Hoorcollege 7: Verslaving Flashcards

1
Q

Geschatte prevalentie alcohol gebruik

A

80% drinkt
10% is een zware/overmatige drinker
Zware drinker: wekelijks
overmatige drinker: >21 (M), >14 (V) glazen pw

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Prevalentie stoornis in gebruik van alcohol

A

2-3x vaker voor bij mannen dan vrouwen, maar het verschil word steeds kleiner
–> verandering genderrollen, alcogolreclames richten zich op huisvrouwen en vrouwen ervaren meer barieres bij het vragen om hulp bij alcoholproblemen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Sekseverschillen in behandeling

A

meerderheid mannen aan coke en alcohol
meerderheid vrouwen aan slaap/kalmeringsmiddelen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Sekse en genderverschillen bij verslaving

A

> 3x hogere prevalentie bij transgender mensen
–> gender minderheden ervaren meer stres, dit zorgt voor emotie dysregulatie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Genderverschillen en hulpverlening

A

64% weet niet hoe te signaleren dat een jongere worstelt met genderidentiteit
71% van de proffesionals hebben een vermoeden maar bespreken dit niet
–> Als behandelaar weet je niet of de genderidentiteit anders is dan geslacht, dus je moet erom vragen!

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

klinische karakteristieken van stoornis in middelengebruik

A

verlies van controle, sociale problemen, risicovolgebruik, fysieke problemen
2-3 symptomen: milde stoornis
2-5 symptomen: gematigde stoornis
>6 symptomen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

type middelen: kalmerende middelen

A

alcohol, sedatieve/anxiolytica (benzos), opiode (heroine), cannabis, tabak
acute intoxicatie: ontspanning en verlies aan controle en chronische intoxicatie: depressieve stemmingsstoornis

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

type middelen: stimulerende middelen

A

cafeine, stimulantia: coke en amfetamines
acute intoxicatie: euforie
chronische intoxicatie: psychotisch, depressief en angstig

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Type middelen: hallucinogenen

A

Fencylclidine: PCP
overige hallucinogenen: LSD
inhalatia: lachgas

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat gebeurd er over het algemeen bij onttrekking aan intoxicatie

A

effecten van intoxicatie en ontrekking zijn tegengesteld
verschil fysieke en psychische ontrekking

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Intoxicatie alcohol

sekseverschillen

A

vrouwenlichaam bevar minder dehydrogenase waardoor plasmaconcentraties hoger zijn en vrouwen sneller dronken worden

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Intoxicatie Nicotine

sekseverschillen

A

Plasma concentraties zijn hoger en worden sneller bereikt bij vrouwen
* Effect is groter bij vrouwen die hormonale anticonceptie gebruiken

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Intoxicatie Cocaine

sekseverschillen

A

Bij mannen wordt een hogere en snellere plasma concentratie bereikt bij snuiven t.o.v. spuiten
Bij vrouwen wordt een hogeren en snellere plasmaconcentratie bereikt in
de folliculaire dan in de luteale fase van de cyclus

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Hoe onstaat een verslaving: intoxicatiefase

A

Middelen stimuleren dopamine
uitstoot van ventrale tegmentale
gebied → striatum
Hoe meer dopamine, hoe groter het
belonende effect
Er is steeds meer nodig voor zelfde
effect

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Hoe ontstaat een verslaving: negatieve bekrachtigingsfase

A

De hunkering naar het middel wordt
gedreven door verstoringen in het
brein-stress systeem
Abstinentie → negatief affect/stress
→ hunkering naar het middel

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Hoe onstaat een verslaving: Anticipatie fase

A

Verstoringen in de prefrontale cortex
zorgen voor beperkte motivationele
en emotionele controle

17
Q

Genderverschillen in de intoxicatie, negatieve bekrachtiging en anticipatie fases

A

**Intoxicatiefase: ** Mannen zijn mogelijk meer gevoelig voor
de initiële belonende effecten van een
middel (positieve bekrachtiging)
**Negatieve bekrachtiging: ** Gebruik en terugval bij vrouwen wordt
mogelijk meer getriggerd stress
(negatieve bekrachtiging)
Anticipatie fase: Vrouwen ervaren mogelijk grotere
problemen in cognitieve controle
(snellere escalatie van het gebruik)

18
Q

Gedragsbehandeling: CBT + motiverende gespreksvoering

A

expliticeren en verhogen van de motivatie tot gedragsverandering en veranderen van gedrag en manier van denken

19
Q

Gedragsbehandeling: Minesota Model

A

12 stappenplan: gebaseerd op spirituele waarden als respect, eerlijkheid, openheid en verbondenheid

20
Q

Gedragsbehandeling: Acceptence en Commitment Therapie (ACT)

A

De client leert vervelende gevoelens te verdragen (acceptence) en weer te gaan doen wat echt belangrijk is (commitment)

21
Q

Farmacologische behandeling: natrexone

A

Blokkeert binding van een middel op de opiode receptoren, hiermee word het belonende effect geblokkeerd
–> alleen sekseverschillen bij rookverslaving mannen (effectiever)

22
Q

Farmacologische behandeling: Varenicline

A

blokkeert binding van nicotine op nicotine receptoren, hiermee word het belonende effect voorkomen, stimuleert ook gematigde dopamine uitstoot
–> Sekseverschillen bij vrouwen (effectiever)

23
Q

Farmacologische behandeling: disulfiram

A

verandert metabolisme van alcohol hierdoor resulteert alcoholgebruik in misselijkheid/spugen
–> geen genderverschillen