25. Ik kan tellen Flashcards Preview

Dutch - 图解小词典 > 25. Ik kan tellen > Flashcards

Flashcards in 25. Ik kan tellen Deck (21):
1

een pijnboom

a pinetree

2

twee waaiers

twe fans

3

drie boeken

three books

4

een mens

one person

5

twee vissen

two fish

6

drie tickets

three tickets

7

een regenjas

one raincoat

8

twee hondjes

two puppies

9

drie stukken kaas

three pieces of cheese

10

een pil

one pill

11

twee hoofdstukken dagboek

two chapters of diary

12

drie bladeren

three leaves

13

een kerk

one church

14

twee paar leren schoenen

two pairs of leather shoes

15

een koe

one cow

16

twee machines

two machines

17

drie paarden

three horses

18

drie auto's

three cars

19

Hoeveel boken heb jij haar gegeven?

How many bookes did you give her?

20

Ik heb naar twee boeken gegeven.

I gave her two books.

21

Ik kan tellen

I can count