Stramien/conceptual framework Flashcards Preview

Externe verslaggeving > Stramien/conceptual framework > Flashcards

Flashcards in Stramien/conceptual framework Deck (69)
Loading flashcards...
1

Wat is de doelstelling van de jaarrekening?

Het doel van de jaarrekening is om informatie te verschaffen over de:
- financiële positie
- resultaten, en
- wijzigingen in de financiële positie
van een onderneming, die voor een grote reeks van gebruikers nuttig is voor het nemen van
economische beslissingen.

2

Welke structuur bij je uiteenzetting ALTIJD gebruiken?

- Welke wetgeving is van toepassing
- Welke onderwerpen wil ik behandelen bij de casus
- Definitie
- Waardering
- Verwerking
- Presentatie
- Toelichting
- Toepassing

3

Welke gebruikers van de jaarrekening worden er onderkent in het Stramien? Geef hier tevens een uiteenzetting van!

- Beleggers: de verschaffers van risicokapitaal en hun adviseurs zin geïnteresseerd in het risico dat aan hun beleggingen is verbonden en in de opbrengst die deze opleveren. Zij hebben informatie nodig om hen te helpen beslissen of zij zullen kopen, aanhouden of verkopen. Tevens is deze informatie nodig om het vermogen tot dividendbetaling door de onderneming te kunnen beoordelen;
- Werknemers: deze zijn geïnteresseerd in informatie over de solvabiliteit en winstgevendheid van hun werkgever. Tevens zijn zij geïnteresseerd in informatie dat hen in staat stelt zich een oordeel te vormen omtrent het vermogen van de onderneming tot het betalen van loon en ouderdaguitkeringen, alsmede het verschaffen van werkgelegenheid;
- Cliënten: deze hebben belang bij informatie omtrent de continuïteit van een onderneming, in het bijzonder wanner zij daarmee langdurige betrekkingen onderhouden, dan wel daarvan afhankelijk zijn;
- Geldschieters: deze zijn geïnteresseerd in informatie die hen in staat stelt te bepalen of hun leningen en de daarop betrekking hebbende rente, op het moment van verschuldigdheid zullen worden voldaan.

4

Wie zijn de belangrijkste gebruikers van de jaarrekening en waarom?

Beleggers --> risico kapitaal inbreng, strengste eisen.

5

Wat zijn de grondbeginselen van het stramien?

- Het toerekeningsbeginsel (accrual base): bij hantering van dit beginsel worden de gevolgen van transacties en andere gebeurtenissen verwerkt wanneer zij zich voordoen en worden zij in de administratie verantwoord en in de jaarrekening verwerkt van de periode waarop zij betrekking hebben. Bijv. voorzieningen: deze verplichtingen dienen te worden verantwoord reeds voordat deze leiden tot uitgaande kasstromen. (kasstromen worden toegerekend aan de perioden waarop zij betrekking hebben).
- Het continuïteitsbeginsel (going concern beginsel): de jaarrekening wordt gewoonlijk opgesteld in de veronderstelling dat de continuïteit van de onderneming gewaarborgd is en dat zij haar bedrijf in de afzienbare toekomst zal voortzetten. Indien dit niet het geval is, wijzigt de waardering van posten.

6

Welke 4 kwalitatieve kenmerken kent het Stramien en ligt deze toe.

1. Begrijpelijkheid: De jaarrekening dient begrijpelijk en duidelijk te zijn voor gebruikers met een redelijke kennis en toewijding;
2. betreft de mate waarin informatie de economische beslissingen van gebruikers beïnvloedt. Hiermee hangen samen het realisatieprincipe, het matchingsprincipe en het materialiteitsprincipe:
3. Betrouwbaarheid: de informatie in de jaarrekening dient vrij te zijn van wezenlijke onjuistheden en vooroordelen en dient een getrouwe weergave te zijn van de werkelijkheid. Hiermee hangen samen;
- Getrouwe weergave
- onafhankelijkheid
- volledigheid
- het beginsel van ‘substance over form’ (economische realiteit gaat boven juridische vorm), en;
- voorzichtigheidsprincipe.
4. gebruikers moeten in staat zijn om de jaarrekeningen van ondernemingen in de tijd en die tussen ondernemingen onderling te vergelijken. Hiermee hangt samen het stelselmatigheidsprincipe.

