PD 6.6 Immunodeficiënties: defecten in het innate immuunsysteem Flashcards

1
Q

Wat is nodig voor de behandeling van een meningokokkeninfectie/sepsis?

A

Vereist een teambenadering door artsen die bedreven zijn in intensive care-geneeskunde, infectieziekten en de behandeling van coagulopathieën.
- Vermoedelijke invasieve meningokokkeninfectie (patiënten met ernstig sepsissyndroom, koorts met petechiën en/of ecchymosen, of vermoedelijke bacteriële meningitis)
- Purpurans 15-25%
- Extreem belang van vroege toediening
- Circulerende microdeeltjes die afkomstig zijn van bloedplaatjes of granulocyten en een procoagulerende activiteit hebben. Snel vindt er stolling plaats, de vlekken kunnen binnen enkele uren verspreiden.
- Proteïne C-tekort veroorzaakt door de sepsis
- Intraveneus (IV) ceftriaxon moet worden gebruikt voor de behandeling van meningokokkenmeningitis of sepsis in afwachting van de resultaten van gevoeligheidstesten
- Houd rekening met minder gevoeligheid voor penicillines
Meningokokken sepsis wordt ook wel Waterhouse friederichsen genoemd. Als je er aan denkt moet je al antibiotica (ceftriaxon) gaan spuiten.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Uit welk systeem ontstaan afweerstoorniseen? Welke categorieën zijn er en in welke percentages komen deze voor?

A

Afweerstoornissen komen voornamelijk voor in het adaptieve immuunsysteem. Meer dan 50% van de afweerstoornissen wordt veroorzaakt door problemen met de productie van antistoffen. Overige compartimenten van het immuunsysteem kunnen bijvoorbeeld de T-cellen (8,4%), het fagocytaire systeem (11,2%) en het complementsysteem (4,2%).

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Diagnose: waar te zoeken?

A

– Terugkerende respiratoire en KNO-infecties –> antilichaamdefecten
– Opportunistische infecties, malaise, groeiachterstand –> T-cel disfunctie
– Terugkerende infecties van huid, slijmvliezen, organen, skeletten, –> granulocytenstoornissen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat zijn de aanwijzingen voor een primaire immuundeficiëntie?

A
  • 2 pneumonia
  • > 4 bacterial infections/year
  • Bronchiectasis
  • Therapy resistant asthma
  • Infections in unusual locations
  • Unusual pathogens (opportunistic)
  • Too severe, too long
  • Family history
  • Consanguinity
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat zijn de symptomen van een primaire immuundeficiëntie?

A

– Terugkerende huidabcessen
– Terugkerende of aanhoudende wratten
– Chronische diarree
– Falen om te gedijen
– Hepatosplenomegalie
– Chronische huidafwijkingen
– Vaccinatie complicaties (BCG)
– Dysmorfische kenmerken
– Allergische aandoeningen
– Auto-immuunziekten
– Auto-ontsteking

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wat zijn de oorzaken van de verschillende typen immuundeficiënties?

A
  • Primair: aangeboren afwijking
  • Secundair:
    o Chemotherapie
    o Nierinsufficiëntie
    o Lever disfunctie
    o Diabetes mellitus: pH veranderd en hebben vaak granulocytenstoornissen.
    o leeftijd
    o enz
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Op welke manieren kunnen er granulocytaire immuundeficiënties ontstaan?

A

Er zijn verschillende plekken binnen het immuunsysteem waardoor een granulocytaire immuundeficiëntie kan ontstaan. Zo kan de productie van granulocyten verminderd zijn (neutropenie), kan de adhesie aan het epitheel verminderen, kan de chemotaxis verminderd zijn (bv. bij een IL-17 deficiëntie) of kan er een verminderde afbraak van bacteriën in de cel zijn na fagocytose (bv. bij chronische granulomateuze ziekte (CGD), IFN-gamma defect of IL-12 defect). Dit laatste kan leiden tot chronische granulomateuze ziekte.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Welke indeling van een neutropenie kan er worden gemaakt?

