5. Geïntegreerde communicatie Flashcards Preview

Communicatie the real one > 5. Geïntegreerde communicatie > Flashcards

Flashcards in 5. Geïntegreerde communicatie Deck (39):
1

Wat is de definitie van corporate communication (geïntegreerde communicatie)?

Corporate communicatie is het managementinstrument waarmee, op een zo effectief en efficiënt mogelijke wijze, alle bewust gehanteerde vormen van in- en externe communicatie zodanig op elkaar worden afgestemd dat een positieve uitgangspositie ontstaat met de doelgroepen waarmee de organisatie een afhankelijkheidsrelatie heeft.

2

Waar staat de afkorting GVP voor?

Gemeenschappelijke vertrekpunten.
Hiermee wordt aangegeven welke centrale waarden als basis kunnen worden gebruikt voor een heldere en consistente vertaling naar alle vormen van communicatie die door een organisatie worden ingezet.

3

Noem de drie stappen waarmee het communicatiebeleid geïntegreerd kan worden.

- Strategie vertalen in GVP's op het hoogste optellende niveau binnen de organisatie. Vaststellen of bijstellen wat de gewenste corporate identity is. Opstellen of bijstellen van het mission statement.
- De SBU's (strategische business unit.) of de verschillende communicatieafdelingen concretiseren de GVP's voor de eigen communicatieplannen
- In deze communicatieplannen worden de doelstellingen op kennis, houding en gedragsniveau aangegeven voor de stakeholders met wie die SBU of die afdeling in contact staat. Er wordt dus concreet aangegeven welke veranderingen in kennis, houding en gedrag dienen op te treden bij voor de organisatie belangrijke stakeholders.

4

Wat is de definitie van identiteit?

Het geheel van waarden en normen dat ten grondslag ligt aan het gedrag van de organisatie. Waarden en normen zijn ideeën en regels, al dan niet vastgelegd, over hoe je met elkaar als mensen binnen een organisatie omgaat. Die waarden en normen komen tot uitdrukking in de cultuur van een organisatie: het geheel aan opvattingen over het werk, over elkaar en over de organisatie.

5

Uit welke drie instrumenten bestaat de corporate identitymix?

Zelfpresentatie van een organisatie door middel van symboliek, communicatie en gedrag.
Symboliek is terug te vinden in het mission statement en in de huisstijl,

gedrag de belangrijke bijdrage die het personeel heeft in het uitdragen van de echte en de gewenste identiteit.

6

Wat is de definitie van imago?

De innerlijke representatie van de organisatie in het geheugen van mensen.
Deze innerlijke representatie begint bij het kennen van de naam van de organisatie; vandaar dat de naamsbekendheid een belangrijk onderdeel is van het imago van een organisatie.

7

Wat zijn de drie voordelen van een goede corporate identity?

- heeft een vergrotend effect op de motivatie van de eigen medewerkers
- door een bewust uitgedragen corporate identity ontstaat er bij allerlei groepen een duidelijk beeld van de organisatie.
- bindmiddel wat zowel de in- als externe groepen aan de organisatie bindt.

8

Op welke niveaus kan een imago bestaan?

- over een product
- productklasse
- merk
- een bedrijf
- een branche
- winkel
- land
- gebruiker

9

Wat is de corporate reputation?

Een organisatie kan met verschillende imago's te maken krijgen bij verschillende soorten stakeholders (consumenten, pers, aandeelhouders, personeel) die uiteindelijk moeten leiden tot het corporate imago de corporate reputation te gaan noemen.

10

Wat komt er tot uitdrukking in een missie?

In de missie komt tot uitdrukking wat de organisatie bedacht heeft om het gat (gap) te dichten tussen een huidige situatie en een gewenste situatie (meestal over een paar jaar). Een missie geeft antwoord op de vraag wat de kernwaarden zijn van een organisatie.

11

Hoe is de opbouw van een mission statement?

- een beschrijving van de waarden, overtuigingen, het karakter en lange termijndoelstellingen van de organisatie.

De opbouw is als volgt:
- Organisatie !
- In samenleving Q
- Levert product X of dienst Z met nut V of nut W
- voor consument C op markt D en
- voor consument E op markt F (etc.) zodat
- Binnen het marktaandeel
- de verkoop van product X of dienst Z
- voldoende omzet en
- voldoende winst oplevert waardoor de organisatie A
- grond- en hulpstoffen kan inkopen alsmede
- arbeidskracht
- waarbij dit handelen van de organisatie gelegitimeerd moet worden
- door de (strategische) stakeholders van organisatie A
- omdat organisatie A waarde S, waarde T, norm U en norm V respecteert en nastreeft.
- Zodat de continuïteit van organisatie A gewaarborgd is en blijft staan.

12

Wat is een merk?

