Week 2 - Literatuur Flashcards Preview

G&S aangepast > Week 2 - Literatuur > Flashcards

Flashcards in Week 2 - Literatuur Deck (38)
Loading flashcards...
1

Wat is een neighbourhood?

Geografisch begrensd gebied, dat mensen praktisch en symbolisch gebruiken.

Neighbourhoods zijn sociaal opgebouwd: ze zijn alleen van waarde als fysieke entiteiten als ze gewaardeerd worden door de burgers.

2

Welke vier rationales (beweegredenen) worden onderscheiden voor neighbourhood governance?

-Civic rationale

-Social rationale

-Political rationale

-Economic rationale

3

Wat houdt de civic rationale in?

Doel is om burgerparticipatie te stimuleren en actieve communities te bouwen.

4

Wat houdt social rationale in?

Doel is om publieke diensten te integreren en het verbeteren van de samenwerking tussen aanbieders

5

Wat houdt political rationale in?

Het doel is om de afstand tussen burgers en politieke leiders te verkleinen.

6

Wat houdt economic rationale in?

Zorgen voor een betere pasvorm tussen de behoeftes van de burger en de beschikbare diensten (verbeteren van de efficiëntie).

7

Welke vier ideaaltypen van neighbourhood governance zijn er?

-Neighbourhood empowerment:
Civic rationale
actieve burgers en hechte gemeenschappen

-Neighbourhood partnership:
Social rationale
citizen well-being

-Neighbourhood governant:
Political rationale
sympathieke en verantwoordelijke besluitvorming

-Neighbourhood management:
Economic rationale
Meer effectieve lokale dienstverlening

8

Wat is neighbourhood empowerment?

Het mobiliseren van burgers

9

Wat is neighbourhood partnership?

Samenbrengen van dienstverleners.

10

Wat is neighbourhood government?

Het verbeteren van de reactiesnelheid en de verantwoordelijkheid van democratische besluitvorming.

11

Wat is neighbourhood management?

Het combineren van vraag en aanbod van diensten.

12

Welke uitdagingen kent neighbourhood governance?

1. Capacity: in vergelijking met grotere units, beheerst neighbourhood governance waarschijnlijk minder aspecten van de siutatie van burgers waarop zij invloed willen uitoefenen.

2. Competence: Leiders van een wat lager kaliber zullen hierop reageren, de betere gaan naar grotere instanties.

3. Diversity: In vergelijking met grotere units, is het aannemelijker dat neighbourhoods minder diversiteit ervaren en minder kans op afwijking van hoe individuen ergens naar kijken. Er is een grotere kans dat een enkele interesse domineert.

4. Equity: Op het moment dat je neighbourhood governance toe gaat passen zullen de verschillen tussen gebieden groter worden. Dan moet je bijvoorbeeld verhuizen om voor bepaalde diensten in aanmerking te komen.

13

Welke drie soorten decentralisatie onderscheiden Saltman & Bankauskaite?

-Politieke decentralisatie
-Administratieve decentralisatie
-Fiscale decentralisatie

14

Wat kan je zeggen over politieke decentralisatie?

Betekent eigenlijk dat de verantwoordelijkheid van het maken van beleid meer centraal is komen te liggen bij de lokale overheid binnen een land. Dit betekent van een nationaal naar regionaal en van regionaal naar gemeentelijk level.

Nationaal => Regionaal => Gemeentelijk

15

Welke soorten redenen zijn er om politieke decentralisatie toe te passen in de publieke sector?

Democratisch: lokale democratie;
de aanname dat het maken van beslissingen dichter bij de mensen komt te liggen. Politiek die lokaal gecontroleerd wordt, geeft een betere weergave van de politieke wensen van de mensen die het betreft.

o Subsidariateit: maken van beslissingen naar het laagst mogelijke niveau.
 

Economisch: Decentralisatie leidt tot concurrentie tussen lokale autoriteiten. Doordat lokale autoriteiten verschillende niveaus in goederen produceren zorgt dit voor drie soorten economische prijsvoordelen:

o Grotere efficiëntie in het productieproces
o Meer keuze voor burgers die zoeken naar alternatieve goederen
o Kleinere lokale overheden

16

Welke nadelen zijn er van politieke decentralisatie?

Ongelijkheid (inequity) door de grote variatie in dienstverlening.

• Uniformiteitsgebrek bij dienstverlening levert ook zorgen op over de integriteit van de nationale beleidsbepalers.

Inefficiëntie, omdat er meerdere kleine dienstverleners zijn.

17

Wat kan je zeggen over administratieve decentralisatie?

De staat blijft de actor met de meeste macht en maakt de belangrijkste beslissingen over beleidsvorming en poltiek (planning, budgettering en grenzen), maar het beheer en leveren van diensten is verschoven naar lagere overheids- en private organisaties.

18

Wat is New Public Management?

