LE7: Magmavorming Flashcards

1
Q

Door het realtief ontbreken van welk materiaal is mantelegesteente ultamafisch?

A

Door de geringe hoeveelheid SiO2 (< 45%).

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wat beschrijven we met een fasediagram (phase diagram)?

A

Een fasediagram is een grafische weergave van de fase die in een bepaald materiaal aanwezig zijn.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Wat is de solidus lijn in een fasediagram?

A

Dit is de lijn die temperatuur en druk met elkaar verbindt waar een vaste oplossing zich geheel inde vaste fase bevindt.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Hoe kunnen geologen en aardwetenschappers gesteentes op meer detail onderzoeken? Bedenkend dat het vaak gaat om een grote massieve massa.

A

Door een kleine steekproef (monster) te verwijderen uit het gesteenten en deze in het veld of in een labrotorium verder te onderzoeken. Dit is een belangrijke vorm van dataverzameling.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Welke 3 fases kunnen we onderscheiden in een fase diagram naast de solidus en liquidus lijn.

A

Een vaste fase, een overgangsgebied met een partieele smelt en een vloeibare fase.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wat is een partieel smelt en waarom doet dit zich voor?

A

Een partieele smelt is het proces waarbij een gesteente niet meteen in zijn geheel smelt maar stapje voor stapje. Dit is het gevolg doordat gesteenten vaak opgebouwd zijn uit verschillende mineralen met een ander smeltpunt.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat is het gevolg voor de chemische samenstelling van een partieele smelt?

A

Doordat alle mineralen niet tegelijk smelten zal de chemische samenstelling ook veranderen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Hoe wordt de samenstelling van een partiele smelt bepaald?

A
  • De chemische samenstelling van de afzonderlijke mineralen
  • De verhouding waarin ze tot de smelt bijdragen
  • De verdeling van de chemische elementen tussen de eerste smelt en de overgebleven kristallen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Waarom is het vrijwel onmogelijk dat een volledig gesmolten gesteenten het oppervlakte zal bereiken?

A

Omdat bij partiele opsmelting op een gegeven moment gescheiden zal worden van het nog niet gesmolten ‘‘restgesteente’’. Door het verschil in dichtheid zal de smelt de neiging hebben om naar boven te migreren.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Natte periodiet bevat een kleine hoeveelheid H2O, wat is hiervan het gevolg voor het smeltpunt?

A

De aanwezigheid van water verlaagd het smeltpunt, het smelttraject aanzienlijk.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Wat is een belangrijke oorzaak van partiele smelt als we uitgaan van convectie stroming?

A

Vast heet mantelmateriaal dat van grote diepte afkomstig is wordt bij het omhoogkomen aan steeds geringere druk en steeds geringere temperatuur blootgesteld. Doordat de drukafname sneller gaat dan de temperatuurs afname zal het gesteente gedeeltelijk smelten.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Vaak zal magama komend uit de mantel niet direct op de oceaanbodem uitvloeiien, waar blijft dit magma?

A

Het magma zal accumuleren in magmareservoirs of magmakamers op relatief geringe diepte onder de spreidingszones.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat gebeurt er in een magmakamer tijdens het proces van kristalfractionering en graviatieve differentiatie?

A

De magamakamer zal langs de wanden af afkoelen, de mineralen met het hoogste smeltpunt zullen bij afkoeling van de smelt als eerste uitkristalliseren en naar de bodem zakken.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat gebeurt er op de bodem van een magmakamer dankzij het proces van gravitatieve differentatie?

A

Er zal zich een cumulaat vormen van fenokristen (eerst gevormde kristallen die een groter formaat hebben).

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Hoe is de oceanische korst verticaal opgebouwd?

A
  • Kussenlava
  • Gangen (dikes)
  • Gabbro’s
  • Cumulaatgesteente
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Waar is de grootte van een magmakamer aan afhankelijk?

A

De grootte van magmakamers is afhenklijk van de lokale tektonische bewgingen. We kunnen er dan ook vanuit gaan dat bij snel spreidende ruggen de magma kamers groter zullen zijn.

17
Q

Wat zijn andere benamingen voor divergerende plaatgrenzen en convergerende plaatgrenzen?

A

Divergerende plaatgrenzen (constructieve plaatgrenzen)

Convergerende plaatsgrenzen (destructieve plaatgrenzen)

18
Q

Is de magama productie hoger bij divergerende of convergerende plaatgrenzen?

A

Bij divergerende plaatgrenzen is de productie hoger. Ongeveer 21km3 tegenover 8,6km3 bij convergerende plaatgrenzen.

