8 Transports Flashcards Preview

Frans Voca de base > 8 Transports > Flashcards

Flashcards in 8 Transports Deck (41)
Loading flashcards...
0

un moyen de transport

een vervoermiddel

1

les transports en commun

het openbaar vervoer

2

la piste cyclable

het fietspad

3

le réseau routier

het wegennet

4

le chemin de fer

de spoorweg

5

ferroviaire

spoor(weg)-

6

relier

verbinden

7

perturber

ontregelen, (ver)storen

8

faire la navette

heen en weer rijzen, pendelen

9

ralentir

vaart minderen, afremmen

10

la voie

de (rij)baan; de weg

11

la déviation

de omleiding

12

le routier

de vrachtwagenchauffeur

13

un embouteillage; un bouchon

een file, een verkeersopstopping

14

la visibilité

het zicht

15

aveugler

verblinden

16

la compagnie aérienne

de luchtvaartmaatschappij

17

un panneau

een bord

18

le vol (voler)

de vlucht

19

un atterissage

een landing

20

vérifier

controleren

21

un équipage

een bemanning

22

l'accès

de toegang

23

le détour

de omweg

24

le péage

de tol, het tolgeld

25

le cortège

de stoet, de optocht

26

parcourir

doorkruisen

27

un itinéraire

een (reis)route

28

interminable

eindeloos (lang)

29

effectuer

volbrengen, uitvoeren