Week 5 Flashcards Preview

Ondernemingsrecht > Week 5 > Flashcards

Flashcards in Week 5 Deck (16):
1

balans

-momentopname
-operationele en financiele risicos worden zichtbaar
-geeft liquiditeit en solvabiliteit weer

2

balansmutaties

-min 2 posten veranderen
-4 mogelijke balansmutaties
-balansmutatiestaat (beginpositie van balans + stromen)

3

eigen vermogen verandert door..

-productieproces
-kapitaalverkeer (stortingen en onttrekkingen)

4

winst- en verliesrekening

- geeft veranderingen eigen vermogen aan
-kapitaalverkeer niet inbegrepen
-verschil opbrengst en kosten

5

uitgaven en ontvangsten

-objectief moment om betaling aan te wijzen
-mutatie in kas tot gevolg
-externe aangelegenheid

6

kosten en opbrengsten

-subjectief en interne keuze
-mutatie in eigen vermogen tot gevolg
-interne aangelegenheid
-kosten: waarde vd productiemiddelen die zijn opgeofferd tijdens productieproces (hoeft geen geld uitgegeven te zijn)
-opbrengsten: recht op tegenprestatie door levering (hoeft geen geld ontvangen te zijn)

7

kasstroomoverzicht

-inkomsten en uitgaven
-operationele kasstroom
-investeringskasstroom
- financieringskasstroom
-overzicht van feitelijke geldstromen

8

accounting principles

kosten en opbrengsten
-continuiteitsbeginsel/going-concern beginsel 2:384 lid 3 BW (uitgaven moeten worden toegerekend aan de periodes waarin deze opbrengsten leveren)
- beginsel van toerekening (ontvangsten en uitgaven moeten in de vorm van opbrengsten en kosten aan verschillende periodes worden toegerekend)
+realisatiebeginsel: ontvangst moet als opbrengst worden gerealiseerd op het moment van levering 2:384 lid 3 BW
+matchingbeginsel: kosten moeten worden gekoppeld aan opbrengsten 2:362 lid 5 BW
+voorzichtigheidsbeginsel: voorzienbare risico's die in de toekomst uitgaven met zich meebrengen worden alvast als kosten in de periode dat het voorzien wordt opgenomen 2:382 lid 2 BW

9

uitgaven versus kosten

-kosten die ook uitgaven zijn
+betaalmoment en gebruiksmoment zijn hetzelfde (huur, energie, loonkosten, diensten v derden) KAS EV dalen
-uitgaven nog geen kosten; activeren
+betaalmoment is eerst, gebruiksmoment volgt later (bijv aankoop machine en afschrijving later) VA stijgt KAS daalt EV blijft gelijk
-kosten nog geen uitgaven; passiveren
+gebruiksmoment gaat voor aan betaalmoment
(bijv een voorziening treffen of energierekening betalen) EV daalt VV stijgt (schuld).mm.

10

waarderingsgrondslagen

-historische kostprijs (kosten die onderneming heeft betaald om de actief te verkrijgen)
-actuele waarde 2:384 lid 4 bw
+vervangingswaarde: het vereiste geldbedrag om hetzelfde productiemiddel te krijgen
+opbrengstwaarde: bedrag waartegen kan worden verkocht met aftrek van de kosten die nog moeten worden gemaakt
+bedrijfswaarde: nettoopbrengst die gemaakt kan worden bij bedrijfsuitoefening
+marktwaarde: het bedrag waarmee gehandeld kan worden

11

sunk costs

in het verleden gemaakte kosten waarin geen verandering meer komt door een thans te nemen beslissing (meestal constante kosten)

12

opportunity costs

misgelopen opbrengsten doordat een alternatief is gekozen. beinvloedbaar in de toekomst

13

dekkingsbijdrage en break even point

hiermee kan een bedrijf nagaan of ze moeten stoppen of doorgaan met produceren om zo weinig mogelijk verlies te lijden. de constante kosten moeten dan terug verdiend worden en door de formule CK : (VP-VK) = afzet om geen verlies meet te lijden (winst = 0)

14

operationeel risico

mate van gevoeligheid van het bedrijfsresultaat bij een verandering in de afzet; als de ck hoog zijn dan is de bedrijfswaarde gevoeliger want hoger/lager afzet kan verlies of winst beinvloeden

15

boekwaarde

waarde waartegen activa/passiva op de balans zijn opgenomen

16

marktwaarde

prijs waartegen een product in een concurrerende markt verhandeld zou kunnen worden. marktwaarde wordt bepaald door toekomstige ontvangsten contant te maken tegen het risico (rente). bezittingen genereren kasstromen en wijze waarop is gefinancieerd levert de rendementeisen (rente) op.