Hoorcollege 19: Kliniek nierinsufficiëntie Flashcards

1
Q

Welke twee vormen van nierinsufficiëntie bestaan er?

A

Acute en chronische nierinsufficiënte

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wat is de functie van de nieren?

A
• uitscheiding van water enz outen
• verwijderen van afvalstoffen
– bijv. ureum, creatinine, kalium
• bewaren van nuttige stoffen
– bijv. eiwitten
• bloeddrukregulatie
• aanmaak van hormonen
– actief vitamine D
– erythropoietine (‘epo’) 
– renine
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Wat betekent nierinsufficiëntie?

A

Nierinsufficiëntie is een verminderd functioneren van de nieren dat zich uit in een afgenomen glomerulaire filtratie en een toegenomen verlies van eiwitten door de nier

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat zijn de grenswaarden van nierinsufficiëntie? (TER ILLUSTRATIE)

A

• GFR: grenswaarde 60ml/min
• Eiwit: grenswaarde 1gr/24uur
• Klassen van nierinsufficiëntie:
– Sterk eiwitverlies bij GFR >60ml/min -> lichte NI
– GFR 45-60 ml/min -> lichte-matige NI (mede afh. van mate van eiwitverlies) – GFR 30-45 ml/min -> matige-ernstige NI (idem)
– GFR 15-30 ml/min -> ernstige, preterminale NI
– GFR< 15 ml/min -> terminale NI

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Welke waardes worden gebruikt om (de mate van) nierinsufficiëntie te bepalen?

A

GFR, albuminurie / proteïnurie en erytrocyturie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Waarom is het bepalen van albuminurie van belang?

A
  • Teken van nierschade: nier laat groot-moleculaire stoffen door, hetgeen abnormaal is
  • Micro-albuminurie / proteïnurie gaat vaak aan nierfunctie achteruitgang vooraf
  • Mate van albuminurie / proteïnurie voorspelt snelheid van nierfunctieachteruitgang in toekomst
  • Mate van albuminurie / proteïnurie voorspelt
    risico op cardiovasculaire events (nl. schade endotheel van arteriën)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Waarom is het bepalen van GFR (glomerular filtration rate) van belang?

A

• Maat voor het filtrerend vermogen van de nieren
• Beste maat is de inulineklaring, omdat deze stof alleen gefiltreerd wordt en niet
teruggeresorbeerd in de tubuli
• In de praktijk wordt kreatinineklaring gebruikt; kreatinine is een afbraakprodukt van spiereiwit, ook al wordt dit voor enkele procenten teruggeresorbeerd (waardoor iets overschatting vd klaring)
• De glomerulaire filtratiesnelheid wordt bepaald door plasmakreatinine en 24-uurs uitscheiding van kreatinine te meten

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Wat is creatinine?

A

Afbraakproduct van creatininefosfaat uit spierweefsel

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Waar is de seriumcreatinine afhankelijk van?

A

Spiermassa, hoeveelheid ‘spier’ in voeding en de nierfunctie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Hoe ziet het verband van creatininewaarde en -klaring eruit?

A

Zie dia 11 van het HC!
Dit is een negatieve exponent grafiek. Dus een hoge plasma-creatinine umol/l geeft een lage creatine-klaring ml/mol en vise versa. Deze grafiek ligt hoger voor mannen dan voor vrouwen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Wat is de klaring?

A

Aantal ml bloed dat per min door de nier ontdaan wordt van afvalproducten

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Rekenvoorbeeld

Stel dat: kreatinine in plasma = 90 micromol/l en kreatinine in 24-uurs urine = 9 mmol. Wat is dan de klaring?

A

Dan is de kreatinineklaring = 9 mmol/24-uurs urine = 9000 micromol/24-uurs urine = 9000/(24 uur x 60 minuten) = 6,3 micromol/min

  • Kreatinine in plasma is 90 micromol/l = 0,09 micromol/ml
  • Geklaard wordt dus:
    6,3 micromol/min gedeeld door 0,09 micromol/ml = 70 ml/min
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

In hoeverre is de klaring accuraat?

