Losse aanvullingen Flashcards Preview

Inleiding Strafrecht > Losse aanvullingen > Flashcards

Flashcards in Losse aanvullingen Deck (33)
1

Beschrijving van de 3 verdenkingscriteria

1) ex art 27 Sv:

-- redelijk vermoeden

-- gebaseerd op feiten of omstandigheden

-- een gepleegd strafbaar feit

 

2) ex art 126o Sv:

-- redelijk vermoeden

-- gebaseerd op feiten of omstandigheden

-- beraamde of gepleegde strafbare feiten

--conform art 67 Sv

--in georganiseerd verband beraamd of gepleegd

-- en gezien de aard van de misdrijven of de samenhang met andere misdrijven een ernstige inbreuk op de rechtsorde opleveren

 

3) aanwijzingencriterium (terrorisme)

-- aanwijzingen zijn voldoende, een redelijk vermoeden is niet noodzakelijk

-- doel is niet alleen het hard maken van een redelijke verdenking maar ook het voorkomen van aanslagen

- voorlopige hechtenis 2 jaar langer

2

Welke bevoegdheden hebben algemene opsoringsambtenaren?

- beveogdheid tot het toepassen van dwangmiddelen voorzover dde wet hen daartoe bevoegdheid geeft(art 52 ev Sv)--> strafrechtelijke bevoegdheden

- beveogdheden ter handhaving van de openbare orde

- toezichthoudende bevoegdheden

3

Overeenkomsten tussen het politiesepot en het art 167 sepot?

- beide sepots kunnen voorwaardelijk zijn

- mededeling aan de verdachte is niet vereist

- schriftelijkheid is niet vereist

4

Wat gebeurt er bij betekening van de dagvaarding?

- hierdoor begint het rechtsgeding; de zaak gaat over van de OvJ naar de rechter

- verdachte mag nu alle stukken inzien

5

Welke 4 fasen worden onderscheiden tav het rechtsgeding?

- aanhangig maken van de zaak ter terechtzitting: art 258 Sv

- Het onderzoek ter terechtzitting: door het uitroepen van de zaak door de deurwaarder : art 270 Sv

- Beraadslaging :door/na sluiting van de terechtzitting door de vvoorzitter art 345 Sv

- de uitspraak: aanstonds , dan wel binne 14 dagen: art 345 Sv

6

Noem functies van de dagvaarding + de artikelen

- oproepingsfunctie: art 585 Sv ev

- beschuldigingsfunctie: art261 meldt wat er in de tll, een onderdeel van de dagvaarding, moet worden opgenomen

- informerende functie: wijzen op bepaalde rechten: art 44 lid 2, art 260 lid 4 en art 258 lid 5 SV

7

Als er een zaak is uitgeroepen door de deurwaarder, de OvJ de verdachte een transactie heeft aangeboden die zojuist heeft geaccepteerd.

Kan de OvJ de dagvaarding intrekken?

Zo nee, wat zou dan de rechterlijke uitspraak zijn?

- intrekken kan niet meer: art 266 Sv

- door inte gaan op het transactieaanbod vervalt het recht tot strafvordering van de OvJ --> OvJ niet ontvankelijk

8

Welke procesfase begint door het uitbrengen van de dagvaarding?

Het rechtsgeding, art 258 lid 1 Sv

9

Wat is de functie van de tll?

1) verdachte te informeren wat hem precies wordt verweten

2) tll is grondslag voor de behandeling en beslissing door de rechter

10

Waardoor eindigt het onderzoek te rterechtzitting?

Doordat de vz het onderzoek voor gesloten verklaart. art 345 lid 1 Sv

11

- Als een rechter het ten laste bewezen verklaart, doet hij daarmee een einduitspraak?

- en als hij het ten laste gelegde niet bewezen verklaart?

 

- Nee, bewezenverklaring is geen einduitspraak; het is slechts een tussenstap die genomen moet worden om de toepassing van een straf of maatregel toe te komen

- Nee, ook niet bewezenverklaring is geen einduistpraak, maar een argument voor de einduistpraak : vrijspraak

12

Bij welke onderwerpen is het onderscheid misdrijf/overtreding van belang?

- bewaren strafvordelijke gegevens, WJG

- bevoegdheid van de rechter , wet Ro

- toeveoging van een raadsman op verzoek, art 42 Sv

- Voorlopige hechtenis, art 67 Sv

- andere dwangmiddelen

- transactiebeveogdheid van de politie , art 74c Sr

 

13

Waar ziet het Nemo Tenetur beginsel op toe?

recht om te zwijgen; verplichte medewerking aan een ademanalyse is hiermee niet in strijd

14

Kan een Hoofdofficier een OvJ bevelen tot vervolging over te gaan?

Ja, art 136 RO

15

Voorwaardelijke straffen

art 14a Sr

16

Is militair strafrech gewoon of bijzonder strafrecht?

Eigenlijk is hier geen sprake van gewoon tov bijzonder. Dit onderscheid geldt voor burgers. Militair strafrecht betreft iets aparts: een bepaalde categorie personen: militairen. In beginsel is het gewone strafrecht op hen van toepassing, tenzij het etboek van militair strafrecht en de wet militaire strafrechtspraak daarvan afwijken

17

Piet, Nederlander, steelt tijdens zijn vakantie in Frankrijk een schrijfblok. Stel dat dit in frankrijk niet strafbaar zou zijn, heeft NL dan rechtsmacht?

