L18 : Onderzoek aan kleding, lichaam en lichaamsmateriaal Flashcards Preview

Formeel Strafrecht > L18 : Onderzoek aan kleding, lichaam en lichaamsmateriaal > Flashcards

Flashcards in L18 : Onderzoek aan kleding, lichaam en lichaamsmateriaal Deck (53):
1

Omschrijf arrest Ruimte (HR 1975)?

Ruimte HR: Ernstige bezwaren tegen een bepaald individu mogen worden afgeleid uit gegeven omtrent de groep waartoe hij op dat moment behoort. Ernstige bezwaren zijn meer dan redelijke vermoedens dat iemand het gedaan heeft, dit blijkt onder andere uit HR de Ruimte.

Het ging om een
jongeren centrum en het heette de Ruimte. Er waren verdovende middelen aanwezig en waarbij ook verkocht en gebruikt werd. Er was echter niet bekend bij wie de middelen er waren. Het antwoord: ernstige bezwaren bij individu mogen worden afgeleid uit gegeven omtrent de groep waartoe hij op dat moment behoort. Omdat de bezwaren gelden tegen ieder lied van de groep, mag de politie elk individu fouilleren. Bezwaren tegen individu baseren op bezwaren tegen groep waarvan deze individu deel uit maakt.

2

Waar dient onderzoek aan lichaam en kleding voor?

Onderzoek aan lichaam en kleding kan worden aangewend ter inbeslagneming van daarvoor vatbare voorwerpen, maar niet alleen daarvoor; denk aan ademanalyse, DNA-onderzoek. 

3

Wat zijn de randvoorwaarden voor onderzoek aan lichaam en kleding?

Is daar een uitzondering op?

Vereist voor onderzoek aan lichaam en kleding zijn ernstige bezwaren (56 lid 1 Sv).

 Toch is in het kader van de terrorismebestrijding preventief fouilleren mogelijk op grond van artikel 126zm Sv, reeds indien er sprake is van aanwijzingen van een terroristisch misdrijf

4

Is er een duidelijke en eenduidige beschrijving van wat ernstige bezwaren zijn?

Nee, gaat om de 'gevoelsmatige' afweging

5

Is er een eenduidge intepretatie van het arrest Ruimte?

Nee

Sommige auteurs zien in de uitspraak van de HR dat een abstracte aanwijzing voldoende is voor de toepassing van bepaalde strafrechtelijke bevoegdheden. Dit gaat ver. De meeste auteurs vinden een abstracte aanwijzing onvoldoende om bepaalde dwangmiddelen te rechtvaardigen, er dienen bepaalde bezwaren te bestaan tegenover een concreet aan te wijzen verdachte. 

6

is het vereist dat er een redelijke grond moet zijn voor fouillering in die zin dat de ambtenaar moet verwachten relevante voorwerpen of sporen aan te treffen?

Fouillering is een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer. De opsporingsambtenaar mag pas fouilleren als hij redelijkerwijs mag verwachten relevante voorwerpen of sporen aan te treffen; dat vereiste kan ook worden gebaseerd op 8 EVRM en 17 IVBPR.

Ddus bv voor een brommerdiefstal is dit niet nodig.

7

Kan een niet verdachte nooit aan kleding of lichaam worden onderzocht zonder dat hij daarvoor toestemming geeft?

In het opsporingsonderzoek is het niet toegestaan dat een niet-verdachte zonder toestemming aan lichaam en kleding wordt onderzocht; wel in het kader van het GVO (o.g.v. dringende noodzakelijkheid onderzoek sporen van strafbare feit, 195 lid 3 Sv). 

8

Kan de OvJ in appel gaan tegen een afwijzing door de RC van zijn vordering tot het verlenen van een bevel tot onderzoek aan het lichaam?

Ja,

 

art 446 Sv

Hoger beroep bij de rechtbank

9

Tot hoever kan een onderzoek aan de kleding zich uitstrekken?

Het onderzoek aan de kleding omvat ook voorwerpen die de verdachte bij zich draagt, zoals horloge en tas. De eisen van subsidiariteit en proportionaliteit moeten in acht worden genomen, zoals bijv. bij het lostornen van kleding.

(anderen menen dat dit aalleen kan bij ondrezoek aan een inbeslaggenomen voorwerp)

10

Kan er toestemming van de betrokkene zijn?

Ja, HR

Indien de verdachte zelf op verzoek van de opsporingsambtenaar zijn tas opent, sluit dat in beginsel zijn toestemming aan de opsporingsambtenaar in om van de inhoud daarvan kennis te nemen. 

11

Mag bij onderzoek aan het lichaam ook onderzoek in het lichaam plaatsvinden?