A

Het is een schatting. Omdat urine sparen omslachtig is berekent men de GFR direct uit de
kreatininespiegel, met de formule van Cockroft&Gould; daarbij correctie voor geslacht, leeftijd en gewicht; of (bij ouderen): MDRD; alleen correctie voor geslacht, lft en ethniciteit (kleine/magere mensen hebben lage kreatinespiegels -> hoge geschatte klaringen!)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat zijn de klachten en verschijnselen van acute nierinsufficiëntie?

A

• Oligurie of anurie (geringe urineproductie)
• ‘Vleesnat’-urine (geringe urineproductie)
• Oedemen (onvoldoende vochtuitscheiding)
• Gebrek aan lucht door vocht in de longen (astma cardiale) (onvoldoende vochtuitscheiding)
• Ontregeling zuurgraad (metabole stoornissen)
• Ontregeling elektrolyten: Ca, P (metabole stoornissen)
Na aantal dagen: ophoping afvalstoffen in bloed -> Moeheid, misselijkheid, jeuk,
gebrek aan eetlust

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Er zijn 3 oorzaken van acute nierinsufficiëntie. Welke zijn dit?

A
  1. Prerenaal: plotselinge en ernstige daling van de bloeddruk (shock) of onderbreking van de bloedstroom naar de nieren door ernstig letsel of ziekte
  2. Intrerenal: directe schade aan de nieren door ontsteking, toxines, medicijnen, infectie of verminderde bloedtoevoer
  3. Postrenaal: plotselinge obstructie van de urinestroom door vergrote prostaat, nierstenen, blaastumor of
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Leg de pathofysiologie van pre-renale acute nierinsufficiëntie uit.

A

Pathofysiologie
Onvoldoende perfusie nieren met (geoxygeneerd) bloed
–schiet tekort bij Mean Arterial Pressure < ± 70 mmHg
–hangt mede af van pre-glomerulaire arteriolaire vasodilatatie en post- glomerulaire vasoconstrictie
–renale autoregulatie speelt een rol

17
Q

Leg de oorzaak van pre-renale acute nierinsufficiëntie uit.

A

–hypovolemie door braken of diarree, hypotensie, pompfalen hart, nierarteriestenose
–let op: effect diuretica, ACE-remmers / angiotensine II receptor- blokkers, NSAID’s: hoger risico

18
Q

Hoe ziet de uitgebreide differentiaaldiagnose van realen acute nierinsufficiëntie eruit?

A
Glomerulair:
– glomerulonefritis
Tubulair:
– ischemie->acute tubulusnecrose – toxines
Interstitiële aandoening
- medicatie
Vasculair:
– inflammatie (vasculitis)
– occlusie
19
Q

Een postrenale obstructie kan aangeboren of verworven zijn. Wat zijn de oorzaken van de aangeboren postrenale obstructie?

A

– Subpelviene stenose

– Obstructieve mega-ureter – Urethrakleppen

20
Q

Een postrenale obstructie kan aangeboren of verworven zijn. Wat zijn de oorzaken van de verworven postrenale obstructie?

A
– Urolithiasis
– Iatrogeen ureterletsel
– Maligniteit bekken - retroperitoneum
– Blaasuitgangsobstructie: vergrote prostaat! 
– Urethrastrictuur
21
Q

Wat is de behandeling voor de verscheidene acute nierinsufficiënties?

A

• Prerenale oorzaak: waarborgen nierperfusie!! – Vullen bij hypovolemie
– Vullen en/of inotropica bij hypotensie, etc
• Renale oorzaak: afhankelijk van oorzaak…
– bv staken medicatie bij tubulo-interstitiele nefritis obv medicatie
• Postrenale oorzaak: waarborgen urine-afvloed!!
– Urinecatheter bij retentieblaas bij vergrote prostaat – Nefrostomiecatheter bij obstructie ureter, etc

22
Q

Wat is de prevalentie van chronische nierschade (CNS) in Nederland? (TER ILLUSTRATIE)

A
  • 1,7 miljoen mensen met CNS
  • 40% (=680.000 mensen) heeft CNS zonder het te weten
  • Matig verhoogd risico: 1,5 miljoen
  • Hoog risico: 170.000
  • Sterk verhoogd risico: 50.000
23
Q

Wat zijn de kenmerken van chronische nierinsufficiëntie?

A

Dit is een langzame achteruitgang van de werking in de nieren.
• nier weefsel herstelt zich meestal niet
• vermindering nierfunctie meestal niet te stoppen
• vermindering soms wel te vertragen! vooral door goede bloeddruk-regulatie.
• nierfunctie vervangende behandeling als functie

24
Q

Wat zijn de oorzaken van CNS?