Een merk is ieder teken dat in staat is de waren of diensten van een onderneming te onderscheiden en dat in materiële dan wel immateriële zin een zekere betekenis kan hebben voor consumenten.

Een merk kan sterk zijn en goed verkopen. Een merk kan zwak zijn en slecht verkopen. De kwaliteit van de producten die achter het merk schuilgaan, kan even goed zijn.

13

Welke drie identiteiten zijn er binnen een merkbeleid?

- Monolitische identiteit: de hele organisatie hanteert 1 visuele stijl. Het concern is overal te herkennen en hanteert overal dezelfde symbolen. (BIJV. Philips)
- Endorsed identiteit: de verschillende SBU's hebben wel hun eigen merken, maar het moederconcern is op de achtergrond duidelijk herkenbaar.
2 varianten organisatiegerichte corporate identity ( de moeder neemt een aantal mangagementfuncties over van de SBU's.) en de communicatiegerichte corporate identity (in de communicatie wordt duidelijk gemaakt dat het om een dochterbedrijf gaat dat tot een moederconcern behoort).
General Motors- Opel
- Branded identiteit. Het moederconcern is voor buitenstaanders niet herkenbaar. De merken zijn niet gerelateerd aan het moederbedrijf en leven hun eigen leven. (Bijv. Unillever.)

14

Wat is parent visibility?

Is in de corporate identity het moederconcern wel of niet zichtbaar? Dit wordt uitgedrukt met de term parent visibility.

15

Noem de vier communicatieve functies van verpakkingen?

- eerste confrontatie
- de verpakking stimuleert tot aankomt
- herinnering en bevestiging van een goede aankoop
- verpakking kan worden gebruikt door op andere productvarianten te wijzen en/of te communiceren over acties.

16

Wat is een bruikbare definitie van huisstijl?

Huisstijl is de visuele presentatie van ene organisatie volgens strikte voorschriften ten behoeve van eenduidige herkenbaarheid. Basiselementen zijn naam/merk, kleur. lettertype en typografisch stramien.

17

Wat zijn de functies van een huisstijl?

- Herkenning
- Imagodrager
- Sturend element
- Dienstverlening, service, kwaliteit
- Bindend element
- Ordenend element
- Identificatiemiddel
- Motiverend instrument

18

Welke argumenten kunnen ten grondslag liggen aan het invoeren van een huisstijl?

- Een onderneming heeft vastgesteld dat de diensten en producten als ouderwets worden ervaren en wil haar imago moderniseren.
- Een door fusies ontstane groep wil in- en extern de onderlinge relatie tussen de onderdelen duidelijk uitdragen en zoekt 1 noemer.
- Het kan ook economische achtergronden hebben. Het op elkaar afstemmen van diverse drukwerken leidt vrijwel altijd tot beperkingen en daardoor tot besparingen.
- Intern brengt een huisstijl meestal een bewustwordingsproces op gang.

19

Wat zijn de basiselementen van een huisstijl?

Logo, vignet (beeldmerk), kleurgebruik en typografie.

20

Wat is een logo?

Een logo is het totaal van woordmerk en/of beeldmerk. Het komt neer op een specifieke schrijfwijze van de naam of initialen van en organisatie.

21

Aan welke algemene eisen moet een logo voldoen?

1. Eenvoudig en duidelijk leesbaar zijn.
2. Uniek zijn in zijn categorie.

22

Wat zijn vignetten?

Een visueel symbolisch herkenningsteken van een organisatie en kan een onderdeel zijn van het logo. Het vignet (ook wel beeldmerk) kan afgeleid zijn van een woordmerk of een op zichzelf staand beeld zijn.

23

Waarom is kleur een belangrijk huisstijlelement?

Omdat het snel herkent wordt en kleur roept associaties op en er wordt vaak een emotionele waarde aan toegekend.

24

Wat verstaan we onder de typografie?

Typografie omvat alle richtlijnen die betrekking hebben op papierformaten, lettertypes, kolombreedtes, spatiëring, liniatuur en opmaak. Deze richtlijnen moeten ertoe leiden dat drukwerk en digitale producten van een organisatie volgens een bepaald standaardontwerp tot stand komen, zodat de zender aan de hand hiervan wordt herkend.

25

Wat zijn functionele dragers?

Alle voorwerpen waarmee een organisatie zich visueel kan presenteren. Bijv: Briefpapier, advertenties, jaarverslag, suikerzakjes.

26

Hoe gaat de ontwikkeling van een huisstijl?

