Inleiding Medische Terminologie Flashcards Preview

Medische Terminologie > Inleiding Medische Terminologie > Flashcards

Flashcards in Inleiding Medische Terminologie Deck (178):
1

Hernia / herniae

Breuk / breuken

2

Nervus / nervi

Zenuw / zenuwen

3

Medicus / medici

Arts / artsen

4

Labium / labia

Lip / lippen

5

Ovarium / ovaria

Eierstok / eierstokken

6

Naevus uitspraak neevus

Pigmentvlek

7

Eufoor uitspraak uifoor

Overdreven vrolijk

8

a of an

Niet of zonder

9

Anti

Tegen

10

Dys

Slecht of abnormaal

11

Hyper

Vermeerderd of verhoogd

12

Hypo

Verminderd of verlaagd

13

Infra

Onder of beneden

14

Supra

Boven

15

Inter

Tussen

16

Intra

Binnen of in

17

Extra

Buiten

18

Oligo

Weinig of zelden

19

Poly

Veel of vaak

20

Peri

Rondom

21

Pre

Voor

22

Post

Na

23

Sub

Onder of bijna

24

Ante

Naar voren

25

Retro

Naar achteren

26

Mono

Een of alleen

27

Uni

Een

28

Di

Twee

29

Tri

Drie

30

Anovulatie

Zonder ovulatie

31

Anticonceptie

Het tegengaan van conceptie= bevruchting

32

Dysgrafie

Stoornis in schrijven

33

Hypertensie

Verhoogde tensie = bloeddruk

34

Hypotensie

Verlaagde tensie= bloeddruk

35

Infraclaviculair

Onder de clavicula = sleutelbeen

36

Supraclaviculair

Boven de clavicula

37

Intercellulair

Tussen de cellen

38

Intrathoracaal

In de thorax = borstkast

39

Extrathoracaal

Buiten de thorax = borstkast

40

Oligomenorroe

Weinig menstruatie (met grote tussenpozen )

41

Polymenorroe

Vaak menstruaties (met kleine tussenpozen )

42

Perineuraal

Rondom de neuron = zenuw

43

Prenataal

Voor de geboorte

44

Postnataal

Na de geboorte

45

Subileus

Onvolledige ileus = darmafsluiting

46

Unilateraal

Aan een zijde

47

Bilateraal

Aan twee of beiderzijds

48

Trisomie

Het aanwezig zijn van drie chromosomen

49

Oma of oom

Gezwel

50

Itis

Ontsteking

51

Ose

Ziekte of aandoening

52

Scoop

Kijker scopie = kijken

53

Ectomie

Het uitsnijden van

54

Resectie

Slechts een deel van het orgaan wordt weggesneden

55

Nefroom

Tumor uitgaande van nierweefsel

56

Nefritis

Ontsteking van de nier

57

Nefrose

Aandoening aan de nier

58

Cystoscopie

Het bekijken van de blaas

59

Nefrectomie

Het operatief verwijderen van de nier

60

Nierresectie

Het verwijderen van een deel van de nier

61

Vena / venae

Ader / aders

62

Caudaal

In richting v/h voeteneinde van het lichaam

63

Craniaal

In de richting van het hoofdeinde

64

Rostraal

In de richting van het hoofdeinde

65

Centraal

In het midden van het lichaam

66

Mediaal

In de Richting van het midden lichaam

67

Proximaal

Het meest bij het midden van het lichaam gelegen

68

Distaal

Richting het uiteinde van het lichaam

69

Perifeer

Het verst van het midden van het lichaam

70

Lateraal

Aan de zijkant van het lichaam

71

Ventraal

Aan de buikzijde (abdominaal)

72

Dorsaal

Aan de rugzijde

73

Anterior

Aan de voorkant

74

Posterior

Aan de achterkant

75

Abductie

Zijwaartse beweging van de middellijn af

76

Adductie

Zijwaartse beweging naar de middellijn toe

77

Flexie

Buigen

78

Anteflexie

Naar voren buigen

79

Retroflexie

Naar achteren buigen

80

Extensie

Strekken

81

Anteversie

Naar voren kantelen

82

Retroversie

Naar achteren kantelen

83

Versie

Kantelen

84

a.= slagader

Arterie

85

aa.

Arteriën

86

art.

Articulatio= gewricht

87

Cart.

Cartilago= kraakbeen

88

gl.

Glandula= klier

89

Lig.

Ligament= bindweefselband

90

m.

Musculus= spier

91

n.

Nervus= zenuw

92

V.

Vena = ader

93

vv.