Op 1 maart 2002 is de regeling van het onderzoek in het lichaam in de artikelen 56 en 195 Sv opgenomen. Hiermee is een onderscheid gemaakt tussen onderzoek aan en onderzoek in het lichaam

12

Wat was de reden voor de wetgever om aan en in het lichaam te scheiden?

Aanleiding daartoe was arrest Rectaal fouilleren (HR 1988). Daar ging de HR heel ver door, zonder voldoende argumenten te stellen dat onderzoek aan het lichaam (56 lid 1 Sv en 9 lid 5 Opiumwet) een onderzoek van de natuurlijke openingen en holten van het lichaam omvat. 

13

Wie mag bevelen tot onderzoek in het lichaam?

De OvJ kan op basis van art. 56 onderzoek in het lichaam bevelen en de R-C, ambtshalve en op vordering van de Ovj tijdens het GVO op basis van artikel 195, tweede lid, Sv.

14

Wat zijn de voorwaarden voor onderzoek in het lichaam?

- er moet sprake zijn van ernstige bezwaren tegen de verdachte 

en

- het bevel mag alleen gegeven worden in het belang van het onderzoek. 

15

Wat si de strekking van de eis in art 56 Sv dat de verdachte moet zijn aangehouden?

Gevolg van de aanhouding is dat de verdachte moet zijn voorgeleid aan de (hulp)OvJ. Hierin ligt een waarborg voor de verdachte besloten , het zij omdat de (hulp)OvJ het onderzoek aan kleding of lichaam of in het lichaam zelf heeft bepaald, hetzij omdat hij heeft te toetsen of aan de voorwaarden voor een onderzoek aan kleidng ogv art 56 lid 4 Sv was voldaan

Overigens wordt de mogelijkheid van fouillering beperkt tot de gevallen van art 53 & 54 Sv?

16

Wat is onderzoek aan het lichaam?

• Aan het lichaam: Omvat het uitwendig schouwen van de oppervlakte van het lichaam en van de natuurlijke openingen en holten van het bovenlichaam. Zo valt het schouwen van de mond-, neus- en oorholten onder onderzoek aan het lichaam. 

17

Wat is onderzoek in het lichaam?

 In het lichaam:

Het uitwendig schouwen van de natuurlijke openingen en holten van het onderlichaam valt echter onder onderzoek in het lichaam (art. 56 2e lid). Ook röntgenonderzoek, echo, en inwendig manueel onderzoek vallen hieronder.

18

Wat is nadrukkelijk niet onderzoek in het lichaam?

Niet hieronder vallen medische onderzoeksmethoden, zoals endoscopie, CT-scan, bloedonderzoek, het toepassen van braak- en laxeermethoden of het toedienen van een klysma. 

19

Kunnen maatregelen in het belang van het onderzoek even ver gaan als een onderzoek aan kleding of lichaam?

Art. 61a noemt er enkele, zoals nemen van lichaamsmaten, geuridentificatieproef, dragen van bepaalde kleding, schrijfanalyse etc. De OvJ kan bepalen wat voor het onderzoek noodzakelijk is. De verdachte is verplicht deze te dulden.

Onderzoek aan het lichaam valt echter niet onder deze in art. 61a (niet limitatief genoemde) middelen. Daarvoor is de inbreuk op een grondrecht te groot. 

20

Heeft de verdachte een rechtsmiddel tegen een beslissing van de OvJ of de RC tot toepassing van een dergelijke maatregel in het belang van het onderzoek?

zie art 62a lid 4 Sv:

alleen door en verdachte als bedoeld in art 62  lid 2 onder a Sv

Dat betreft bevelen met beperking tot:

- ontvangen van bezoek

- telefoonverkeer

- briefwisseling

- uitreiking van kranten, lectuur of andere gegevensdragers

- maatregelen die betrekking hebben op verblijf ihkv vrijheidsbeneming

 

Uiteraard kan de verdachte de rechtmatigheid van daardoor verkregen bewijs altijd ter terechtzitting aanvechten.

21

Wanneer kan worden overgegaan tot een veiligheidsfouillering?

Een politieambtenaar die bv een verdachte van een verkeersovertreding aanspreekt en uit diens zak een alarmpistool ziet steken, mag op grond van art. 8 3e lid Politiewet, overgaan tot veiligheidsfouillering onder drie voorwaarden:


- De ambtenaar is bezig met uitoefening van wettelijke toegekende bevoegdheid of politietaak.


- Uit feiten of omstandigheden blijkt onmiddellijk gevaar voor leven of veiligheid.


- Onderzoek aan kleding is noodzakelijk ter afwending van dat gevaar.

22

Geldt proportionaliteit en subsidiariteit ook voor een veiligheidsfouillering?

Voldaan moet worden aan de eis van proportionaliteit (art 8 lid 5 Pol W). 

23

Waartoe kan de bevoegdheid tot fouillering ook worden uitgeoefend?

 De bevoegdheid tot fouillering kan ook uitgeoefend worden in het kader van handhaving van de openbare orde of hulpverlening.

Essentieel is dat de politieambtenaar in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening moet zijn.

 

24

Wat is het probleem met een te abstracte benadering van de term gevaar?

Gevaar voor misbruik en oneigenlijk gebruik

25

Wat is het probleem met arrestantenfouillering?

Routinematige fouillering van aangehouden verdachten in het politiebureau voorafgaand aan insluiting op gevaarlijke, maar ook ongevaarlijke voorwerpen (schoenen, tassen), kan echter niet berusten op dit artikel, aangezien dan niet voldaan wordt aan de voorwaarden van lid 3 en 4; vaak is hiervoor geen wettelijke basis te geven

26

Voor wie kan een insluitingsfouillering gelden?

Alleen verdachten die zijn aangehouden kunnen aan zo’n onderzoek worden onderworpen

27

Kan het veiligheidsonderzoek aan het lichaam ook buiten een strafvorderlijke context plaatsvinden?

Nee

Alleen aangehouden of anderszins rechtens van hun vrijheid beroeefde verdachten en veroordeelden kunnen worden onderworpen aan een dergelijk onderzoek

Kan aleen door de (hulp)OvJ worden bevolen

28

Bestaan er naast de veiligheidsfouillering nog andere beveogdheden tot fouillering voor de uitoefening waarvan het bestaan van een verdenking GEEN voorwaarde is?

Naast de veiligheidsfouillering bestaan nog andere bevoegdheden tot fouillering waarbij het bestaan van verdenking niet vereist is, bijv. de toezichthoudende bevoegdheden
van 17 Douanewet of 52 lid 3 WWM. Deze geven opsporingsambtenaren toestemming om op luchthavens (‘te allen tijde’) mensen aan kleding en bagage te onderzoeken

29

Zou de verdachte in het arrest Ruimte ook op grond van een andere bevoegdheid dan die van artikel 8 PolW kunnen worden gefouilleerd?

- Veiligheidsfouillering

- Art 56 Sv 

- art 52 lid 2 Wet wapens en munitie:

-- persoon verdacht van het voorhanden hebben of dragen van een wapen van een bepaalde categorie, in dien tegen hem ernstige bezwaren bestaan kan aan zijn kleding worden onderzocht

30

Stel bij een veiligheidsfouillering of controlefouillering worden drugs gevonden. Mag deze vondst als basis voor opsporingsonderzoek worden gebruikt?

Mag een opsporingsambtenaar een controlefouillering verrichten als hij weet dat de betrokkene drugs bij zich heeft, met het oogmerk om deze op te sporen?

- Ja, het gaat hier om voortgezette toepassing van bevoegdheden

- Wanneer sprake is van schending van het beginsel van zuiverheid van oogmerk is dit ongeoorloofd. In het algemeen wordt dit beginsel echter pas geschonden geacht wanneer het oogmerk uitsluitend gericht is op een ander doel dan waarvoor de beveogdheid is gegeven.

31

Moet aan een ademanalyse altijd een blaastest voorafgaan?

De opsporingsambtenaar heeft o.g.v. 163 WVW de bevoegdheid een bestuurder die hij er van verdenkt ‘onder invloed’ (zie 8 WVW) te rijden te bevelen mee te werken aan een ademanalyse. De verdenking vindt zijn basis in 27 Sv (redelijk vermoeden van schuld), maar het vermoeden kan ook berusten op het resultaat van een blaastest als bedoeld in 160 lid 5 WVW

32

Is voor een blaastest een verdenking noodzakelijk?

Een blaastest is een controlebevoegdheid: verdenking is dus geen vereiste! 

33

Wat zijn de consequenties voor niet meewerken aan een alcoholonderzoek?

Niet meewerken hieraan is strafbaar (177 WVW) als een overtreding (178 WVW). Zie voor de nadere regeling (vgl. 163 lid 10 WVW) het Besluit alcoholonderzoeken, de Regeling bloed- en urineonderzoek, de Regeling ademanalyse en de Regeling voorlopig ademonderzoek. 

34

Wanneer kan in plaats van een ademanalyse een bloedonderzoek plaatsvinden (163 WVW)?

