unidad10 Flashcards Preview

Caminos > unidad10 > Flashcards

Flashcards in unidad10 Deck (120):
1

dansen

bailar

2

schilderen

pintar

3

domino spelen

jugar al dominó

4

kaarten

jugar a las cartas

5

een instrument (be)spelen

tocar un instrumento

6

tijdschrift

la revista

7

voetbalwedstrijd

el partido de fútbol

8

Wat zijn ze aan het doen?

¿Qué están haciendo?

9

zet

ponga

10

bijbehorend, bijpassend

correspondiente

11

eerste verdieping links

1º izda. (izquierda)

12

tweede verdieping rechts

2º dcha. (derecha)

13

een minuut (lang)

durante un minuto

14

sluit

cierre

15

zich herinneren

recordar (ue)

16

opmerken

notar

17

tegenwoordig deelwoord

el gerundio

18

saxofoon

el saxofón

19

bespreken, discussiëren

discutir

20

liefdesbrief

la carta de amor

21

eerste verdieping

el primero

22

tweede verdieping

el segundo

23

derde verdieping

el tercero

24

vierde verdieping

el cuarto

25

vijfde verdieping

el quinto

26

eerste verdieping rechts

el primer piso de la derecha

27

fout, onjuist

falso/-a

28

corrigeer

corrija

29

corrigeren

corregir (i)

30

maar (na een ontkenning)

sino

31

zoek

busquen

32

limonade

la limonada

33

Prettig weekend

Buen fin de semana

34

Waarnaartoe?

¿Adónde?

35

rondleiding

la visita guiada

36

van het modernismo

modernista

37

bewonderen

admirar

38

lamp

la lámpara

39

juweel

la joya

40

kunstvoorwerp

la pieza de arte

41

decoratief

decorativo/-a

42

megabioscoop

el multicine

43

dag van goedkope bioscoopkaartjes

el día del espectador

44

toeschouw(st)er

el/la espectador/a

45

filmvoorstelling

el pase

46

(jakobs)schelp

la concha

47

Ma-Za (maandag - zaterdag)

L-S (lunes - sábado)

48

representatief

representativo/-a

49

tijdperk

la época

50

de Katholieke Koningen

los Reyes Católicos

51

gevel

la fachada

52

gedecoreerd

decorado/-a

53

Jakobsorde

la Orden de Santiago

54

legende

la leyenda

55

schat

el tesoro

56

openbaar

público/-a

57

(kleine) bar, kroeg

el mesón

58

klassieker

el clásico

59

tocht langs tapasbars

el tapeo

60

zij die

los que

61

genieten van

disfrutar de

62

stichten

fundar

63

Koning van Castilië

Alfonso X

64

tegelijkertijd (met)

al mismo tiempo (que)

65

Bologna

Bolonia

66

meesterwerk

la obra maestra

67

plateresk (bouwstijl)

plateresco/-a

68

kikker

la rana

69

geluk hebben

tener (buena) suerte

70

geluk, lot

la suerte

71

examen, toets

el examen

72

bouwen

construir (y)

73

barok

barroco/-a

74

inwoner/inwoonster van Salamanca

el/la salmantino/-a

75

arena voor stierengevechten

la plaza de toros

76

ontmoetingsplaats, trefpunt

el lugar de encuentro

77

onder

bajo

78

zuilengang

el pórtico

79

rustig

tranquilamente

80

talrijke

numerosos/-as

81

golfbaan

el campo de golf

82

uitoefenen, beoefenen

practicar

83

fascinerend

fascinante

84

kinderoppas

el servicio de guardería

85

begeleid(st)er

el/la monitor/a

86

gespecialiseerd

especializado/-a

87

geven

dar

88

uitrusting

el equipo

89

complex, accommodatie

las instalaciones

90

huren, verhuren

alquilar

91

gelegen

situado/-a

92

mooi

bello/-a

93

verrassend

sorprendente

94

vanuit

desde

95

beginnen

iniciar

96

wandelpad

la ruta de senderismo

97

wandelsport

el senderismo

98

doorkruisen

recorrer

99

gebergte

la sierra

100

inhuren, contracteren

contratar

101

gids (m/v), reisbegeleider

el/la guía

102

paardrijden

montar a caballo

103

kiezen voor

decidirse (por)

104

ruiterpad

la ruta ecuestre

105

motorrijden

conducir (zc) una moto

106

zwemmen

nadar

107

repareren

reparar

108

skiën

esquiar

109

ik ski

yo esquío

110

pokeren

jugar al póker

111

geldautomaat

el cajero automático

112

noteren

apuntar

113

bord

la pizarra

114

becommentariëren

comentar

115

niemand

nadie

116

meerderheid

la mayoría

117

voorstelling

el espectáculo

118

tennisbaan

la pista de tenis

119

beslissen

decidir

120

beschrijven

describir