Venen

94

Acuut

Plotseling ontstaan

95

Allopathie

Geneeswijze waarbij ziekten worden behandeld met stoffen die normaal gesproken niet de aandoening kunnen veroorzaken, in tegenstelling tot homeopathie

96

Anamnese

Medische voor geschiedenis die de patiënt vertelt

97

Anatomie

De wetenschap die de opbouw van het menselijk lichaam bestudeert

98

Anesthesie

Gevoelloos maken

99

Antibiotica

Geneesmiddelen tegen bacteriën

100

Benigne

Goedaardig

101

Cardioloog

Internist die zich richt op hartaandoening

102

Chirurg

Arts die operaties verricht

103

Chronisch

Langdurig, slepend

104

Complicatie

Verwikkeling

105

Conservatief

Zonder operatief ingrijpen

106

Cryotherapie

Behandeling met kou

107

Curatie

Genezing

108

Curatief

Genezend

109

Dermatoloog

Medisch specialist voor huidaandoeningen

110

Diagnose

Het onderkennen van de aard van een ziekte

111

Diathese

Aanleg

112

Dominant

Betreffende erfelijkheid: eigenschap uit zich al als deze heterozygoot aanwezig is

113

Donor

Iemand die een orgaan, weefsel of cellen afstaat ten behoeve van de behandeling van een ander mens

114

Echografie

Beeldvorming d.m.v. Ultrageluidsgolven

115

Ectomie

Het uitsnijden van

116

Elektrotherapie

Behandeling met elektrische stromen

117

Endocrinoloog

Internist die zich richt op aandoeningen van de hormoonproducerende organen

118

Farmacie

Bereiding van geneesmiddelen

119

Farmacotherapie

De behandeling met geneesmiddelen

120

Fataal

Noodlottig, soms foutief gebruikt als letaal

121

Flagel

Zweepdraad voor voortbeweging

122

Fysiologie

De wetenschap die het functioneren van het menselijk lichaam bestudeert

123

Gastro-enteroloog

Internist die zich richt op aandoeningen van het maagdarmkanaal

124

Genetica

Erfelijkheidsleer

125

Geriaters

Specialist voor ouderen

126

Gynaecoloog

Vrouwenarts

127

Heliotherapie

Behandeling met licht

128

Hematoloog

Internist gespecialiseerd in bloedziekte

129

Hereditair

Erfelijk

130

Hetrozygoot

Met ongelijke erfelijke eigenschappen

131

Homozygoot

Met gelijke erfelijke eigenschappen

132

Hydrotherapie

Behandeling met water

133

iatrogeen

Veroorzaakt door de arts, bijvoorbeeld een bijwerking van een behandeling

134

Indicatie

Aanwijzing, maar ook een reden om een behandeling in te stellen

135

Infaust

Ongunstig

136

Intensive care

Intensieve zorg: zorgvuldige bewaking van een ernstige ziekte

137

Intoxicatie

Vergiftiging

138

Itis

Ontsteking

139

Juveniel

Jeugdig

140

Letaal

Dodelijk

141

Maligne

Kwaadaardig

142

Maligniteit

Kwaadaardige ziekte, kanker

143

Mechanotherapie

Behandeling met mechanische krachten, o.a geluidsgolven

144

Metabolisme

Stofwisseling

145

Morbus

Ziekte

146

Mors

Dood

147

Nefroloog

Internist gespecialiseerd in nierziekten

148

Neonaat

Pasgeborene

149

Neonatoloog

Medisch specialist voor pasgeborene

150

Neuroloog

Medisch specialist voor aandoeningen van het zenuwstelsel

151

Obductie

Lijkschouwing

152

Obstetricus

Vrouwenarts die gespecialiseerd is in het verrichten van bevallingen

153

Oncoloog

Internist voor maligne aandoeningen

154

Palliatief

Verzachtend

155

Pathologie

Wetenschap die de ziekten bestudeert: hoe ziekten ontstaan en verlopen

156

Preventie

Het voorkomen van ziekten

157

Prognose

Vooruitzicht

158

Psychisch

Geestelijk

159

Pulmonoloog

Internist die zich richt op aandoeningen van de longen of luchtwegen

160

Radiologie

De leer van (rontgen) straling

161

Radiotherapie

Behandeling met (rontgen) straling

162

Recessief

Betreffende erfelijkheid: eigenschap uit zich alleen als deze homozygoot aanwezig is

163

Regressief

In afnemende mate

164

Remissie

Tijdelijke verbetering van ziekte

165

Sectie

Lijkschouwing

166

Somatisch

Lichamelijk

167

Symptoom

Ziekteverschijnsel

168

Syndroom

Een vaste combinatie ziekteverschijnselen die steeds samen voorkomen

169

Thermotherapie

Behandeling met warmte

170

Tractus

Orgaanstelsel

171

Transplantatie

Overbrengen van levend weefsel naar een andere plaats bij dezelfde persoon of een ander

172

Trauma

Verwonding

173

Vaccinatie

Het actief immuniseren met behulp van inentingsvloeistof (vaccin)

174

De Latijnse term voor boven is?

Supra

175

De Latijnse term voor verminderd is

Hypo

176

Het Latijnse voorvoegsel ante betekent

Naar voren

177

Het voorvoegsel Oligo betekent

Weinig

178

Welke specialist zal Cystoscopie verrichten

Uroloog