L4 werkboek 1: Inrichting van het vooronderzoek Flashcards Preview

Formeel Strafrecht > L4 werkboek 1: Inrichting van het vooronderzoek > Flashcards

Flashcards in L4 werkboek 1: Inrichting van het vooronderzoek Deck (15):
1

Definitie verdachte?

Art 27 Sv

Als verdachte wordt aangemerkt, voordat de vervolging is aangevangen, aangemerkt degene te wiens aanzien uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit voortvloeit (lid 1)

 Daarna wordt als verdachte aangemerkt degene tegen wie de vervolging is gericht (lid 2)

Van vervolging wordt gesproken als de rechter is ingeschakeld (en in het geval van een strafbeschikking de OvJ)

2

Wat zijn nog meer opmerkingen bij de term verdachte.

- Bekende en onbekende dader

- NN-tap; ihkv GVO telefoontap bij mogelijke verdachte bij onderzoek naar onbekende dader

Verder geen overdreven minumumeisen aan de gestelde feiten en omstandigheden

3

Hoe toetst de Rb of Gerechtshof als betoogd wordt dat een voor toepassing van een dwangmiddel vereist redelijk vermoeden ten onrechte aanwezig is geacht door de opsporingsambtenaar en daarom bepaald bewijsmateriaal als onrechtmatig verkregen buiten beschouwing gelaten zou moeten worden?

Volle toetsing

of ten tijde van de toepassing van het dwangmiddel (inderdaad) op grond van feiten en omstandigheden een redelijk schuldvermoeden bestond.

4

Is de  enkele mogelijkheid dat iemand een strafbaar feit heeft begaan voldoende voor een redelijk vermoeden van schuld ex art 27 lid 1 Sv?

Nee

maar voor het overige is er weinig nodig voor een redelijk vermoeden van schuld

5

Invoegen opgave 4.1 pagina 91

6

Noeem voorbeelden wanneer voor de toepassing van een dwangmiddel ernstige bezwaren bestaan?

- onderozke aan lichaam of kleding (art 56 Sv)

- voorlopige hechtenis (art 67 lid 3 Sv)

Nodig: vrij grote mate van waarschijnlijkheid van daderschap

7

Definitie voorbereidend onderzoek?

art 132 Sv

onderzoek dat aan de behaneling van de zaak ter terechtzitting vooraf gaat

8

Noem 3 vormen van voorbereidend onderzoek?

- opsporingsonderzoek

- gvo

- strafrechtelijk financieel onderzoek (sfo)

Doel van allen: nemen van strafvorderlijke beslissingen door de OvJ

9

Is van opsporingsonderzoek alleen sprake wanneer verdenking is van een strafbaar feit of kan daarvoor al onderzoek worden verricht door opsporingsambtenaren?

Laatste: denk bv aan inzet van 'lokfietsen' op een plek waar veelvldig fietsendiefstallen plaatsvinden

10

Andere belangrijke kenmerken mbt regeling dwangmiddelen in het opsoringsonderzoek?

- heterdaad of niet

- wel/geen voorlopige hechtenis toegestaan

11

Noem voorbeelden waarbij de bevoegdheden mbt de inzet van dwangmiddelen afhankelijk is van heterdaad?

- aanhouding verdachte

- plaats betreden ter aanhouding (art 55 Sv)

- doorzoeken ter aanhouding (art 55a Sv)

- spoeddorzoeken van een woning (art 97)

- vordering van uitlevering (art 100 sv)

12

Waarom bij heterdaad meer toegestaan?

- mate van waarschijnlijkheid dat een strafbaar feit is begaan is bij heterdaad groter

- verdachten kunnen eenvoudiger worden aangehouden

- voorwerpen kunnen eenvoudiger in beslag worden genomen

13

Wanneer is er sprake van heterdaad?

- wanneer het wordt begaan

- terstond nadat het is begaan

- kort na de ontdekking van het feit: strafbaar feit zonder dat een persoon ermee in verband kan worden gebracht (bv een bomaanslag)

14

Is er een norm voor het stoppen van heterdaad?

Nee, afhankelijk per geval

15

Begint een gvo door een vordering?

nee, begint bij de beslissing RC om handelingen te gaan verrichten

Dit kan hij niet op eigen initiatief doen, opportuniteitsbeginsel

voor verdachte bestaat de mini-instructie

werd vooral gevraagd in het onderzoek met het oog op bepaalde verrichtingen die door de rc moesten worden goedgekeurd