Translationeel onderzoek voor prostaat en blaascarcinoom Flashcards

1
Q

Wat zie je bij progressie van PCA

A

stijgende en dalende PSA waarden; bij het ontstaan stijgend > radicale prostectomie 0 > stijgt weer bij metastasen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wat doe je na radicale prostectomie?

A

hormoontherapie en als dat niet werkt chemotherapie of secundaire hormoontherapie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Basisprincipe ontstaan PCA

A

opstapeling van DNA afwijkingen en selectie voor resistentie; de tumor kent heterogeniteit

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Kunnen we een model maken van DE patiënt?

A
  • Vloeibare biopsies (bloed, urine, speeksel, semen, CTCs)
  • FFPE
  • Ingevroren vers biobank: tumor en gezond weefsel
  • Levende biobank: experimentele modellen met cellijnen, organoids, xenografts

bij diagnose of voor/na behandeling

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Soorten proefdieren

A
  • Waarbij spontaan endogeen kanker ontstaat
    o Natuurlijke wijze: spontane prostaatkanker (vrijwel niet)
  • Proefdieren waarbij endogeen kanker geïnduceerd kan worden
    o Hormoon inductie
    o Inductie van kanker door carcinogene stoffen
    o Transgene muizen: aan en uitzetten oncogenen
  • Proefdieren waarbij exogeen kanker getransplanteerd kan worden
    o Humane xenograft modellen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

voordelen PDX modellen (xenograft)

A

o Fysiologische omgeving
o Puur menselijk TUMOR materiaal, geen contaminatie met normaal weefsel
o Oneindige bron van tumorweefsel
o Manipulatie/behandeling van muizen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

beperkingen PDX modellen

A

o Vers tumormateriaal niet altijd eenvoudig te verkrijgen
o Muis-achtergrond
o Geen immuunsysteem
o Ethische aspecten

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Soorten in vitro modellen

A
  • Celvrije modellen: in vitro transcriptie translatie systemen en gezuiverde eiwitten. Er wordt vooral gekken naar genexpressie en beïnvloeding van genen en eiwitten.
  • Primaire cel culturen: cellen worden uit normaal weefsel gehaald
  • Geïmmortaliseerde cellen uit normaal weefsel en kanker: 2D celijnen, 3d spheroids/organoids. Cel uit weefsel en kanker. Kan eindeloos doorgroeien, wordt gebruikt voor onderzoek.
  • Computer modellen: voorspellende modellen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

voordelen in vitro modellen

A
  • ¬gemakkelijk in gebruik: standaardisatie, opschalen
  • Puur menselijk tumor materiaal, geen contaminatie met normaal weefsel
  • Oneindige bron van tumorweefsel
  • Eenvoudige manipulatie/behandeling
  • Organ-on-chip systemen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

beperkingen in vitro modellen

A
  • Vers tumormateriaal niet altijd eenvoudig te verkrijgen
  • Verlies van heterogeniteit
  • Niet-fysiologische omgeving
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Wat zijn 2D cellijnen?

A

Tumormateriaal wordt in plastic flesje gekweekt, er wordt gekeken naar groeiontwikkeling, afhankelijkheid van androgenen en remming van groei. Hiervan worden weer resistente cellijnen gemaakt om proces van resistentie te onderzoeken.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat zijn 3D cellijnen, organoids?

A

Worden gebruikt om tumorcellen te onderzoeken. Er wordt gewerkt met een xenograft, dit representeert tumorgedrag beter. vooral bij complexe modellen gebruikt.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat zijn complexe patient based modellen

A
  • Primaire (biopten) tumor kweken
  • Weefselplakjes (tissue slice technology)
  • Organ-on-chip microfluidics modellenW
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat is een nadeel van complexe patiënt based modellen?

A

Dit zijn tijdelijke modellen, je gebruikt het voor onderzoek en dan is het weg. Mogelijk interessant voor personalized medicine.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Wat is een mogelijke oplossing voor heterogeniteit?

A

CTCs (circulerende tumorcellen). succes ervan is enorm laag dus eigenlijk niet echt een optie.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Wat is personalized medicine in oncologie?

A
  • Wie, wanneer en met welk medicijn behandeld moet worden
  • Zoeken naar veranderingen in de (primaire) tumor.

Afwijkingen in DNA of RNA expressie in de tumor zijn leidend voor keuze en volgorde van therapie. Maar voor veel mutaties is er nog geen medicijn. Heterogeniteit resulteert in therapie resistente tumoren.

17
Q

Behandeling voor uitgezaaid prostaatkanker

A

Behandeling van uitgezaaid prostaatkanker: ADT (androgeen depletie therapie). Dit is de eerste optie. Loopt via LHRH agonist/antagonist. Dat is een belangrijke, omdat prostaatkanker androgeenreceptor gereguleerd is en die androgenen de androgeenreceptor activeren. ADT blokkeert androgeenreceptor > tumor kan niet verder groeien.

18
Q

Wat is castratieresistentie?

A

androgeenreceptor verandert bij ADT, maar is nog wel actief en beïnvloed (indirect) groei.

19
Q

Wat is bij uitzaaingen van belang?

A

Zoeken naar verandering in tumor-omgeving: immuuncellen, vascularisatie, stromale factoren. Verandering in de omgeving van de tumor is leidend voor therapiekeuze.

20
Q
A