7

Wat zijn de randvoorwaarden van de kwalitatieve kenmerken?

De randvoorwaarden zijn tijdigheid en de afweging van nut en kosten. Ook tussen de kwalitatieve kenmerken kan sprake zijn van een onderlinge afweging, waarbij relevantie het primaire kenmerk is.

8

Ligt het realisatieprincipe toe

Deze stelt dat alleen opbrengsten en winsten mogen worden verantwoord indien deze zijn gerealiseerd. Het is niet leidend, omdat het in omstandigheden ook relevant kan worden geacht om ongerealiseerde waardeveranderingen in het resultaat op te nemen. Met het toestaan van de ‘percentage of completion methode’ (POC) is het realisatieprincipe doorbroken.

9

Ligt het materialiteitsprincipe toe

Informatie is van relatieve betekenis (materieel) indien het weglaten of het onjuist weergeven daarvan de economische beslissingen die gebruikers op basis van de financiële overzichten nemen, kan beïnvloeden. Voor de balans geldt dat indien een post groter is dan 5% van de balanstelling of groter dan 10% van de rubriek waartoe hij behoort. In een dergelijke situatie wordt aanbevolen de post afzonderlijk te vermelden op grond van het vermoeden dat sprake is van een post van relatieve betekenis.
Voor de W&V geldt dat indien een resultaatpost groter is dan 5% van de toegevoegde waarde of groter is dan 10% van het totaal van de rubriek, wordt aanbevolen de post afzonderlijk te vermelden op grond van het vermoeden dat sprake is van een post van relatieve betekenis.

10

Ligt substance over form toe

Wil informatie een getrouwe weergave zijn van de transacties en gebeurtenissen die zij pretendeert weer te geven, dan is het noodzakelijk dat deze wordt verantwoord en weergegeven in overeenstemming met de economische realiteit, en niet slechts de juridische gedaante.

11

Ligt het voorzichtigheidsprincipe toe

Aan transacties zijn onzekerheden verbonden. Bij de toepassing van de grondslagen voor de waardering en de resultaatbepaling dient voorzichtigheid betracht te worden. In dit verband is bepaald dat verliezen en risico’s dien hun oorsprong vinden voor het einde van het boekjaar, in acht worden genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.

12

Ligt het stelselmatigheidsprincipe toe

Houdt in dat voor, naar aard en gebruik, gelijksoortige activa of activiteiten dezelfde grondslagen en regels dienen te worden toegepast en dat een eenmaal gekozen stelsel dient te worden gehandhaafd tenzij de situatie aanleiding geeft tot een stelselwijziging. Een wijziging in het stelsel is slechts toegestaan wegens gegronde redenen.

13

Hoe wordt een stelselwijziging verwerkt?

Indien een wijziging wordt doorgevoerd, dient de verwerking retrospectief (met terugwerkende kracht) plaats te vinden, tenzij een specifieke richtlijn een andere verwerkingswijze toeschrijft of toelaat:
- herrekening van het eigen vermogen dient plaats te vinden aan het eind van het voorgaande boekjaar op basis van de gewijzigde grondslag;
- het verschil tussen het eigen vermogen aan het eind van het voorgaande boekjaar voor en na herrekening dient verwerkt te worden als rechtstreekse mutatie van het eigen vermogen (in de overige reserves).

14

Geef de boekingsgang van een stelselwijziging van historische kostprijs naar actuele waarde voor de MVA

Mva
@ Resultaat
+
Overige reserves
@ EV herwaarderingsreserve

15

Ligt het matchingsprincipe toe

Hierbij gaat het om de toerekening van kosten. Deze worden zo veel mogelijk toegerekend aan de periode waarin de opbrengsten van de producten waarvoor de kosten zijn gemaakt als baten worden verantwoord.

16

Geef de definitie van een actief (RJ 115.104) en geef aan wanneer deze verwerkt mag worden.

Definitie:
- een uit gebeurtenissen in het verleden voortgekomen middel;
- waarover de rechtspersoon de beschikkingsmacht heeft;
- en waaruit in de toekomst naar verwachting economische voordelen naar de onderneming zullen toevloeien.

Verwerking:
- wanneer het waarschijnlijk is dat in de toekomst economische voordelen aan de rechtspersoon zullen toevloeien; en
- wanneer het actief een kostprijs of waarde heeft waarvan de omvang op betrouwbare wijze kan worden vastgesteld.

17

Geef de definitie van een passief/vreemd vermogen (RJ 115.105) en geef aan wanneer deze verwerkt mag worden.

Definitie:
- Feitelijke of in rechten afdwingbare verplichting;
- bestaande verplichting van de onderneming;
- die voortkomen uit gebeurtenissen in het verleden;
- waarvan de afwikkeling naar verwachting resulteert in een uitstroom uit de onderneming van middelen die economische voordelen in zich bergen.

verwerking:
- wanneer waarschijnlijk is dat de afwikkeling van de bestaande verplichting gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen uit de onderneming die economische voordelen in zich bergen;
- en wanneer de kostprijs of waarde op betrouwbare wijze kan worden vastgesteld.

18

Geef de definitie van het eigen vermogen

Overblijvend belang in de activa na aftrek van alle passiva, sluitpost. Verschil met verplichtingen is dat het eigen vermogen geen verplichte uitstroom van middelen kent.

19

Geef de definitie van baten:

Vermeerdering van het economisch potentieel, uitmondend in een toename van het eigen vermogen, anders dan door bijdragen van aandeelhouders.

20

Geef de definitie van lasten

Vermindering van het economisch potentieel, uitmondend in een afname van het eigen vermogen, anders dan door uitdelingen aan aandeelhouders.

21

Welke 3 types winstverdeling bestaat er in het Stramien

- winstbepaling: zoals opgenomen in de statuten;
- winstverdeling: de werkelijke verdeling van de winst;
- winstbestemming: de aanwending van het deel van de winst.

22

Geef de twee vormen en definities van vermogensinstandhouding

1. Financiële vermogensinstandhouding; er is slechts sprake van behaalde winst indien
het netto-actief per einde periode hoger is dan aan het begin van de periode, na
uitschakeling van uitdeling aan en bijdrage van eigenaars gedurende de periode.
2. Fysieke vermogensinstandhouding; er is slechts sprake van behaalde winst indien de
fysiek productiecapaciteit van de onderneming aan het einde van de periode hoger is
dan aan het begin van de periode, na uitschakeling van uitdeling aan en bijdrage van
eigenaars gedurende de periode. (Vereist waardering op actuele kosten)

23

Hoe wordt een schattingswijziging verwerkt

Het effect van een schattingswijziging dient verwerkt te worden in de winst- en verliesrekening in:
- de periode waarin de wijziging plaatsvindt, indien de wijziging alleen invloed heeft op die periode;
- de periode waarin de wijziging plaatsvindt alsmede toekomstige periode indien de wijziging van invloed is op de huidige en toekomstige perioden.

24

Geef een toelichting inzake verschillen IFRS en RJ t.a.v. principe based en rules based. Neem in je antwoord het volgende mee:
- aanvaardbare grondslagen
- aanvaarde grondslagen

IFRS: rules based --> aanvaarde grondslagen
RJ: principle based --> aanvaardbare grondslagen

Volgens de wet (art. 2:362 lid 1 BW) dient de jaarrekening te voldoen aan het inzichtvereiste. (de jaarrekening geeft volgens normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent het vermogen en het resultaat, alsmede voor zover de aard van een jaarrekening dat toelaat, omtrent de solvabiliteit en de liquiditeit van de rechtspersoon).
Art. 2:362 lid 4 BW: is het derogatie-artikel (afwijking van bijzondere wettelijke bepaling ten behoeve van het inzicht). Indien het noodzakelijk is voor het verschaffen van het inzicht, wijkt de rechtspersoon af van de voorschriften; de reden voor afwijking word in de toelichting uiteengezet, voor zover nodig onder opgaaf van de invloed ervan op vermogen en resultaat.
IAS 1.17: laat een zeer beperkte derogatie toe. Volgens IFRS kan men alleen in zeer uitzonderlijke gevallen dat IFRS toepassing niet het juiste beeld geeft, afwijken.

