. cel communicatie door hormonen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

reproductie

A

MEESTE biologische eenheden kunnen zich reproduceren bijv. celdeling , en door reproduceren en vermeerderen van organismen kan een populatie voort bestaan.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

genotype

A

is het pakket aan genen in een cel van een organisme

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

natuurlijke selectie

A

individuen met de beste aanpassingen door mutaties overleven, en zijn genen komen meer in de nakomelingen generaties, soms het kan leiden dat zoveel veranderingen optreedt dat de oorspronkelijke soort uitsterft of een nieuwe soort komt out een soort

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

reproductieve isolatie

A

doordat populaties out elkaar gescheiden raken kan gebeuren dat nieuwe soort komt out een soort en kunnen samen niet voortplanten, dat komt door natuurlijke selectie en mutaties aan de nieuwe milieu

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

basis van de evolutie theorie

A

natuurlijke selectie, verscheidenheid in genotypen, reproductieve isolatie,

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly