Hoofdstuk 13 - Hypolipemiërende Farmaca Flashcards

1
Q

Lipiden

A
  • Worden in plasma vervoerd als lipoproteïne

* Lipoproteïnen kunnen onderverdeeld worden in 4 klassen: 1) chylomicronen, 2) VLDL, 3) LDL, 4) HDL

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Chylomicronen

A
  • Transporteren triglyceriden en cholesterol vanuit GI-tractus naar de weefsels
  • Lipoproteïnelipase splitst triglyceriden in glycerol en vrije vetzuren –> worden opgenomen in spieren en vetweefsel
  • Overschot wordt in de lever opgenomen –> cholesterol wordt: 1) opgestapeld, gesecreteerd in de gal en geoxideerd tot galzuren, of 2) geoxideerd, of 3) wordt overgebracht naar VLDL
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

VLDL

A
  • Transporteren het cholesterol samen met nieuw gesynthetiseerde triglyceriden naar de weefsels
  • De triglyceriden worden heiruit verwijderd door lipase
  • Overschot is LDL
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

LDL

A
  • Bevatten een hoog gehalte aan cholesterol waarvan een deel opgenomen wordt door weefsels en een deel door de lever via endocytose met tussenkomst van specifieke receptoren voor LDL
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

HDL

A

Nemen cholesterol ten gevolge van celturnover op vanuit de weefsels en transporteren dit naar VLDL en LDL

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Dyslipidemie

A
  • Stoornissen in het lipidenmetabolisme
  • Primair –> genetisch bepaald en worden onderverdeeld in 6 fenotypes afhankelijk van welk type lipoproteïne gestegen is
  • Secundair –> in aansluiting op een veralgemeende aandoening
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Risico ischemisch hartziekte (HDL/LDL)

A

Het risico wordt groter wanneer de LDL-concentratie groter is en de HDL-concentratie kleiner

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

infarct bij atherosclerose

A

De fibreuze kap wordt dunner en dunner en kan ruptureren –> trombus met al dan niet volledige occlusie van het lumen in het bloedvat (zuurstoftoevoer wordt volledig onderbroken)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Lipidenverlagende farmaca

A
  • Remmers van het HMG-CoA reductase
  • Fibraten
  • Remmers van cholesterolopname
  • Acipimox: analoog van nicotinezuur met langere werkingsduur
  • Visoliederivaten: omega-3-vetzuur ethylesters
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

HMG-CoA reductase

A
  • Belangrijkste rate-limiting enzym
  • Katalyseert de omzetting van HMG-CoA naar mevalonzuur
  • Wordt geremd door de statines (simvastatine!)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Statines / Simvastatine

A
  • Specifieke, reversibele en competitieve inhibitoren
  • Remmen de de novo synthese van cholesterol thv lever
  • Hierdoor toename LDL-receptoren synthese thv hepatocyten
  • Hierdoor verhoogde klaring van plasma LDL en een daling van het circulerend LDL (ook totale cholesterol)
  • Geen beïnvloeding op HDL-cholesterol en triglyceriden
  • Ze hebben een breder werkingsspectrum dan enkel het verlagen van de cholesterol –> groeiende belangstelling voor de pleiotrope effecten die mogelijk een therapeutisch effect kunnen vertonen: 1) verbeterde endotheliale functie, 2) verminderde ontsteking vaatwand, 3) verminderde plaatjesaggregatie, 4) stabiliseren atheroomplaque, 5) apoptose van de osteoclasten en verhoogde activiteit osteoblasten
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Producten mevalonzuur

A
  • Geranylpyrofosfaat en farnesylpyrofosfaat
  • Prenyleren en farnesyleren van de AZ-ketens van verschillende belangrijke membraangebonden enzymen
  • Vetzuurgroepen verankeren de proteïnen in de membraan van bepaalde intracellulaire organellen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Nevenwerkingen statines

A
  • Myalgieën en rhabdomyolyse
  • Zeldzaam
  • Voornamelijk bij te grote dosis of ten gevolge van GM-interactie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Klinisch gebruik statines

A
  • Secundaire preventie hartinfarct en beroerte bij patiënten met symptomatische atherosclerose
  • Primaire preventie van arteriële aandoeningen bij patiënten met een hoog risico
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Fibraten

A
  • Fenofibraat
  • Agonisten voor peroxisome proliferator-activated receptor alfa (PPAR-alfa) –> nucleaire receptor
  • Dalen van triglyceriden en in mindere mate van het totale en het LDL-cholesterol. En ze verhogen het HDL-cholesterol
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Activatie PPAR-alfa

A
  • Stap 1: PPAR bindt mijn zijn ligand
  • Stap 2: Hierna dimeriseert het PPAR met de retinoïnezuurreceptor (RXR). Dit PPAR-RXR-complex herkent specifiek element op promotor van talrijke genen –> reguleren van de expressie van een reeks genen betrokken bij het metabolisme van de lipiden
  • Opreguleren van: 1) Apo AI en AII (verhoogde aanmaak HDL), 2) lipoproteïnelipase (verhoogde klaring triglyceriden), 3) enzymen bij de beta-oxidatie van VZ
  • Downreguleren van: 1) APO CIII (verbeterde VLDL-klaring)
17
Q

Nevenwerking fibraten

A

Myalgieën

18
Q

Klinisch gebruik fibraten

A
  • Gemengde dyslipidemie (toegenomen serumtriglyceriden en cholesterol). Fenofibraat is uricosurisch, kan nuttig zijn wanneer hyperuricemie samen met gemengde dyslipidemie voorkomt
  • Bij patiënten met lage HDL en hoog risico van atherosclerotische aandoeningen (Type 2 diabetici)
  • Gecombineerd met andere lipidenverlagende middelen bij patiënten met ernstige dyslipidemie die therapieresistent is
19
Q

Harsen (colestyramine)

A
  • Binden galzuren in de darm
  • Verhinderen hierdoor reabsorptie en enterohepatische recirculatie
  • Hierdoor stijging metabolisme endogene cholesterol in galzuren + verhoogt de expressie van LDL-receptoren op levercellen
  • Slechte smaak + voornamelijk grote hoeveelheden –> gebruik gelimiteerd
20
Q

Ezetimibe

A
  • Remmer van cholesteroltransporter in de darm
  • Ezetimibe kan gecombineerd worden met statines
  • Kan worden gebruikt wanneer statine CI is bij patiënten met hypercholesterolemie
21
Q

Visoliederivaten: omega-3-vetzure ethylesters

A
  • Bij secundaire preventie na infarct als aanvulling op standaardbehandeling
  • Bij hypertriglyceridemie
22
Q

PCSK9-inhibitoren

A
  • Monoklonale antilichamen tegen pro protein convertase subtilisin/kexin type 9
  • PCSK9 bindt aan LDL-receptor en worden samen gedegradeerd met LDL-partikel. De binding wordt vermeden via de inhibitoren
  • Zorgt voor mogelijkheid tot recyclage van de receptoren –> meer verwijdering van cholesterol uit het bloed
  • Gebruikt bij patiënten met hoog absoluut cardiovasculair risico + hoog LDL-cholesterol ondanks maximaal tolereerbare statinetherapie, bij statine-intolerante patiënten, bij familiale hypercholesterolemie