NL zou rechtsmacht kunnen hebben ogv het personaliteitsbeginsel. Diefstal is een misdrijf (art 310 Sr). Art 5, lid 1 sub 2 stelt echter dat op het feit in de Franse wet straf is gesteld (dubbele strafbaarheid) en dat is hier niet het geval. 
Andere rechntsmachtbeginselen komen hier niet in aanmerking.

NL heeft dus geen rechtsmacht.

18

Zijn algemene strafbepalingen uit Boek I WvSr van belang?

-- ja, gelden voor alle strafbare feiten genoemd in boek II en III van het WvSr

-- ingevolge art 91 Sr ook van toepassing op strafbare feiten genoemd in bijzondere wetten

19

Welke 2 betekenissen kent de term overtreding?

-- overtreding van een wettelijk voorschrift

-- overtreding tegenover misdrijf

20

Welke soort gegevens bevindt zich in het dossier van een strafzaak?

Justitiele en strafvorderlijke gegevens (art 2 en 39e, lid 2 WJG)

21

Wat moet worden aangemerkt als een daad van vervolging?

-- dagvaarden van de verdachte

-- vorderen GVO door de OvJ

-- vorderen bewaring van verdachte

-- opleggen strafbeschikking aan verdachte door OvJ

22

Kan elke verdachte afstand doen van zijn recht op rechtbijstand?

-- Meerderjarigen kunnen bij zgn categorie A misdrijven geen afstand doen van consultatiebijstand

-- Minderjarigen 16/17 jaar: zelfde als volwassenen: dus afstand voor B/C categorie

-- 12- 16 jarigen: alleen afstand voor C categorie

23

Aanhouding door burgers?

-- Alleen bij heterdaad; art 53 Sv

24

Overeenkomsten tussen politiesepot en art 167 sv sepot?

_ beide kunnen voorwaardelijk zijn

--mededeling aan verdachte is bij beide niet vereist

-- schriftelijkheid is niet vereist

25

Bij welk soort tll kan het onderwerp meerdaadse samenloop aan de orde komen?

cumulatieve tll:

--art 57 Sr bij meerdere misdrijven

-- art 62 Sr bij meerdere overtredingen of een combinatie van overtredingen en misdrijf

26

Wat zal de uitspraak van de rechter moeten zijn wanneer de tll luidt: dat hij op 4 december 2001 te Heerenveen P.Jacobs heeft mishandeld.

Nietigheid van de dagvaarding: art 261 Sv eist een opgave van het feit, hetgeen een feitelijke en niet uitsluitend kwalitatieve omschrijving van de beschuldiging

Tevens zal meten worden aangegeven of sprake is van het veroorzaakt hebben van pijn of letsel en bovendien zal de concrete gedraging moeten zijn omschreven als slaan, schoppen, bijten,etc

27

Marie wordt ten laste gelegd het zich op een verboden plaats bevinden zonder daartoe gerechtigd te zijn, art 429 quinqies Sr. Moet de OvJ in de tll opnemene dat Marie opzet of schuld daaraan had?

Nee, zoals zoveel overtredingen heeft art 429 quinqies  Sr geen subjectieve bestanddelen. de OvJ hoeft dan ook niet ten laste te leggen dat Marie opzet of schuld had. Maar dit betekent niet dat de rechter Marie mag veroordelen als aannemelijk is dat Marie geen enkel verwijt treft. Ook al is schuld geen bestanddeel, als de schuld geheel afwezig is, mag de rechter Marie wegens afwezigheid van alle schuld (Melk en Water arrest) niet veroordelen

28

Hoe heet het als schuld niet in de delictomschrijving is opgenomen?

dan is schuld (geen bestanddeel, maar) element van de delictomschrijving

29

- Waarom wordt de sanctienorm tav RVV overtredingen niet in het RVV zelf gegeven?

- Waarom bevat het RVV geen dwangmiddelen?

-- Omdat de Gw in art 89 lid 2 eist dat de sanctienorm door de wetgever in formele zin wordt bepaald. Dit heeft betrekking op de soort sanctie en op het maximum van de sanctie

-- Omdat artikel 1 Sv met wet een wet in formele zin bedoelt. Het RVV is wel een wet in materiele, maar niet in formele zin

30

Wat zijn de verschillen tusen een vordering tot stil houden na constatering van een WAHV gedraging ogv art 5.20 Awb en de vordering staande houden ogv art 52 Sv?

-- WAHV eist geen verdenking

--art 52 Sv geldt alleen tav verdachten

-- WAHV verplicht tot naamsopgave (weigeren is een strafbaar feit , art 34 WAHV); art 52 Sv verplicht hier niet toe, zwijgen is geen strafbaar feit

31

Klaas wordt op 10 september 2005 veroordeeld tot een geldboete van € 100,- wegens een op 1 juli gepleegde winkeldiefstal.

Op 1 juni 2005 is hij betrapt bij het door rood licht rijden. Hij gaat in beroep bij de OvJ en de rechter. Moet de rechter bij het bepalen van de geldsom ingevolge art 63 Sr rekening houden met de reeds opgelegde geldboete?

Nee, want voorzieningen van strafrechtelijke aard zijn in art2 WAHV uitgesloten. Bovendien beplaat art 63 Sr dat met overtredingen en misdrijven rekening moet worden gehouden. Hier is een beschikking uitgereikt, dus betreft het geen overtreding maar een gedraging.

32

Kan een dier wederrechtelijk handelen?

Neen

33