30. Tegenstellingen Flashcards Preview

Dutch - 图解小词典 > 30. Tegenstellingen > Flashcards

Flashcards in 30. Tegenstellingen Deck (38):
1

goed

good

2

slecht

bad

3

licht

light

4

zwaar

heavy

5

droog

dry

6

nat

wet

7

geurig

fragrant

8

stinkend

stink

9

zwak

weak

10

sterk

strong

11

hard

hard

12

zacht

soft

13

strak

tight

14

los

loose

15

ver

far

16

dichtbij

close

17

snel

fast

18

langzaam

slow

19

dik

thick

20

dun

thin

21

klein

small

22

groot

big

23

lang

long

24

kort

short

25

breed

wide

26

smal

narrow

27

nieur

new

28

oud

old

29

leeg

empty

30

vol

full

31

erg

very

32

te

too

33

echt

really

34

ontzettend

enormously

35

Hij is erg goed.

He is very good.

36

Deze broek is te lang.

This pants is too long.

37

Dit boek is echt dik.

This book is really thick.

38

Dat land is ontzettend klein. 

That country is enormously small.