Key Verbs Present Tense Flashcards Preview

Dutch > Key Verbs Present Tense > Flashcards

Flashcards in Key Verbs Present Tense Deck (5)
0

Zijn - To be

Ik ben
Jij/U bent
Hij/Zij/Het is
Wij zijn
Jullie zijn
Zij zijn

1

Hebben - To have

Ik heb
Jij/U hebt
Hij/Zij/Het heeft
Wij hebben
Jullie hebben
Zij hebben

2

Gaan - To go

Ik ga
Jij/U gaat
Hij/Zij/Het gaat
Wij gaan
Jullie gaan
Zij gaan

3

Kunnen - To be able to

Ik kan
Jij/U kunt
Hij/Zij/Het kan
Wij kunnen
Jullie kunnen
Zij kunnen

4

Maken - To make/do

Ik maak
Jij/U maakt
Hij/Zij/Het maakt
Wij maken
Jullie maken
Zij maken