Afasie Flashcards

1
Q

Oorzaken

A

Beroerte, THL, tumor

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Omissie

A

Gezochte woord wordt weggelaten

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Substitutie (parafasie)

A

Woord wordt vervangen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Lexicale parafasie

A

Vervangen door een bestaand woord, kan gerelateerd zijn aan het doelwoord (semantische parafasie) maar kunnen ook geen betekenis hebben (empty speech)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Fonologische parafasie

A

Klanken van het doelwoord worden weggelaten of vervangen door andere klanken.

  • Neologisme: als men veel klanken substitueerd of weglaat en je de taal niet meer kan begrijpen
  • Jargon: als patiënt veel neologismen gebruikt
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Niet-propositionele spraak

A

Betekenisvolle taal bijna geheel afwezig

  • Stereotypie: herhaaldelijk gebruik van zin met weinig betekenis
  • Recurring utterance: beperkt aantal klanken of uitingen in (ongepaste) situaties
  • Seriële spraak: patiënt kan nog veelgebruikte goed gememoriseerde rijtjes afmaken
  • Echolalie: herhaalt wat gesprekspartner zegt
  • Perseveratie: patiënt herhaalt ongewild bepaald woord of zinsdeel
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Agrammatica

A

Zonder grammatica, telegramstijl

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Paragrammatica

A

Zinnen zijn lang en complex

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Problemen in taalbegrip: fonemen

A

Mensen die moeite hebben met fonemen hebben moeite met het onderscheiden van spraakklanken

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Problemen op zinsniveau

A

Op grammaticaal niveau problemen, men moet naar de betekenis raden (de jongen wordt gekust door het meisje, vinden het moeilijk wie door wie gekust wordt)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Broca

A

Intact taalbegrip. Problemen met woordvinding en uitspraak, waardoor taalproductie laag is en spreektempo ook.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wernicke

A

Zeer beperkt taalbegrip, maar spraakproductie en tempo is normaal. Hebben vaak weinig inzicht in hun stoornis

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Conductieafasie

A

Intact taalbegip en productieproblemen zijn vergelijkbaar met die van Wernicke. Verschil: ernstige stoornis in het herhalen van gesproken woorden en doen wel hun best deze fouten te verbeteren (bij Wernicke niet)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Transcorticale afasieën

A

Stoornissen in het koppelen van woordvorm aan woordbetekenis, dit kan zowel sensorisch zijn als motorisch

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Sensorische transcorticale afasie

A

Problemen in taalbegrip, herhalen is intact (Wernicke)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Motorische transcorticale afasie

A

Problemen in taalproductie, herhalen in intact (Broca)

17
Q

Globale afasie

A

Ernstige vorm, zowel productie als begrip aangetast.

18
Q

Amnestische afasie

A

Taalbegrip intact en taalproductie normaal tempo, maar ernstige woordvindingsproblemen (vooral zelfstandige naamwoorden, bij andere afasieën juist meer moeite bij werkwoorden)

19
Q

Test afasie

A

PALPA: Psycholinguistic Assessment of Language Processing in Aphasia

20
Q

Verbale dyspraxie

A

Stoornis in de programmering van articulatie bewegingen

21
Q

Dysartrie

A

Gebrek aan controle over articulatiespieren als gevolg van schade

22
Q

Aandachtsdyslexie

A

Soms niet individuele letters kunnen benoemen, vooral niet als ze in combinatie worden gegeven met andere letters

23
Q

Neglectdyslexie

A

Bepaald deel van woord verkeerd lezen

24
Q

Semantische of diepe dyslexie

A

In plaats van geschreven woord een sematisch gerelateerd woord noemen

25
Q

Fonologische dyslexie

A

Pseudowoorden niet kunnen lezen

26
Q

Surface dyslexie

A

Moeite met onregelmatige gespelde woorden