• Bijzondere geneeskundige reden (lid 3);
• Medewerking resulteert niet in voltooid ademonderzoek (lid 4);
• Vermoeden dat verdachte onder invloed is van andere stof dan alcohol (lid 4). 

35

Wat als de verdachte mogelijk onder invloed is van een andere stof dan alcohol en weigert mee te werken?

Als toestemming wordt geweigerd, kan de hulp-OvJ of een gekwalificeerde ambtenaar een bevel geven tot het bloedonderzoek; bij een geneeskundige reden te vervangen door urineonderzoek.

36

Heeft een verdachte recht op contra expertise?

Bij een bloed- en urineonderzoek heeft de verdachte recht op een contra-expertise (op eigen kosten, zie 21 Besluit alc), maar dat had hij niet bij een ademanalyse (zie Regeling ademanalyse). Na arrest Contra-expertise (HR 1990) is dat veranderd: de verdachte kan nu direct na de mededeling van het resultaat (in beginsel) om een bloedonderzoek verzoeken, maar moet dat wel zelf betalen (zie 10a Besluit alc). 

37

Kan bloed afgenomen van iemand die bewusteloos of gewond is?

Van iemand die bewusteloos of gewond is mag bloed worden afgenomen (163 lid 9 WVW), maar het onderzoek daaraan mag pas geschieden nadat de verdachte toestemming daartoe heeft gegeven, dan wel na een bevel daartoe zijn medewerking heeft verleend.

Die medewerking is verplicht gesteld, bij weigering is de verdachte strafbaar ogv art 176 WVW, maar het bloedmonster wordt niet onderzocht maar vernietigd.

 

38

Kan een burger een opsopringsambtenaar toestemming geven voor een dergelijk onderzoek?

Ja, burgers staat het in principe vrij om toestemming te verlenen voor inbreuken op hun grondrechten.

39

Is een opsporingsambtenaar tijdens een verkeerscontrole een bestuurder, die vanwege een longaandoening niet in staat is om mee te werken aan een voorlopig ademonderzoek, te verzoeken om diens toestemming voor het afnemen van bloed?

Art 163 WVW eist de aanwezigheid van een verdenking voor rijden onder invloed. Aan die eis is niet voldaan.

Omdat de eisen voor het vragen van toestemming voor een bloedonderzoek wettelijk zijn vastgelegd, mag een dergelijk verzoek niet worden gedaan indien nietbaan die vereisten is voldaan en zou, mocht niettemin om toestemming worden verzocht, sprae zijn van een onbevoegd gedaan verzoek (HR 2005).

40

Hoe wordt rontgenonderzoek beschouwd?

Röntgenonderzoek valt (sinds 2002) onder onderzoek in het lichaam (56 lid 2 en 195 lid 2 Sv). 

41

Omschrijf arrest Wangslijm (HR 1990).

NU NIET MEER VAN TOEPASSING; Overwegingen van belang.

• Uitgangspunt is dat ieder recht heeft op onaantastbaarheid van zijn lichaam, behoudens
Een veiligheidsonderzoek aan het lichaam kan alleen binnen een strafvorderlijke context plaatsvinden, nooit daarbuiten bij of krachtens de wet gestelde beperkingen (11 Gw).
• Uitdrukkingen als ‘aan hun persoon” (195 Sv) en ‘aan zijn lichaam’ (56 Sv) dienen in hun strikte bewoordingen worden opgevat en laten niet toe daaronder mede te begrijpen het van het lichaam afnemen van daarvan deel uitmakend materiaal als wangslijm.
• Art. 195 Sv omvat geen regeling omtrent de wijze waarop de desbetreffende ingreep zou moeten worden verricht en de daarbij in acht te nemen waarborgen.
• Conclusie: 195 Sv biedt geen bevoegdheid tot het afnemen van tot het lichaam behorend en daarvan deel uitmakend materiaal. 

42

Waar is de huidige regeling voor dna onderzoek te vinden?

Inmiddels is in 2001 een wettelijke regeling betreffende DNA-onderzoek in werking getreden (151a-c en 195a-e Sv

43

Hoe is de basisregel voor dna onderzoek en wie is bevoegd het onderzoek te vragen?

Een verdachte van een ernstig misdrijf (ex 67 lid 1 Sv) tegen wie ernstige bezwaren bestaan, kan worden gedwongen tot een DNA-onderzoek (zie voor definitie 138a Sv) lichaamsmateriaal af te staan(195d Sv). De R-C kan dit bevelen, ambtshalve of op vordering van de OvJ. 

44

Wat is de procedure voor het afstaan van celmateriaal?

