16. Uitvoeringsfase 1. Flashcards Preview

Communicatie the real one > 16. Uitvoeringsfase 1. > Flashcards

Flashcards in 16. Uitvoeringsfase 1. Deck (32):
1

Wat is typografie?

Typografie is het vormgeven van tekst. Het is een hulpmiddel om een tekst een beeldend karakter te geven.

2

Wat zijn stokletters?

Letters als b, d, f, en h hebben een stok die in de onderkast boven de x-hoogte uitsteekt.

3

Wat zijn staartletters?

Dit zijn letters die in de onderkast een onder de x-hoogte uitstekend deel, een staart, hebben. Dit zijn bijvoorbeeld g, j, p en ij.

4

Wat zijn schreefletters?

Sommige typen letters hebben een voetje ofwel schreef aan de stokken en staarten van de letter.

5

Wat is het metrisch stelsel?

Het metrisch stelsel is enen tiendelig rekensysteem dat bij het bepalen van lettercorpsen en regelbreedten uitgaat van de meter en de afgeleiden in cm en mm. Voor het omrekenen van punten naar milimeters gebruikt de zetter een met cijfers bedrukte rekenschijf. Deze rekenschijven zijn ook onmisbaar bij het uitrekenen van de juiste vergroting of verkleining van illustraties.

6

Wat is aanspatiëren?

Extra witruimte toevoegen, Aanspatiëren is het plaatsen van spaties tussen de letters van het woord.

7

Wat is vrijregelval?

Bij een Engelse of vrije regelval staan de regels van de tekst aan de linkerkant allemaal onder elkaar (ze lijnen aan de linkerkant) maar zijn ze rechts ook ongelijk van lengte.

8

Wat is blad- en de zetspiegel?

- De bladspiegel is de hele pagina met haar indeling van tekstelementen, illustraties en witruimten.
- De zetspiegel is een onderdeel van de bladspiegel en is dat gedeelte van de pagina waarbinnen de kolommen tekst en eventueel de illustraties worden gezet. De zetspiegel heeft meestal een rechthoekige vorm en wort aan alle zijden omgeven door witmarges.

9

Wat is het PMS-systeem?

Het Pantone Matching Systeem. Wanneer een tekst of illustratie wordt afgedrukt. Zwart en 1 kleur dan is de kleur de steunkleur. Voor een steunkleur moet een extra drukvorm worden gemaakt. (Niet geschikt voor full colour.)

RAL kleuren worden voor zeefdruk verven gebruikt.

10

In welke twee fases is het prepress-traject te onderscheiden?

- Het in een opmaakprogramma maken van het originele document. Het zogenaamde desktoppublishing (dtp)
- Het opzetten van dit originele document naar voor de grafische industrie toepasbare "kwaliteits" specificaties; het lithograferen.

11

Wat is rastertoonwaarde?

De rastertoonwaarde geeft aan hoeveel van het oppervlak door het raster wordt afgedekt. Een 50% rastertoonwaarde wil zeggen dat de rasterpunten met elkaar 50% van het te bedrukken oppervlak afdekken. Hoe lager het percentage, hoe lichter de kleur is.

12

Wat zijn de papierformaten van de A-serie?

a0, 841mmx1189 mm, de opvolgende maat is de helft zo klein.

13

Noem drie soorten drukpersen.

- Degeldruk, hier is sprake van een vlakke tegendruk tegen een vlakke drukvorm; deze vorm van drukken komt niet meer zo vaak voor. Er wordt vel per vel gedrukt (vellendruk)
- Cilinderdruk, hier is sprake van een ronde tegendruk tegen een vlakke drukvorm rol en zo de afdruk op het papier drukt. De vellen papier worden 1 voor 1 bedrukt. Na een omwenteling van de drukcilinder is het vel bedrukt en wordt het uitgeworpen. Voor weerdruk moet het nog een keer door de pers. Vellendruk wordt doorgaans toegepast op reclamedrukwerk en huisstijldragers als briefpapier, visitekaartjes, bedrijfsbladen, folders en brochures.
- Rotatiedruk, hier is sprake van een ronde tegendruk tegen een ronde drukvorm. Het papier zit op lange rollen van honderden meters papier die continue door de rotatiepers heen worden gevoerd. Het papier wordt direct aan beide zijden bedrukt, gesneden, gevouwen en afgewerkt. De hoge productiesnelheid is het grote voordeel van rotatiedruk. Kranten, tijdschriften en reclamefolders in grote oplagen worden op deze manier gedrukt.

14

Noem enkele vormen van digitaal drukken.

- Just in time,
alleen maar drukken op het moment dat u drukwerk nodig hebt; bespaart kosten en werkt efficiënter want u kunt per keer uw inhoud actualiseren.
- Printing on demand
De inhoud wordt pas dan gedrukt als er vraag is; er is dus geen voorraad
- Direct to consumer
De inhoud wordt naar de gebruiker gestuurd en die print de inhoud uit.
- Short run printing
Kleine oplages in zwart-wit of kleur worden betaalbaar door het overslaan van dure lithografie en/of het vervaardigen van drukvormen.
- Versioning/personalisation
Het wordt mogelijk drukwerk met variable inhoud te produceren.
- Distributed printing of local printing.
Het drukwerk kan daar gedrukt worden war het goedkoopste is of op plaats van gebruik, wat goedkoper kan zijn (geen distributiekosten).

