ZO 2.2 Opbouw en functie van de thymus 1 Flashcards

1
Q

Hoe vindt de migratie van T-cellen plaats in de thymus?

A

In het corticomedullair gebied, op de grens van cortex en medulla, komen de onrijpste T-celvoorlopers de thymus binnen.
Daarna migreren ze naar de cortex, tot net onder het kapsel, waar de thymocyten sterk prolifereren. Vervolgens migreren ze terug door de cortex naar de medulla.
Tijdens deze migratie rijpen de thymocyten uit.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Hoe heet het gebied op de grens van de cortex en de medulla?

A

Corticomedullair gebied

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Waar bevinden de verschillende stadia van rijpende T-cellen zich in de thymus?

A

De minst rijpe, prolifererende CD4-CD8- T-celvoorlopers bevinden zich onder het kapsel. De iets rijpere, CD4+CD8+ cellen zijn te vinden in de cortex, en de CD4+CD8- en CD4-CD8+ cellen die klaar zijn om de periferie in te gaan, bevinden zich in de medulla.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat is het DiGeorge syndroom?

A

Patiënten met het DiGeorge syndroom hebben als gevolg van een chromosomale deletie (22q11.2) een embryonaal defect aan de neurale buis. Dit leidt onder andere tot een foutieve aanleg van het thymusepitheel.
Hierdoor komt de thymus onvoldoende en op een onjuiste locatie tot ontwikkeling. Dit leidt dan weer tot een verminderd aantal perifere T-cellen, terwijl het aantal B-cellen normaal is. Afhankelijk van de ernst van het tekort aan T-cellen is de weerstand van deze patiënten meer of minder verlaagd.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

De thymus is opgebouwd uit epitheelweefsel, maar wat is het verschil met normaal epitheliaal weefsel?

A

Op de andere plaatsen in het lichaam heeft epitheel een bedekkende en/of secernerende rol. De epitheelcellen vormen dan ook altijd een continuüm, waartussen nauwelijks tussenstof of niet-epitheliale componenten voorkomen. In de thymus vormen de epitheelcellen een 3-dimensionaal netwerk waartussen zich thymocyten en bloedvaten bevinden. Het structureel netwerk (ook wel reticulum genoemd) van de thymus is dus opgebouwd uit epitheel, waar dit in organen met weinig interne stevigheid wordt gevormd door reticulair bindweefsel.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Welke celtypen maken deel uit van het thymusstroma?

A
  • epitheelcellen
  • macrofagen
  • fibroblasten
  • endotheelcellen
  • dendritische cellen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat is ‘thymic crosstalk’?

A

De interactie tussen stromale cellen in de thymus en de zich ontwikkelende T-cellen is geen éénrichtingsverkeer: stromale cellen zijn op hun beurt voor een juiste organisatie afhankelijk van de T-lymfocyten. Dit verschijnsel wordt ‘thymic crosstalk’ genoemd en komt het duidelijkst tot uiting tijdens de embryonale ontwikkeling: een intrinsieke stoornis in de T-celontwikkeling leidt tot een afwijkende morfologie van het thymusepitheel.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Hoe wordt de thymus ontwikkeling gestimuleerd door T-cellen?

A

De overgang van een 2-dimensionale naar een 3-dimensionale structuur van het thymusepitheel wordt bewerkstelligd door thymocyten in het CD44+CD25+ stadium (pro-T-cel). Deze veranderingen vinden plaats in het corticale epitheel. De functionele rijping van medullaire epitheelcellen wordt juist gestimuleerd door SP T-cellen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Vanaf welk stadium komen functionele T-celreceptoren tot expressie op de ontwikkelende T-cellen?

A

DP-stadium

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat zijn de mogelijke mechanismen van ‘thymic crosstalk’?

A

Door één van beide celtypen (thymocyten of epitheel) worden essentiële groeifactoren / cytokinen geproduceerd en uitgescheiden die noodzakelijk zijn voor de volgende ontwikkelingsstap van het andere celtype.
Cel-celcontact van ontwikkelende thymocyten en ontwikkelende epitheelcellen. Elk van beide celtypen brengt unieke oppervlaktemoleculen tot expressie, waarvoor het andere celtype een receptor heeft. Net als bij de bovengenoemde groeifactoren brengt celcontact een signaleringscascade op gang die een stap in de ontwikkeling van de signaal-ontvangende cel mogelijk maakt.
Met name dit laatste mechanisme lijkt van toepassing, waarbij Notch-NotchL interactie een belangrijke rol speelt.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly