Unidad9 Flashcards Preview

Caminos > Unidad9 > Flashcards

Flashcards in Unidad9 Deck (175):
1

persoonlijke betrekkingen

las relaciones personales

2

bij de familie horen

ser de la familia

3

team, ploeg

el equipo

4

collega (m/v)

el/la colega

5

werk

el curro

6

dienst, service

el servicio

7

dezelfde

el/la mismo/-a

8

bericht, sms'je

el mensaje

9

Aan wie?

Á quién?

10

gebruiken

usar

11

contact opnemen met

ponerse en contacto con

12

ouders

los padres

13

kleinkind, kleinzoon

el nieto

14

kleindochter

la nieta

15

lievelings-

preferido/-a

16

verliefd (op)

enamorado/-a (de)

17

generaal

el general

18

gepensioneerd

jubilado/-a

19

opa

el abuelo

20

oma

la abuela

21

vijand(in)

el/la enemigo/-a

22

vader

el padre

23

gefrustreerd

frustrado/-a

24

oppositie

la oposición

25

oom

el tío

26

tante

la tía

27

docent(e) geneeskunde

el/la profesor/a de medicina

28

moeilijk, zwaar

difícil

29

journalist(e)

el/la periodista

30

jong

joven

31

(jongere) zus

la hermana (menor)

32

gescheiden

separado/-a

33

vermoord

asesinado/-a

34

in een goede stemming

de buen humor

35

vrijgevig (jegens)

generoso/-a (con)

36

(oudere) broer

el hermano (mayor)

37

dynamisch

dinámico/-a

38

fobie (voor)

la fobia (a)

39

enig

Único/-a

40

neef (kind van oom/tante)

el primo

41

nicht (kind van oom/tante)

la prima

42

nachtleven

la vida nocturna

43

avontuur

la aventura

44

schuinschrift

la cursiva

45

neef (kind van broer/zus)

el sobrino

46

nicht (kind van broer/zus)

la sobrina

47

echtgenoot

el esposo, el marido

48

echtgenote

la esposa, la mujer

49

uitvinden, verzinnen

inventar

50

kop, titel

el título

51

thriller, detective

la novela policíaca

52

gelijk, hetzelfde

igual

53

achternaam

el apellido

54

lid

el miembro

55

grootouders

los abuelos

56

broers en zussen

los hermanos

57

ouders

los padres

58

regelmatig

con frecuencia

59

buurman

el vecino

60

buurvrouw

la vecina

61

hit

la canción de moda

62

zomer

el verano

63

moordenaar(es)

el/la asesino/-a

64

vooruitblikken

mirar hacia adelante

65

Met welke reden?

¿Por qué motivo?

66

blijken

resultar

67

ballingschap

el exilio

68

staatsgreep

el Golpe de Estado

69

president(e)

el/la presidente

70

regering

el gobierno

71

het land verlaten

dejar el país

72

vakbond

el sindicato

73

partij

el partido

74

socialistisch

socialista

75

DDR (Duitse Democratische Republiek)

la RDA (República Democrática Alemana)

76

asiel

el asilo

77

Chileen(se) in ballingschap

el/la chileno/-a exiliado/-a

78

hereniging

la reunificación

79

vrije verkiezingen

las elecciones libres

80

centrum voor moeders

el centro de madres

81

verblijf

la residencia

82

daar(heen)

allí

83

(einddiploma) middelbare school

el bachillerato

84

het rijbewijs halen

sacar el permiso de conducir

85

kruisje

la cruz

86

geboortedatum

la fecha de nacimiento

87

schoolopleiding

la formación escolar

88

basisschool

la escuela primaria

89

tegelijkertijd

paralelamente

90

secretaresseopleiding met 2 vreemde talen

el secretariado bilingue

91

werkervaring

la experiencia profesional

92

exportafdeling

el departamento de exportacion

93

arbeid(st)er

el/la operador/a

94

Dresden

Dresde

95

vertaler/vertaalster

el/la traductor/a

96

emigrant(e)

el/la emigrante

97

afdeling Vreemdelingenzaken

el departamento de Asuntos Extranjeros

98

coîrdinator/ coîrdinatrice

el/la coordinador/a

99

onafhankelijkheid

la independencia

100

militaire coup

el golpe militar

101

dictatuur

la dictadura

102

arrestatie

la detenci¢n

103

herdenking

la conmemoraci¢n

104

de 30ste verjaardag vieren

celebrar los 30 a§os

105

aan de macht brengen

llevar al poder

106

Latijns-Amerika

AmÇrica Latina

107

democratisch

democr†tico/-a

108

socialist(e)

el/la socialista

109

minister (m/v) van Defensie

el/la ministro/-a de defensa

110

de macht grijpen

tomar el poder

111

vestigen

establecer (zc)

112

militaire dictatuur

la dictadura militar

113

politieke partij

el partido pol°tico

114

verdwijnen

desaparecer (zc)

115

gevangenis

la c†rcel

116

in ballingschap gaan

irse al exilio

117

stemming

la votaci¢n

118

ten gunste van

a favor de

119

tegen

en contra de

120

in het daaropvolgende jaar

al a§o siguiente

121

overgangsregering

el gobierno de transici¢n

122

benoemen

nombrar

123

christendemocratische partij

el Partido Dem¢crata Cristiano

124

arresteren

detener

125

schending

la violaci¢n

126

mensenrechten

los derechos humanos

127

regeerperiode

el per°odo de gobierno

128

huisarrest

el arresto domiciliario

129

justitie

la justicia

130

coalitieregering

el gobierno de coalici¢n

131

iets te maken hebben met

tener algo que ver con

132

verzamelen

reunir (yo re£no)

133

vertalen

traducir (zc)

134

begin

a principios (de)

135

eind

a finales (de)

136

beurs

la beca

137

uitzending

la delegaci¢n

138

in opdracht van

por encargo de

139

ontwikkeling

el desarrollo

140

verblijfsvergunning

el permiso de residencia

141

erkenning

el reconocimiento

142

werkvergunning

el permiso de trabajo

143

quotum

la cuota

144

bureaucratische procedure

el tr†mite burocr†tico

145

erkennen

reconocer (zc)

146

behoren tot

pertenecer (zc) a

147

Europese Unie (EU)

la Uni¢n Europea (UE)

148

burger (m/v)

el/la ciudadano/-a

149

recht hebben op

tener derecho a

150

uitoefenen

ejercer

151

lidstaat

el pa°s miembro

152

voorwaarde

la condici¢n

153

hier: ingezetene

el nacional

154

certificaat

el certificado

155

verblijfplaats

la residencia

156

iedere burger

todo ciudadano

157

zich vestigen

establecerse (zc)

158

procedure

el trámite

159

periode

el período

160

aanvragen

solicitar

161

werkzaamheden

la actividad laboral

162

EU-burger (m/v)

el/la ciudadano/-a comunitario/-a

163

geldig

v†lido/-a

164

bureau Vreemdelingenzaken

la oficina de extranjeros

165

aanvraag

la solicitud

166

verklaring van goed gedrag

el certificado de antecedentes penales

167

bewijs

el comprobante

168

verblijf

la estancia

169

nationaal identiteitsdocument

el D.N.I (documento nacional de identidad)

170

medische verklaring

el certificado mÇdico

171

grootte

el tama§o

172

(legitimatie)bewijs

el carnet

173

invullen

rellenar

174

formulier

el formulario

175

duur

la duraci¢n