25

Welke waarderingsgrondslagen bestaan er vanuit RJ 120

Verkrijgingsprijs: de prijs waartegen het is verworven (de inkoopprijs en de bijkomende kosten).

Vervaardigingsprijs: deze is van toepassing op de door de rechtspersoon vervaardigde activa. Deze omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente op schulden over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend.

Actuele waarde: de waarde die is gebaseerd op actuele marktprijzen of op gegevens die op de datum van waardering geacht kunnen worden relevant te zijn voor de waarde. Zie 1.4 voor verder uitwerking Actuele waarde.

26

Welke waarderingsgrondslagen bestaan er vanuit het besluit actuele waarde

1. Actuele kostprijs
2. Bedrijfswaarde
3. opbrengstwaarde/liquidatiewaarde
4. marktwaarde

27

Geef de definitie van de actuele kostprijs

Onder de Actuele kostprijs wordt verstaan het bedrag dat nodig zou zijn om in de plaats van een actief dat bij de bedrijfsuitoefening is of wordt gebruikt, verbruikt of voortgebracht, een ander actief te verkrijgen of te vervaardigen dat voor de bedrijfsuitoefening een in economisch opzicht gelijke betekenis heeft.
Waarderen tegen een prijs waarop een zelfde soort activa op het huidige moment aangeschaft kan worden. De actuele kostprijs geeft aan welke liquide middelen nodig zijn om een bestaand actief te vervangen. Hierbij moet gelet worden op het economisch nut van een actief. De keuze voor het waarderen op actuele kostprijs houdt verband met de continuïteit van een onderneming  doelstelling vermogensinstandhouding. Bij het bepalen van de actuele kostprijs is het belangrijk dat gekeken wordt naar het economische nut wat een bepaald actief oplevert. Bij een daling van de actuele kostprijs is het belangrijk dat de minimumwaarderingsregel in acht wordt gehouden (waarderen tegen laagste van kostprijs of marktwaarde). Bij het plan om een onderneming binnen enkele jaren te liquideren moet een machine gewaardeerd worden tegen de hoogste van de bedrijfswaarde of directe opbrengstwaarde.

28

Geef de definitie van de bedrijfswaarde

Onder de bedrijfswaarde wordt verstaan de contante waarde van de aan een actief of activa toe te rekenen geschatte toekomstige kasstromen die kunnen worden verkregen met de uitoefening van het bedrijf.
Wordt bepaald door alle toekomstige kasstromen + eventuele opbrengsten bij verkoop verminderd met de te maken kosten voor verkoop. Dit totaal dient verdisconteerd te worden. Contante waarde van de netto kasstromen. Altijd afvragen of kasstromen voor verschillende machines afzonderlijk zijn vast te stellen of dat gebruik moet worden gemaakt van een kasstroom genererende eenheid. (Gelijk aan de indirecte opbrengstwaarde cf. de RJ).

29

Geef de definitie van de opbrengstwaarde

Onder de opbrengstwaarde wordt verstaan het bedrag waartegen een actief maximaal kan worden verkocht, onder aftrek van de nog te maken kosten.
Moet gehanteerd worden bij het direct verkopen van een actief of faillissement. Dit wordt ook wel liquidatiewaarde genoemd en bestaat uit de maximale verkoopprijs -/- de nog te maken kosten. Prijs waartegen een goed het best kan worden verkocht na aftrek van de kosten. Bij het bepalen van de opbrengstwaarde moet elk actief afzonderlijk bekeken worden. De waarde van deze losse componenten zal lager zijn dan bij de actuele kostprijs, waar alle activa als 1 geheel gezien worden.
(Gelijk aan directe opbrengstwaarde cf. de RJ).

30

Wat is de grondregel bij de waardering tegen actuele waarde?

(De laagste nemen van actuele kostprijs en bedrijfswaarde. Tenzij je acuut wil verkopen… dan de opbrengstwaarde)