A

Meest voorkomende veroorzakende aandoeningen:
 Diabetes mellitus 2 (33% (1997);12% (2009))  Hypertensie (7% (1997); 2% (2009))
 Atherosclerose
Indeling:
 Niet primair nefrogene oorzaak
 (ontregelde diabetes, manifest hartfalen, urineweginfecties)  Medicatie die de nierfunctie negatief beïnvloedt
 Primair nefrogeen:
 recidiverende pyelonefritis,
 nefrectomie,
 auto-immuunziekte (bijv. LED)
 familiaire nierziekte (Alport, cystenieren)

25
Q

Wat zijn de 7 gevolgen van chronische nierschade?

A
  1. verminderde uitscheiding water en zout:
    – dikke voeten
    – kortademigheid (eerst bij plat liggen, later bij inspanning)
    – hoge bloeddruk
  2. gestoorde regulatie zuur-base evenwicht
    - metabole acidose
  3. ophoping van afvalstoffen (laat verschijnsel)
    – misselijkheid
    – jeuk
    – minder eetlust
  4. verminderd vasthouden van nuttige stoffen:
    – eiwitverlies: zwakte
  5. verminderde aanmaak van hormonen:
    – minder erythropoiëtine: bloedarmoede (anemie)
    – minder actief vitamine D: zwakke botten
  6. Toename van hoge bloeddruk en daardoor toegenomen cardiovasculaire ziekten en sterfte
  7. Jicht door ophopen urinezuur
26
Q

Bestudeer plaatje op dia 30 van het hc

A

Jup

27
Q

Een ‘bijwerking’ van nierinsufficiëntie is anemie. Dit komt voornamelijk door de verminderde realen erytropoëtine productie. Welke behandeling wordt hierbij toegepast?

A

Ijzerpreparaten + erytropoëse stimulerende middelen

28
Q

Patiënten met CNS worden veel gemonitord. Hoe vaak wordt dit gedaan en wat wordt o.a. gemeten? (ter illustratie)

A

• Bloeddruk!
• 2 tot 3x per jaar eGFR, albumineconcentratie of
albumine/creatinine-ratio in urine
• Bepaal Hb, kalium, calcium, fosfaat, albumine, PTH voor
opsporing van eventuele metabole complicaties

29
Q

Bij de behandeling van CNS worden leefstijladviezen en medicatie gegeven. Wat zijn de leefstijladviezen? (hoef je echt niet uit je hoofd te weten)

A
  • zoutbeperking
  • voorzichtig met vocht
  • gezonde, evenwichtige voeding
  • vaak: voorzichtig met producten die veel kalium bevatten
  • stoppen met roken (voor zowel cardiovasculair risico als progressie van nierinsufficiëntie)
  • afvallen (adipositas vergroot kans ESRD/cardiovasculaire complicaties en afvallen leidt tot minder hyperfiltratie, minder proteïnurie)
30
Q

Naast de standaard leefstijladviezen, zijn er voor matige en preterminale nierinsufficiëntie patiënten nog aanvullende behandelingen. Welke zijn dit? (leer dit niet uit je hoofd)

A
Matige nierinsufficiëntie 
• Voldoende vochtintake
• Behandeling verhoogde bloeddruk
• Bescherming (renoprotectie) dmv ACE-remmers of angiotensine-2-remmers • Bij sterk verhoogd parathormoon: vit D
• Let goed op dosering medicatie

Preterminale nierinsufficiëntie • Idem
• Geen NSAID’s
• Stop ACE-remmers (gegeven ivm bloeddruk, hartfalen)

31
Q

In hoeverre heeft renoprotectieve therapie baat bij de remming van de ziekte?

A

(zie grafiek dia 37) Een vroege interventie kan de start van de dialyse met meer dan 5 jaar verlengen, en dus ook de mortaliteit.

32
Q

In hoeverre heeft de bloeddrukregulatie effect op de snelheid van nierfunctie afname?

A

Met bloedregulatie neemt de snelheid van nierfunctie afname af.

33
Q

In hoeverre heeft de ACE-remming effect op de snelheid van nierfunctie afname?

A

Met ACE-remming neemt de snelheid van nierfunctie afname af.