15

Noem enkele afwerkingstechnieken.

Snijden
Stansen = uitsnijden
Rillen = snijden met stompmes hierdoor kan dik of stuk materiaal makkelijker gevouwen worden.
Ritsen= een oppervlakkige snijlijn op de ritslijn is dan een scherpe vouw mogelijk zonder dat het materiaal breekt. bijv karton.
Perforeren, boren of ponsen worden er gaatjes in het drukwerk aangebracht.
Vouwen
Vergaren/verzamelen
Hechten/binden

16

Wat moet er absoluut in de offerteaanvraag?

- een korte beschrijving van het soort drukwerk, aangevuld met een eenvoudige ontwerpschets
- de omvang van het drukwerk ofwel het aantal pagina's
- of het drukwerk uitgevoerd moet worden in zwart-wit een of meer steunkleuren of full colour
- of er enkelzijdig of dubbelzijdig gedrukt moet worden
- het aantal illustraties en gekoppeld daaraan het aantal fotorasters of litho's dat moet worden gemaakt.
- hoe wordt het drukwerk aangeleverd?
- de gewenste papiersoort en het papierformaat
- de gewenste oplage
- de gewenste wijze van afwerking: vouwen stansen of rillen
- de gewenste levertijd

17

Wat zijn de kenmerken van nieuwe media?

- digitaal
- multimediaal
- interactief

18

Wat is het kenmerk van massamedia?

Veel mensen gelijktijdig bereiken.

19

Wat is het kenmerk van special interest-media?

Richten zich op groepen mensen met een bepaalde interesse voor een onderwerp.

20

Waarom is interpersoonlijke communicatie indringend?

Mensen bevinden zich in elkaars nabijheid en ze kunnen elkaar zien en horen. Mensen die eenmaal in gesprek zijn met elkaar kunnen zich dan ook niet snel meer afwenden van dit gesprek.

21

Noem enkele Web 2.0 toepassingen

Web 2.0 is een verzamelnaam voor nieuwe internettoepassingen waarbij de inbreng van de gebruiker centraal staat.

- My space
- Hyves
- YouTube
- Wikipedia

22

Noem acht manieren waarop u kunt communiceren via internet.

- email
- mailinglist
- usenet of nieuws
- bloggen
- forum
- Second Life
- gaming
- netwerken.

23

Wat is het verschil tussen een blog en een forum?

- Een blog is meer gefocust op de mening van een of enkele individuen terwijl bij forums de focus ligt bij een hele groep. In tegenstelling tot bij een blog is een forum ook veel meer afhankelijk van groepsinteractie.

24

Wat is Nederland 4?

Is de digitale 4e zender van de Nederlandse publieke omroep.

25

Wat is VOD?

Video On Demand is een dienst die de gebruiker toelaat om, op het moment dat hij dit wil, video te bekijken, die opgevraagd wordt, via een netwerk.

26

Wat is een hotspot?

Een plek waar draadloze internettoegang wordt aangeboden.

27

Noem de druktechnieken

- Hoogdruk, drukken van een verhoogd beeld
- Diepdruk, drukken van een verdiept beeld
- Vlakdruk of offset, drukken van een vlak beeld
- Zeefdruk, drukken door een gaas gespannen op een raam.

28

Andere druktechnieken
De conventionele computer to film wordt vervangen door computer to plate (lithografiefase overgeslagen) en computer to press (lithografiefase en drukvormfase overgeslagen.

- Fotokopieren
- Laserdruk
- Inkjetprinting
- Digitaal drukken.

29

Noem voorbeelden van postdrukken

Snijden, vouwen, vergaren en hechten.

30

Informatieverkeerspatronen:
wat is allocutie, consultatie, registratie

Allocutie = er sprake van 1 centrale zender die alle controle heeft over de inhoud en de vorm van de boodschap alsmede over het tijdstip van het verzenden. De ontvanger bestaat uit grote hoeveelheden individuelen aan wie de boodschap op hetzelfde moment wordt verstuurd. De ontvanger kan dan ook niet anders dan de boodschap op het aangeboden moment consumeren.

Consulatie: de ontvanger bepaalt wanneer hij informatie van de zender wil ontvangen. teletekst, kabelkrant, besteltv.

Registratie: de zender en ontvanger werken met elkaar zamen. De zender verzamelt gegevens die hem door de ontvanger worden verstrekt in een tempo en op het tijdstip dat de zender behaagt. denk aan examens, enquetes en dergelijke. Kabelenquete en kabelreferendum.

Conversatie: De zender en ontvanger kunnen met elkaar praten, er is sprake van interactieve communicatie.

31

Wat is personal interest media

Grote groepen mensen in een op een relatie bereiken

32

Wat is DVB

Dit is de standaard die in Europa gebruikt wordt voor digitale tv.