40. Water Flashcards

1
Q

rijk aan

A

plenty of

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

het meer

A

lakes

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

bergen

A

mountains

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

vrij spel

A

everywhere

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

schepen

A

ships

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

vanuit

A

from

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

havens

A

ports, harbours

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

gelegen

A

situated

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

met verbinden

A

connected with

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

goederen

A

freight, goods

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

vestigen zich

A

establish themselves

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

de winst

A

profit

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

arbeiders

A

employers, workers

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

in dienst nemen

A

in service

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

doet aan

A

join in, take part in

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

zeilen

A

sail

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

hetgeen

A

which

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

de dracht

A

strength, force

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

schaatsen

A

skate

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
20
Q

hwees

A

be

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
21
Q

bewijst

A

has proven

22
Q

eeuwen

A

centuries

23
Q

merkwaardig

A

curious

24
Q

geeconstateerd

A

diagnosed

25
Q

westen

A

the west

26
Q

gebrek

A

shortage

27
Q

vlak

A

flat

28
Q

dikwijls

A

often

29
Q

bepalen

A

determine

30
Q

mate

A

degree

31
Q

sfeer

A

atmosphere

32
Q

sult

A

will

33
Q

opzicht

A

respects

34
Q

bereiken

A

reach

35
Q

zelfs

A

even

36
Q

gunstig

A

favorably

37
Q

zowel…als

A

both…and

38
Q

gebracht

A

brought

39
Q

allerlei

A

all sorts

40
Q

bedrijven

A

companies

41
Q

ondernemingen

A

businesses

42
Q

levert

A

bring

43
Q

voorzichtig

A

carefully

44
Q

verleden

A

last

45
Q

gevaar

A

danger

46
Q

dreigt

A

threatens

47
Q

opnieuw

A

again

48
Q

eist

A

demands

49
Q

alachtoffers

A

victims

50
Q

angst

A

fear

51
Q

bestaat

A

has existed

52
Q

Nederland is RIJK AAN water. Dat heb je vast al GECONSTATEERD. Het GROOTSTE DEEL van Nederland ligt aan zee: het hele WESTEN van noord tot zuid en het hele noorden. mAAR OOK BINNEN nederland is er water: overal vind je MEREN en RIVIEREN. Aan water is er geen GEBREK. Verder is Nederland een land zonder BERGEN, een VLAK land. Daardoor heeft de wind DIKWIJLS VRIJ SPEL. Water en wind BEPALEN in sterke MATE de SFEER en het karakter van dit land. Ze hebben, zoals je ZULT BEGRIJPEN, GROTE INVLOED OP HET nEDERLANDSE LEVEN. Ook in ECONOMISCH OPZICHT.

In de eerst plaats kunnen SCHEPEN Nederland gemakkelijk VANUIT zee BEREIKEN. Het kleine Nederland heeft twee grote HAVENS: Amsterdam en Rotterdam. De HAVEN van Rotterdam is ZELFS de grootste van de wereld.

In de tweede plaats is Rotterdam erg GUNSTIG GELEGEN: het ligt zowel aan zee als aan grote en brede rivieren die ons land VERBINDEN met Duitsland en Frankrijk. Dat BETEKENT DAT VEEL goederen voor deze landen per SCHIP naar Rotterdam kunnen worden GEBRACHT. Denk aan auto’s uit Amerika of JAPAN. KLEINERE schepen brengen die goederen weer verder. Dat is goedkoper dan per vliegtuig, trein of auto. ALLERLEI BEDRIJVEN en ONDERNEMINGEN VESTIGEN ZICH in de buurt van een grote haven. Ze kopen iets, VERKOPEN het duurder en maken op die manier WINST. Voor al die activiteiten zijn mensen nodig. BEDRIJVEN nemen ARBEIDERS IN DIENST. De haven LEVERT werk op. In nederland DOET MEN OOK VEEL AAN watersport. In de zomer ZWEMMEN we. Of we ZEILEN met een schip over het water, HETGEEN MOGELIJK is door de DRACHT van de wind. In de winter SCHAATSEN we: het water verandert dan in IJS–als het tenminste koud genoeg is. WEES echter VOORZICHTIG. Het VERLEDEN BEWIJST dat er altijd GEVAAR DREIGT. Elk jaar OPNIEUW, al EEUWEN lang, EIST het water SLACHTOFFERS! Is het niet MERKWAARDIG dat er zo weinig ANGST voor het water BESTAAT?

A

ok