19
Q

Wat zijn de verschillen in chemische samenstelling tussen MORB’s en OIB’s( Ocean Island Basalt)?

A

De concentratie K, P, Rb, Zr, Nb, Th en U zijn lager bij MORB’s dan bij OIB’s.

20
Q

Van welke factoren hangt de chemische samenstelling van een basalt van af, noem er minimaal 3.

A
  • De mineralogische samenstelling
  • Het percentage smelt
  • De druk
  • De verdeling van elementen tussen de gevormde smelt en het restgesteente
  • De aanwezigheid van vluchtige bestandsdelen zoals H2O en CO2
  • Alle mogelijke differentiatie processen
21
Q

Hoe noemen we de elementen die niet gemakkelijk in een kristalrooster passen, maar een voorkeur hebben voor de smeltfase?

A

Incompatibele elementen.

22
Q

Wat wordt beschreven met de primitieve mantel?

A

De oorspronkleijke samenstelling van de mantel voordat differentitatie optrad door het ontstaan van de korst.

23
Q

Welke conclusie kunnen we trekken uit het feit dat OIB’s en MORB’s een verschil aan basalt samenstelling vertonen?

A

Dat elk type basalt een eigen chemische samenstelling heeft die hun manteloorsprong weerspiegel. Dit impliceert dat de mantel niet homogeen van samenstelling is.

24
Q

Hoe noemen we sperisingszones op continenten?

A

Een continetaal riftgebied.

25
Q

Geef met behulp van figuur 7.4 drie mogelijkheden aan hoe de solidus gepasseerd kan worden, uitgaande van een ‘droog’, vast gesteente.

A

In principe kan de solidus van een droge peridotiet op twee manieren overschreden worden: door toename van de temperatuur of door afname van de druk.

Toevoeging van water bij een constante T (temperatuur) en p (druk) zorgt ervoor dat de solidus zich verlegt naar lagere temperaturen, zodat ook op deze manier smelt kan ontstaan.

26
Q

Benoem de belangrijkste verschillen tussen MORB’s, OIB’s en IAB’s.

A

OIB’s zijn aangerijkt met incompatibele elementen, zoals K, P, Rb, Zr, Nb en Th, in vergelijking met MORB’s.

IAB’s vertonen duidelijke negatieve anomalieën voor enkele elementen (bijvoorbeeld Ti en Nb).

MORB’s zijn dus relatief arm aan die elementen die een voorkeur hebben voor smelt boven kristalroosters, en OIB’s zijn juist rijker aan zulke elementen.

Elk type basalt heeft dus eigen chemische kenmerken die hun manteloorsprong weerspiegelen. Dit impliceert dat de mantel niet homogeen van samenstelling is.

27
Q

Hoe kan de concentratie van incompatibele elementen in de restsmelt veranderen tijdens gravitatieve differentiatie door kristalfractionering in magmareservoirs (dit is het ‘uitzakken’ van de reeds gevormde kristallen in de smelt) onder de MOR’s?

A

Doordat deze elementen moeilijk in roosters van de kristalliserende mineralen passen, zal de restsmelt relatief aangerijkt worden. Zakken de gevormde fenokristen naar de bodem van een magmareservoir, dan neemt de concentratie van incompatibele elementen in de restsmelt toe.

Fenokristen zijn kristallen met een grotere kristalformaat dan de omringende gesteenten; het grotere kristalformaat is een textuureigenschap, geen mineraaleigenschap!

28
Q

Beredeneer hoe (basische ofwel mafische) basalt kan ontstaan uit ultramafische mantelgesteenten, zoals peridotiet.

A

De mantel bestaat voornamelijk uit peridotiet, een mantelgesteente met een ultramafische samenstelling.

Als basaltisch magma zou ontstaan door totale opsmelting van dit oorsprongsgesteente, dan zou het dezelfde samenstelling moeten hebben. Basalt heeft echter een mafische samenstelling: deze moet dus ontstaan zijn door partiële opsmelting van peridotiet.

Experimenten tonen aan dat magma met een basaltische samenstelling inderdaad op deze manier kan ontstaan.

29
Q

Wat is de belangrijkste reden dat MORB’s toch verarmd zijn aan incompatibele elementen in vergelijking met andere basalttypen?

A

MORB’s ontstaan waarschijnlijk in een deel van de bovenmantel, waaraan al eerder een smelt was onttrokken.

Het oorsprongsgesteente van MORB’s (het magma dat de magmakamer van onderen aanvult) is dus reeds verarmd aan incompatibele elementen, in vergelijking tot het oorsprongsgesteente van andere basalttypen (zoals OIB’s).