Instrumenten en kennis uit de private sector naar de publieke sector. Denk hierbij het gebruik van prestatie indicatoren. Dit leidt tot meer concurrentie en tevens de mogelijkheid tot het maken van meer winst.

19

Wat kan je zeggen over fiscale decentralisatie?

Bepaalde fondsenwerving en uitgavenactiviteiten van de overheid kunnen beter worden uitgevoerd door lagere levels dan de nationale overheid.

20

Wat is het voordeel van fiscale decentralisatie?

• Kan beter rekening worden gehouden met regionale verschillen.
Lagere planning- en administratiekosten door de overvloed aan overlappende functies.
• Concurrentie tussen lokale overheden bevorderen organisatorische en politieke innovatie.
• Bevolkingsmobiliteit vernauwt de kloof tussen lokale overheidsbeleid en lokale voorkeuren van de burgers.
Efficiëntere politiek, aangezien burgers meer invloed hebben.

21

Welke ethische dilemma's heeft het burgerinitiatief voor het invoeren van reanimatietraining (Singleton)?

-Er wordt van leken verwacht dat ze experts zijn. (roept verwachtingen op). Dus ook een 82-jarige vrouw die niet in staat is om te reanimeren, maar heeft wel het schuldgevoel.


-Waar richt je beleid op, dit is een specifieke interventie. Andere interventies kunnen gericht zijn op preventie, omgaan met de dood.

-Ziekenhuis is een specifiek waar je naar toe kan voor behandelen. Als iedereen het kan, mis je dat centrale punt. Het moet duidelijk blijven dat de ambulance nog steeds gebeld moet worden. Het is een toevoeging, geen vervanging van. 


-Je legt de verantwoordelijkheid bij de burgers en je moet je afvragen of je dat wel wil. Of het niet de verantwoordelijkheid van de overheid moet blijven. Je geeft de groep een verantwoordelijkheid ipv een individu.

22

Wat is de kern van van Bochove?

Gaat over de gevolgen van het inschakelen van vrijwilligers. Wat zijn de gevolgen voor professionals en hun domein?

23

Waarom zoeken welvarende staten naar manieren om de gezondheidszorg en sociale dienstverlening te reorganiseren?

Door de toenemende kosten.

24

Welke redenen zijn er om over te schakelen op vrijwilligers?

1. Overheden hopen dat vrijwilligers de gaten willen opvullen die zijn ontstaan door bezuinigingsmaatregelen en een toenemende vraag naar sociale diensten.

2. Vrijwilligerswerk wordt gepromoot als een contributie aan de sociale samenhang en solidariteit.

3. Vrijwilligerswerk wordt gezien als een sleutel tot empowerment. Door vrijwilliger te worden, participeren kwetsbare mensen in de samenleving en hebben ze hopelijk minder steun van de overheid nodig.

25

Wat houdt boundary work in?

Onderscheid tussen verschillende professionals en professies. Boundary work is niet alleen het afbakenen van grenzen van beroepen / professionals, maar ook om deze grenzen te overbruggen. Boundary work wordt ook wel als demarcation work gezien.

26

Wat kan je zeggen over demarcation work?

Hierbij worden verschillen in kennis, autoriteit en betrouwbaarheid tussen professionals en vrijwilligers benadrukt.

27

Welke drie soorten verschillen worden geïdentificeerd in demarcation work?

-Demarcation gebaseerd op verschillen in kennis en vaardigheden

-Demarcation gebaseerd op verschillen in status en autoriteit

-Demarcation gebaseerd op verschillen in voorspelbaarheid en betrouwbaarheid

28

Wat kan je zeggen over demarcation work gebaseerd op verschillen in kennis en vaardigheden?

Vrijwilligers hebben minder gespecialiseerde kennis en vaardigheden. Dit is de belangrijkste reden voor verschillen in taken en verantwoordelijkheden.

29

Wat kan je zeggen over demarcation work gebaseerd op verschillen in status en autoriteit?

Vrijwilligers stralen minder autoriteit uit, omdat ze niet dezelfde status hebben als professionals. Grenzen worden niet alleen benadrukt in taal, maar ook in objecten zoals kleding. Het verschil in kleding kan deels uitleggen waarom er verschillen in autoriteit zijn.

30

Wat kan je zeggen over demarcation work gebaseerd op verschillen in voorspelbaarheid en betrouwbaarheid?

Professionals vinden dat er een ‘no-strings-attached’ houding bij de vrijwilligers is en dat zien zij als een nadeel. Vrijwilligers vinden het juist een van de voordelen van vrijwilligerswerk. Professionals geven aan dat zij niet kunnen rekenen op vrijwilligers. Vrijwilligers geven daarentegen weer aan dat zij het gevoel hebben dat ze gebruikt worden door de organisatie als goedkope plaatsvervangers van professionals.