45. Veel succes! Flashcards

1
Q

voor de geest staat

A

in my mind, memory

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

de meesten

A

most of you

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

kenden

A

knew

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

gevolgd

A

followed

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

bereikt

A

achieved

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

ingaan op

A

respond to

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

beheers

A

master

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

toepassen

A

apply

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

vergelijk

A

compare

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

werkelijk

A

really

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

reacties

A

reactions

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

redden mij

A

manage, to be able to

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

uitleg de

A

explanation

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

met betrekking tot (m. b. t.)

A

in relation to

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

voeren een gesprek

A

hold a conversation

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

vonden

A

did you think

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

inhoud de

A

contents

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

komt..te weten over

A

to find out a lot about

19
Q

maatschappelijke

A

social

20
Q

wens

A

wish

21
Q

eindelijk

A

at last

22
Q

zover

A

due to happen

23
Q

herinner

A

do you remember

24
Q

toen

A

at that time

25
Q

doel

A

purpose

26
Q

vaak

A

often

27
Q

telkens

A

each time

28
Q

kennis

A

knowledge

29
Q

geleden

A

ago

30
Q

verbaasd

A

surprised

31
Q

zeer

A

very

32
Q

tevreden

A

satisfied

33
Q

klinkt

A

sounds, rings

34
Q

meteen

A

immediately

35
Q

reageren

A

react to

36
Q

vooral

A

particularly

37
Q

aanvankelijk

A

at first

38
Q

geldt

A

valid

39
Q

meeste

A

most

40
Q

de moeite waard

A

worth it

41
Q

onderwijs

A

education

42
Q

omstandingheden

A

circumstances

43
Q

tot slot

A

finally

44
Q

VEEL SUCCES!

Eindelijk, het is zover. Dit is de laatste les. Herinner je je nog de eerste les?

Zeker, die staat mij nog scherp voor de geest.

De meesten van jullie kenden toen nog geen enkel woord. Hoe is de situatie nu? Jullie bebben deze cursus gevolgd om Nederlands te leren.

Hebben jullie je doel bereikt? Wie wil ingaan op die vraag?

Ja, ik wel. Ik spreek nu vaak Nederlands, hoewel ik de taal nog niet helemaal beheers. Volgens mij is het leren ook een kwestie van doen. Je moet wat je geleerd hebt, telkens toepassen. Als ik mijn kennis van het Nederlands vergelijk met die van enige tijd geleden, ben ik werkelijk verbaasd. Ik heb veel geleerd. Daarover ben ik zeer tevreden.

Nou, dat klinkt positief. Zijn er nog meer reacties?

Ik kan mij nu redden. Maar ik vraag mij af waarom er niet meer uitleg wordt gegeven over de regels van de taal. Dat past toch in een taalcursus?

Daarop zal ik meteen reageren. Ons standpunt is: de regels met betrekking tot de taal leer je vooral via de tekst. Je kunt beter aanvankelijk veel woorden leren en die gebruiken in de praktijk. Verder geldt: als je veel regels kent en weinig woorden, kun je onmogelijk een gesprek voeren! Wat vonden jullie van de inhoud?

De meeste teksten vond ik de moeite waard. Je leert via de teksten de meest gebruikte woorden. Je komt ook veel te weten over Nederland, zoals over het onderwijs, over de politieke structuur en over allerlei maatschappelijke omstandigheden. Tot slot: bedankt voor uw lessen.

Graag gedaan. Ik wens jullie verder veel succes!

August 2014

A

OK