Voorafgaande aan het bevel tot afnemen van celmateriaal dient de verdachte in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord. De verdachte mag zich bij het horen door een raadsman laten bijstaan (art. 151b, 2e lid en 195d 2e lid, Sv).

45

Waar kan de verdachte in beroep tegen het afnemen van celmateriaal?

Tegen het bevel tot afnemen van celmateriaal staat geen rechtsmiddel open, wél heeft de verdachte recht op een tegenonderzoek, indien voldoende celmateriaal beschikbaar is (151a lid 4/195b lid 1 Sv). 

46

Waar is de wijze van onderzoek en registratie geregeld voor DNA onderzoek?

In het Besluit DNA-onderzoeken is nauwkeurig de wijze van het onderzoek, de registratie en
het bewaren/vernietigen van celmateriaal en DNA-profielen geregeld. De registratie (DNAdatabank), valt onder de Wet bescherming persoonsgegevens. 

47

Wat is de regeling bij uiterlijk waarneembare persoonskenmerken?

Wanneer mogelijk?

Kwam het DNA-onderzoek in strafzaken in het verleden neer op het opstellen en vergelijken van DNA- profielen, thans mag het daarnaast gericht zijn op het vaststellen van uiterlijk waarneembare persoonskenmerken van nog onbekende verdachten: dus geslacht en ras nu, en in de toekomst mogelijk kleur ogen, etc.

NIET: erfelijke afwijkingen en ziektes of aanleg voor ziektes, psychsische toestand

 

Alleen mogelijk bij een misdrijf als omschreven in art 67 lid 1 Sv

48

Hoe is het verloop van de procedure bij DNA onderzoek?

- van gevonden dna wordt een dna profiel gemaakt en vergeleken met dna profielen in de databank

- als er geen match is en geen aanwijzingen zijn omtrent de identiteit van de dader en er sprake is van een misdrijf ex art 67 lid 1 Sv, dan is een onderzoek naar de uiterlijk waarneembare persoonskenmerken mogelijk

- ook kan een selectie worden gemaakt van personen aan wie vrijwillig medewerking aan een grootschalig dna onderzoek wordt gevraagd

49

Hoe is de regeling van dna onderzoek bij veroordeelden?

Ingevolge de wet DNA-onderzoek bij veroordeelden is het afnemen van lichaamsmateriaal mogelijk ten behoeve van DNA-onderzoek bij alle veroordeelden van een strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegestaan, zodat eventuele recidive van een veroordeelde zowel in het verleden als in de toekomst duidelijk wordt.
Is de verplichting mee te werken aan DNA-onderzoek niet in strijd met het nemo tenetur-beginsel zoals dat is neergelegd in arrest Funke (EHRM 1993)? 

50

In zijn arrest van 8 november 1988 (Rectaal fouilleren) heeft de HR voor het oordeel dat in het eerste lid van art 56 Sv en het 5e lid van art 9 Opiumwet bedoelde onderzoek aan het lichaam een onderzoek van de natuurlijke openingen en holten van het lichaam omvat?

Niet nadrukkelijk argumenten aangevoerd

51

Kunnen maatregelen in het belang van het onderzoek onderzoekhandelingen omvatten die kleding en lichaam bevatten?

Zeer onwaarschijnlijk, omdat het vrij ingrijpende handelingen betreft die een inbreuk op een grondrecht meebrengen en daarvoor is een aparte wettelijke basis vereist.

52

Welke voorwaarden zijn er gesteld voor een veiligheidsfouillering?

art 8 Polw lid 3 stelt 3 voorwaarden voor een veiligheidsfouillering:

- de ambtenaar moet doende zijn in de uitoefening van een hem wettelijk toegekende beveogdheid of bij een handeling ter uitvoering van de politietaak

- uit feiten of omstandigheden moet blijken dat een onmiddelijk gevaar dreigt voor het leven of veiligheid van de betreffende persoon, die van de ambtenaar zelf of van een derde

- het onderzoek aan kleding moet noodzakelijk zijn ter afwending van dat gevaar

Uit art 8 lid vloeit tevens voort dat de uitoefening van de beveogdheid in verhouding tot het beoogde doel redelijk en gematigd dient te zijn

53

Heeft de verdachte ingevolge het Besluit alcoholonderzoeken recht op een tegenonderzoek bij ademanalyse en bloedonderzoek op grond van de WVW?

Ja

In het besluit alcoholonderzoeken (dat is een AMvB als bedoeld in art 163 lid 10 WVW) die mede regels kan stellen met betrekking tot de mogelojkheid van tegenonderzoeken waar in art 10a het recht op contra-expertise betreffende de ademanalyse wordt geregeld en in art 21 dat betreffende het bloed- of urineonderzoek.