Allereerst moeten een aantal vragen gesteld worden:
- Wat verwacht de organisatie van een huisstijl?
- Welke identiteit wordt nagestreefd (branded, monolitisch, endorsed?)
- Hoe past de huisstijl in het merkenbeleid van de organisatie?
- Bij welke doelgroepen wil zij deze identiteit tot stand brengen?
- Hoe zijn de stakeholders kwalitatief en kwantitatief samengesteld?
- In welke mate is de organisatie bij de stakeholders bekend?
- Voor zover bekend, welk beeld of welke beelden hebben de leden van de diverse stakeholders van de organisatie? en waarom?
- Is het haalbaar om enkel door invoering van een huisstijl de gewenste identiteit te scheppen of te versterken?
- Welke andere factoren hebben daar nog meer invloed op?

27

Wat is een programma van eisen? Wat staat er allemaal in?

- de voorwaarden waaraan de te ontwerpen huisstijl moet voldoen, inhoudelijk en technisch, en in zijn geheel en op onderdelen. Het programma is een referentiekader voor de door de opdrachtgever en ontwerper te nemen beslissingen.

Er zijn drie soorten eisen te onderscheiden:
a. esthetische eisen: eisen aan de vormgeving, onderscheidend vermogen
b. technische eisen: eisen van technische aard, zoals reproduceerbaarheid, bestand tegen weersinvloeden, gewicht, formaat, leesbaarheid.
c. functionele eisen: eisen die betrekking hebben op de functie zoals het gebruikersgemak.

28

Waarop moeten de geselecteerde ontwerpers worden doorgelicht?

1. Kennis van en/of ervaring met de branche of soort organisatie
2. Inhoudelijke deskundigheid. Hij moet zich in de situatie van de opdrachtgever kunnen inleven. Hij moet kunnen meedenken en meepraten.
3. Hij moet beschikken over de technische vaardigheid om een goed ontwerp te maken.

29

Wat is een huisstijlhandboek? Wat is het belang ervan?

Het geeft in woord en beeld gedetailleerde richtlijnen voor een correcte toepassing van de huisstijl. Het geeft aan welke basiselementen moeten worden gebruikt op welke functionele dragers en hoe ze moeten worden gebruikt. Het is niet alleen een belangrijk hulpmiddel voor de invoering, het maakt ook de bewaking van de huisstijl gemakkelijker.

30

Kunt u enkele punten noemen waarmee een organisatie een consistente huisstijl behoudt?

- Veranderingen zowel in de interne als de externe omgeving kunnen van invloed zijn op de huisstijl en soms aanleiding zijn tot aanpassingen. De huisstijlmanager moet de omgeving goed monitoren op veranderingen.

- De leiding vervult een voorbeeldfunctie. Als zij zelf de huisstijl goed hanteren, stimuleren zij de medewerkers de huisstijl ook goed te hanteren.

- Ook na de implementatie van de huisstijl en het aanleren van de vaardigheden om de huisstijlvoorschriften goed te hanteren, is het belangrijk om in de organisatie te blijven leren goed met de huisstijl om te gaan.

- De huisstijl moet in de praktijk goed toepasbaar zijn op alle mogelijke huisstijldragers. Als dit niet het geval is, wort een consistente toepassing van de huisstijl bemoeilijkt. De huisstijlmanager dient daarom voor een doordacht Programma van Eisen te zorgen.

31

Coördinatie van besluitvorming 4 niveaus

Coördinatie
- door 1 persoon.
- door ene stuurgroep
- door ad hoc- bijeenkomsten
- door het groeperen van verschillende communicatiemanagers bij elkaar op 1 locatie.

32

Welke drie vragen zijn nodig voor een goed communicatiebeleid?

1. Hoe moet het meest wenselijke imago van onze organisatie bij onze stakeholders eruitzien?
2. Hoe moet onze identiteit dan zijn om dat gewenste imago te kunnen verdienen?
3. Hoe gaan we dit bereiken (missie, strategie)?

33

Aandachtspunten voor een goede mission statement zijn:

- Waarin onderscheidt de organisatie zich van andere soortgelijke organisaties?
- Heeft de missie draagvlak bij directie, management en medewerkers?
- Is de missie richtinggevend voor het doen en laten van iedereen in de organisatie?
- Kunnen uit de missie SMART-doelstellingen worden afgeleid, zowel voor de organisatie als geheel als voor de individuele medewerkers?
- Gaat de missie minstens 5 jaar mee?
- Is de missie inspirerend en enthousiasmerend?

34

Wat zijn de twee kernbegrippen uit de geïntegreerde communicatie?

Identiteit en imago

35

Welke uitspraak over GVP's is niet juist?

GVP's behoeven niet direct te zijn afgeleid van de organisatiestrategie.

36

Wat zijn de drie instrumenten van de corporate identitymix?

Symboliek, gedrag en communicatie

37

Als een organisatie een visuele stijl hanteert en de merken dezelfde naam hebben als het moederconcern, draagt deze organisatie de...

Monolitische identiteit.

38

Wat is parent visibility?

De zichtbaarheid van het moederconcern.

39

Welke van de drie instrumenten uit de corporate identity-mix is de belangrijkste?

Gedrag