A

Bij een neutropenie is er sprake van een tekort aan granulocyten. De volgende indeling wordt gemaakt:
- Mild neutropenia; (1.0 ≤ ANC < 1.5)10^9/l — minimal risk of infection
- Moderate neutropenia; (0.50 ≤ ANC < 1.0) 10^9/l — moderate risk of infection
- Severe neutropenia; (ANC < 0.5) 10^9/l — severe risk of infection.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Wat is de halfwaardetijd van neutrofielen? En wat voor soorten neutropenie zijn er?

A

De halfwaardetijd van neutrofielen is zes à zeven uur in perifeer bloed. De neutrofielen blijven gemiddeld één tot twee dagen leven in weefsels. Een neutropenie kan persisterend zijn indien deze constant blijft in de tijd, bijvoorbeeld door een defect in de differentiatie van neutrofielen. Een tijdelijke neutropenie is, zoals de naam zegt, tijdelijk bijvoorbeeld door chemotherapie.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat is cyclische neutropenie?

A

Is onderdeel van de congenitale neutropenie. Autosomaal dominant. Gevoeligheid voor opportunistische infecties. Terugkerende ernstige neutropenie, duurt 3-6 dagen om de 21 dagen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Wat is de kliniek van cyclische neutropenie?

A

– Aften
– Gingivitis
– Stomatitis
– Cellulitis

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Door welk gendefect kan cyclische neutropenie worden veroorzaakt?

A

50-60% van de mensen met congenitale neutropenie hebben een mutatie in het ELANE gen, kan dus cyclische neutropenie veroorzaken –> Dit gen is verantwoordelijk voor de aanmaak van het stofje neutrofiele elastase, dat essentieel is voor de afweer tegen bacteriën.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat zijn de oorzaken van neutropenie?

A
  • Hematologisch: congenitale neutropenie, MDS, aplastische anemie, leukemie
  • Immunologisch / inflammatoire disorders: auto-immuun neutropenie, cyclische neutropenie
  • Infecties: malaria, CMV, sepsis
  • Nutritional: te weinig aanmaak van granulocyten (bv. bij vitamine B12 deficiëntie)
  • Rheumatoide disorders: SLE, reumatoïde artritis
  • Geneesmiddel-geïnduceerde neutropenie: Antibioticum, Antihypertensiva, anti-aritmica, Neuropsychotropica, analgetica en chemotherapie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat is de kliniek van CGD?

A
  • Recidiverende schimmel (aspergillus) en bacteriële (s. Aureus) infecties
  • Steriele abcessen, soms secundair bacterieel geïnfecteerd
  • Ongecontroleerde inflammatie in diverse organen o.a. IBD-achtige colitis
    o Daarnaast zie je granulomateuze processen.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Wat is kenmerkend aan CGD?

A

Een immuundeficiëntie gaat gepaard met een verminderde afweer, maar eigenlijk is het een verstoring van het immuunsysteem waardoor ook meer autoinflammatie en auto-immuniteit wordt waargenomen. CGD kan leiden tot allerlei infecties, zoals pneumonie, lymfadenitis, cutane abcessen, perirectale abcessen, leverabcessen en osteomyelitis. Met name gevoelig voor S. aureus, salmonella & aspergillus.
CGD = dominant zie je het vroeg bij de kinderleeftijd, autosomaal zie je op latere leeftijd.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Wat is de pathogenese van CGD?

A

Catalase breekt endogeen waterstofperoxide af. Bacteriën maken, als ze intracelluair zitten, zelf ook een lage hoeveelheid waterstofperoxide aan wat door de cel gebruikt kan worden om bacterie te doden. Daarom hebben onder andere de S. aureus, Salmonella en Aspergillus standaard catalase bij. In normale omstandigheden worden bacteriën dan gedood door andere O2-radicalen dan waterstofperoxide. Echter, door een NADPH-defect in CGD wordt dat niet gevormd en dus is er geen killing meer.

17
Q

Wat is de epidemiologie van CGD?

A

De incidentie van CGD is 1:250.000 geboorten waarbij voornamelijk mannen zijn aangedaan (X-gebonden mutatie). Ongeveer een derde van de X-gebonden afwijkingen zijn een de novo mutatie. Er is geen verschil tussen rassen of etniciteit wat betreft voorkomen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de antistof deficiënties die veel meer onder het kaukasische ras voorkomen. Presentatie <2 jaar maar ook volwassenen

18
Q

Wat is de diagnose van CGD middels een NBT test? En wat zijn alternatieve methoden?

A

Diagnose middle Nitroblue Tetrazolium Test (NBT)
Aan de neutrofiele granulocyt wordt in het lab nitroblauw toegevoegd. Indien de NADPH-oxidase activiteit ongestoord is, zullen er intracellulair superoxiden aanwezig zijn. Deze superoxiden zetten nitroblauw om tot formazan wat een zwartblauw precipitaat vormt in > 95% van de cellen. Bij CGD zal dit dus niet gebeuren.
Alternatieven om diagnostiek te doen:
- Flowcytometrie
- DNA-diagnostiek

19
Q

Wat is de overleving van CGD?

A

De overleving van CGD is door de diepe abcessen in vitale organen zoals de hersenen en longen slecht. Op veertigjarige leeftijd is nog maar 25% van de patiënten in leven. Hierbij is de overleving met een autosomaal recessieve mutatie wel beter dan bij X-gebonden ziekte. Door de ontstane orgaanschade daalt de kwaliteit van leven snel, bijvoorbeeld door een verminderde inspanningstolerantie door een afgenomen longfunctie.

20
Q

Wat houdt pathogeniciteit in?

A

Pathogeniciteit micro-organismen is de mate waarin zij gevoelig zijn voor non-oxidatieve destructie mechanismen van de neutrofiel (defensine, proteasen). Met name virulent zijn micro-organismen resistent tegen non-oxidatieve schade.

21
Q

Wat is de behandeling van CGD?

A

De behandeling van CGD bestaat uit de volgende onderdelen:
- Profylactisch antibiotica en anti-schimmel therapie (bijvoorbeeld cotrimoxazol en itraconazol)
- Behandeling van hyperinflammatie middels immunosuppressie: steroïden en anti-TNF-afla en IBD-like colitis
- IFN-gamma
- Behandeling van abcessen met operaties
- Een stamceltransplantatie (HSCT) is de enige curatieve optie
- Gentherapie (in de toekomst)

22
Q

Wat is hyper-IgE syndroom?

A

Het hyper-IgE syndroom wordt ook wel het Job-syndroom genoemd en gaat samen met terugkerend eczeem, luchtweginfecties, candidiasis, aspergillosis en botbreuken. Ook vormen zich regelmatig stafylokokken huidabcessen (en nierabcessen). De IgE-waarden zijn verhoogd (> 2000 U/l). Het is een genetische afwijkingen van het STAT3. Dit is een belangrijke transcriptiefactor voor de activatie van T-cellen, specifiek Th17-cellen. Een verminderde activatie van Th17-cellen betekent een verminderde productie van IL-17. IL-17 is belangrijk bij de bestrijding van schimmelinfecties. STAT3 werkt als dimeer. Na activatie gaat het naar de kern en zorgt voor transcriptie. Een verminderde werking heeft verminderde chemotaxis van granulocyten tot gevolg. De behandeling van het hyper-IgE syndroom bestaat uit het profylactisch toedienen van antibiotica.

23
Q

Wat is leukocyten adhesive deficiëntie?

A

De adhesie van leukocyten speelt een belangrijke rol in het immuunsysteem. Als dit niet goed werkt, ontstaat een verzwakte afweer. Een neonaat met LAD zal zich mogelijk presenteren met een forse ontsteking van de navel, hoge botdichtheid, gingivitis en terugkerende infecties (voornamelijk schimmelinfecties). De behandeling bestaat uit het toedienen van profylactische antibiotica, eventueel met een beenmergtransplantatie.

24
Q

Wat is een IFN-gamma en IL-12 defect?

A

De antigeen presenterende cel presenteert antigeen en activeert hiermee T-cellen (verbinding tussen innate en adaptieve afweer). Hierbij zijn IFN-gamma en IL-12 van groot belang. Als er bij de productie van IFN-gamma iets mis gaat, uit dit zich in infecties met atypische mycobacteriën of in tuberculose (typische mycobacteriën). De behandeling bestaat uit profylactische antibiotica, in combinatie met anti-mycobacteriële therapie en suppletie van IFN-gamma.